B. Scheffer, algemeen directeur van verzekeringsgroep Het Anker (1992)

Een begrip in de binnenvaart

Het Anker is een begrip in de binnenvaart. "Op negen van de tien schepen zal men Het Anker kennen," zegt B. Scheffer, algemeen directeur van de coöperatieve verzekeringsgroep Het Anker in Groningen. Sinds enige jaren opereert Het Anker ook aan de wal. Scheffer (55) legt uit hoe de maatschappij zich in die richting heeft ontwikkeld.

In 1956 vonden R. en A. Kramer, vader en zoon, dat de tijd rijp was voor de ontwikkeling van een onderlinge ziektekostenverzekering voor binnenschippers. Kramer senior, directeur van een onderlinge cascoverzekeringsmaatschappij in Hoogezand, wilde met een wat breder produktenpakket een ook wat bredere werkgelegenheidsbasis creëren. Samen met Kramer junior richtte hij Het Anker Ziektekosten op.

Voorzichtige behoefte

De onderneming begon op het goede moment. In die jaren tekende zich voor het eerst een voorzichtige behoefte aan ziektekostenverzekeringen af. Scheffer, die een jaar na de oprichting als buitendienstman bij Het Anker kwam werken, herinnert zich dat in die tijd nog veel schippers zich niet tegen ziektekosten verzekerden. "Ach, zeiden die schippers, dat risico kunnen we zelf wel dragen! Tja, in die periode kostte een huisartsenbezoek drie gulden en een ziekenhuisopname hooguit tien gulden per dag. Maar het begon wel duidelijk te worden dat die kosten steeds hoger zouden worden en daardoor zou natuurlijk ook de behoefte aan ziektekostenverzekeringen groeien," aldus Scheffer.

Beursdagen

Het Anker deed goede zaken. Na ruim tien jaar had de maatschappij zo'n 14.000 verzekerden in portefeuille - ruim 3000 schippersgezinnen. Scheffer ziet graag op die tijd terug. "Die periode had zeker zijn bekoring," zegt hij. "Lang niet alle schippers hadden toen telefoon aan boord. Daarom organiseerden we zogenaamde beursdagen. Die waren altijd in de periode van december tot half januari, in Amsterdam, Rotterdam, Werkendam en Maasbracht. Daar konden de schippers hun jaarpremie betalen en kleine schadegevallen indienen en direct uitbetaald krijgen. Daardoor had je heel rechtstreeks contact met de klanten en dat was op zich heel plezierig."

Sloopregeling

De jaren zeventig brachten Het Anker in lastig vaarwater. Grote schuldige was de zogenoemde sloopregeling: een sanering in de binnenvaart door oudere en kleinere schepen te slopen en schippers die hun werk staakten een uitkering te geven. Het aantal binnenschippers liep drastisch terug, dus ook het klantenbestand van Het Anker, waarin bovendien de gemiddelde leeftijd steeg. "En dat is natuurlijk iets waar een ziektekostenverzekeraar altijd bang voor is," zegt Scheffer, "want als het bestand vergrijst, dan stijgt de schade." De eigen statuten van de maatschappij stonden een goede oplossing in de weg: alleen binnenschippers mochten worden verzekerd en geen mensen 'van de wal'.

Geen andere weg

Scheffer: "Het toenmalige bestuur van Het Anker, dat vooral nog uit oud-schippers bestond, en de leden van toen waren er huiverig voor om ook andere mensen toe te laten. Dat had te maken met bepaalde gesloten culturen die je ook bij onderlinge cascoverzekeraars hier in het noorden ziet. Het heeft tot 1978 geduurd voordat men inzag dat de maatschappij geen andere weg openstond." In dat jaar werden de statuten zodanig gewijzigd dat ook mensen van buiten de binnenvaart konden worden geaccepteerd. In hetzelfde jaar trad bestuursvoorzitter A. Kramer om gezondheidsredenen af. Scheffer, die al vanaf 1973 secretaris-penningmeester van het bestuur was en in die hoedanigheid als directeur van de maatschappij functioneerde, volgde hem op.

Produktenaanbod

Na de uitbreiding van de doelgroep in de jaren zeventig volgde een uitbreiding van het produktenaanbod in de jaren tachtig. Allereerst gebeurde dat via Scheffers eigen onderlinge maatschappij voor rechtsbijstandsverzekeringen Protector. Deze maatschappij was in 1970 opgericht en aanvankelijk ook uitsluitend op binnenvaartschippers gericht. Daarnaast werd in 1985 de onderlinge uitvaartverzekeringsmaatschappij Het Anker opgericht. In datzelfde jaar werden de drie maatschappijen voor ziektekosten-, rechtsbijstands- en uitvaartverzekeringen en het assurantiebemiddelingsbedrijf Kramer in Groningen, samengebracht in de coöperatieve verzekeringsgroep Het Anker. "Om duidelijkheid voor de klanten te scheppen," aldus Scheffer.

Groei

Door de veranderingen in het klanten- en produktenbestand heeft Het Anker weer grip op de markt gekregen. Het premie-inkomen, dat in de jaren zeventig onder de tien miljoen was blijven steken, ligt nu weer boven de twintig miljoen. "En dat premie-inkomen zou nog beduidend hoger zijn geweest als er geen premie-inkomen door allerlei wetgeving gewoon weer was weggevloeid," aldus Scheffer. "Ik doel dan uiteraard op de standaardpakketpolis van de heer Lansink: een grof schandaal!" De groei heeft natuurlijk consequenties voor de personele bezetting gehad, die toenam van negen mensen in 1978 naar veertig mensen nu. In 1988 werd een nieuw kantoorpand betrokken, waar een jaar later al een verdieping bovenop moest worden gebouwd.

Simons

Scheffer voorziet een goede toekomst voor Het Anker. Er zit groei in de rechtsbijstandsverzekeringen, in de uitvaart-verzekeringen (onder andere door een samenwerkingsovereenkomst met de regionale uitvaartvereniging Algemeen Belang) en er zit ook groei in het bemiddelingsbedrijf van de groep. "Wel is de ziektekostenpoot een groot probleem en wat de heer Simons allemaal wil," aldus Scheffer. "We moeten steeds maar afwachten wat er gaat gebeuren. Wat was en is er nu eigenlijk verkeerd in het huidige stelsel? Het allerergste vind ik nog dat de heer Simons de particuliere ziektekostenverzekeraars voor zakkenvullers heeft uitgemaakt. Zo werk je niet met elkaar! De visie van Simons, dat is geen visie meer, maar het doordrammen van een dogma, van een idee-fixe dat ten koste van alles door moet gaan!"

Fuseren

Tot slot 'het fuseren' en we vragen Scheffer of Het Anker plannen in die richting heeft. "Wij staan open voor vormen van samenwerking," zegt hij, "maar om nu hals over kop te gaan fuseren - ik denk dat dat geen oplossing is. Men zegt dat je straks als kleine maatschappij geen bestaansrecht meer hebt. Hoe groot moet een maatschappij dan minstens zijn? De een houdt het op 100 miljoen premie-inkomen en weer een ander houdt het op 75 miljoen. Zolang er geen normuitkeringssysteem is, kan ik niet zeggen of ik met een premie-inkomen van 23 miljoen te klein ben. In ieder geval geloof ik daar vooralsnog absoluut niet in!"

Verschenen in: de Onderlinge, 1992

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl