R.J. Schotsman, directeur van NIBE-SVV (2011)

DNB: "Wft-training en bestuurderscursus een goede basis voor deskundige beleidsbepalers"

In mei jongstleden bood Architectuurpark Makeblijde in Houten de aangename entourage voor twee uitvoeringen van een tweedaagse training over de Wet op het financieel toezicht (Wft). De training was door NIBE-SVV voor leden van de FOV op maat gemaakt en werd verzorgd door dr. Rob Schotsman, directeur van NIBE-SVV, en drs. Kees Dullemond, directeur van KD-advies. De Nederlandsche Bank, waaraan de opzet van de training was voorgelegd, had aangegeven dat de training in combinatie met de Nyenrode-cursus van de FOV een goede basis vormt voor een deskundige beleidsbepaler.

De Wft is inmiddels al vier jaar ingevoerd, maar is nog geregeld aanleiding tot voorpaginanieuws. Actuele onderwerpen zijn onder meer de Europese solvabiliteitseisen, zorgplicht, de beleidsregels van DNB en AFM, integriteit, governance, passende beloning, provisie enzovoort. Ook de deskundigheidseisen voor commissarissen en de aanscherping van de deskundigheidseisen voor alle beleidsbepalers per 1 januari 2011 passen in dit rijtje. Juist deze onderwerpen vragen momenteel om een heroriëntatie op de kwaliteit en het functioneren van beleidsbepalers. Het was dan ook in dit licht dat de FOV de beleidsbepalers van haar leden de Wft-training aanbood.

Module 1: tendensen

De eerste van de twee modules van de training werd verzorgd door NIBE-SVV-directeur Rob Schotsman. Hij ging allereerst in op de Wft-vergunningen en de reikwijdte daarvan, kernbegrippen in de Wft, typen bemiddelaar, de vormen van toezicht en de wetten en regels die inmiddels door de overheid zijn uitgevaardigd. Vervolgens besprak hij een aantal tendensen in het kader van de Wft die specifiek voor beleidsbepalers bij financiële dienstverleners het meest van belang zijn. Daarbij gaat het er vooral om dat er strakkere kaders komen en dat het toezicht door DNB en AFM nog zal worden aangescherpt. De open norm ('principle based') blijft weliswaar het uitgangspunt van de Wft, maar vrijheden worden ingedamd en impliciete normen worden expliciet gemaakt. Rob Schotsman behandelde in dit verband de beloningsregels, de deskundigheidseisen en het verbod op provisies. Voor wat betreft de ontwikkelingen in het toezicht wees hij erop dat beleidsbepalers nu ook privé kunnen worden beboet. Daarnaast gaf hij aan dat het toezicht door DNB nog indringender, kritischer en diepgaander zal worden. Bepaalde toezichtthema's worden uitgediept, strategie en gedrag zullen meer aandacht krijgen en er zal uitgebreider met financiële dienstverleners worden gediscussieerd over de interpretatie van de wet- en regelgeving.

Integriteit

Aanvullend stond Schotsman uitgebreid stil bij de integriteit van bestuurders, commissarissen en medewerkers. Ook de vooraf verstrekte huiswerkopdrachten sloten hierbij aan. Hoe om te gaan met een medewerker die de handtekening van zijn echtgenote zonder haar medeweten op een kredietaanvraag plaatst? Kan de directeur van een onderlinge zijn diner laten betalen door een organisatieadviseur die op een opdracht van de onderlinge aast? In hoeverre moet een financiële dienstverlener een eigenwijze of eigengereide klant tegen zichzelf beschermen? En wat is er voor of tegen om voor Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, een schade- of levensverzekering af te sluiten? Tijdens de training werden deze en andere dilemma's op indringende wijze door Schotsman ontleed en met de Wft in de hand geïnterpreteerd.

Module 2: de ondernemer

Kees Dullemond, directeur van KD-advies, benaderde de materie die Schotsman had behandeld, vooral vanuit de hoek van de ondernemer. Samen met de deelnemers aan de training overzag hij eerst nog eens welke items in de eerste trainingsbijeenkomst aan de orde waren geweest en welke conclusies daaraan waren te verbinden. Dullemond benadrukte dat met betrekking tot het toezicht op financiële dienstverleners nog tal van aanscherpingen, al dan niet in de vorm van wetgeving, zijn te verwachten, onder meer als gevolg van de vereiste transparantie in de financiële dienstverlening. Daarbij zullen de huidige 'open normen' als achterhaald worden beschouwd en concreet worden ingevuld, zo voorzag hij, en zullen de kenniseisen die aan bestuurders worden gesteld, nog aanzienlijk worden verhoogd. Volgens Kees Dullemond zullen de toezichthouders er niet rouwig om zijn als deze ontwikkelingen tot een verdere afname van het aantal kleine onderlingen zal leiden. Tegelijkertijd gaf hij aan dat de kleine onderlingen in zijn ogen wel degelijk een bestaansrecht hebben, mits zij hun onderscheidend vermogen kunnen laten zien en kunnen waarmaken. Hij waarschuwde er in dit verband voor de focus niet intern gericht te houden, wat gezien veel websites van onderlingen op dit moment nog vaak het geval is, maar om daarentegen in alle facetten van het onderling verzekeren de klant helemaal centraal te stellen.

Transities

Na de overgang 'van wet naar praktijk' behandelde Dullemond de overgang 'van toen naar straks'. Er is in dit verband sprake van werkelijke transities als zich gelijktijdig structurele veranderingen voordoen ten aanzien van wetgeving, technologie en klanten. In de huiswerkopdrachten hadden de deelnemers vooraf al aangegeven dat daar volgens hen wel degelijk sprake van was, hoewel tijdens de bijeenkomst lang werd gediscussieerd over de vraag of ook aan de kant van de klant essentiële veranderingen zijn aan te wijzen. Klanten zijn weliswaar mondiger en beter op de hoogte dan vroeger, maar hun wensen en verwachtingen, aldus een aantal deelnemers, zijn grotendeels dezelfde gebleven. Niettemin is het onmiskenbaar dat onderlingen, met name in hun bemiddelende rol, met verschuivingen hebben te maken van verkoop naar advies, van product naar dienst, van provisiegebod naar provisieverbod, van provisie naar CAR, van papier naar digitaal, van vertrouwen naar transparantie, van vakman naar ondernemer en, volgens Dullemond het allerbelangrijkst, van eigenbelang naar klantbelang. Waar nu de 'drive' nogal eens voortkomt uit de wil om vooral dat te doen wat goed voor de onderlinge is, het eigenbelang dus, moet een transitie naar het klantbelang tot stand komen. En het belang van de klant is dan in de eerste plaats, aldus Dullemond, dat hem geen schade wordt toegebracht. Gebeurt dat wel, dan zal de AFM niet aarzelen om de onderlinge een boete op te leggen.

Schrik voor de toekomst?

Om alle noodzakelijke verschuivingen te kunnen volgen en alle gewenste veranderingen tot een goed einde te kunnen brengen, moeten ondernemers veranderingsbereid en veranderingsgezind zijn en over vaardigheden in veranderingsmanagement beschikken. In dit verband nodigde Kees Dullemond de deelnemers aan de training tot een 'self assessment' uit ten aanzien van hun kennis van zichzelf en hun bedrijf en van essentiële managersvaardigheden als planning, focus, strategie, begroting, prognoses, leiderschap enzovoort. Tot slot ging hij nog in op aspecten van Solvency II, het adviesmodel bij bemiddeling en de opzet van een businessplan. Resumerend zullen Rob Schotsman en Kees Dullemond wellicht een enkele bestuurder schrik voor de toekomst hebben aangejaagd, maar bij de meeste deelnemers aan de Wft-training zal toch het vertrouwen overheersen dat zij nu beter op de toekomst zijn voorbereid.

Verschenen in: 'de Onderlinge' (2011)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl