J.M. Kwak, voorzitter van NVM Bedrijfs Onroerend Goed (2001)

In de stad investeren en het buitengebied met rust laten

De NVM pleit voor een kwalitatieve in plaats van kwantitatieve benadering van de ruimtebehoefte in Nederland. Het is niet meer een taak om zo veel mogelijk woningen te bouwen, maar om woningen te bouwen die veel meer aan eisen op bijvoorbeeld het gebied van ruimtelijkheid en diversiteit voldoen. Dit wil overigens niet zeggen dat die ruimte zo maar in de balansgebieden tussen de rode en groene contouren mag worden gezocht, integendeel. De NVM pleit er juist voor heel zuinig met de ruimte om te gaan. Een toelichting door ir. J.M. Kwak, directeur van Boer Hartog Hooft en voorzitter van NVM Bedrijfs Onroerend Goed.

Eén constatering in de Vijfde nota wil Jacques Kwak vooropplaatsen, namelijk dat de ruimtelijke ordening van Nederland de mobiliteit niet verder kan beïnvloeden. Kwak spreekt in dit verband over het deficit van het ABC-beleid, het locatiebeleid in de Vierde nota, waarbij met parkeernormen onaantrekkelijk wordt gemaakt dat mensen met de auto naar bepaalde locaties gaan. Nabij een openbaarvervoersknooppunt wordt bijvoorbeeld één parkeerplaats per 250 m2 kantoorruimte gegund en aan de rand van de stad één parkeerplaats per 50 m2 kantoorruimte. "In de Vijfde nota wordt nu toegegeven dat zulke instrumenten niet tot een verandering in de mobiliteit leiden," aldus Jacques Kwak. "Een verandering van mobiliteit kan misschien wel uit economische en sociale factoren voortkomen, maar niet uit een nota waarin alleen maar staat dat je liever niet wilt dat de auto wordt gebruikt. Zo werkt dat in Nederland natuurlijk niet. Met het ABC-beleid is dus niet bereikt wat er was beoogd, namelijk dat mensen meer van het openbaar vervoer gebruik gaan maken, en sterker nog: het beleid drijft de mensen alleen maar naar die locaties waar ze beter kunnen parkeren. Dat is natuurlijk het omgekeerde effect! We zijn daarom blij met die formulering dat het ruimtelijke ordeningsbeleid de mobiliteit niet verder kan beïnvloeden. We vinden overigens niet dat daar ongebreideld parkeren voor in de plaats moet komen. Wel moet het bestaand stedelijk gebied beter worden benut."

Strakker aantrekken

Intensivering dus. Wat dat betreft schaart de NVM zich vierkant achter de Vijfde nota. Jacques Kwak wijst op het succesvoorbeeld van intensivering, de Zuidas in Amsterdam, waar in bestaand stedelijk gebied een miljoen vierkante meter extra kantoorruimte en zevenduizend woningen zullen worden gerealiseerd. "De NVM zou willen dat de steden de rode contouren zo strak mogelijk aantrekken," zegt hij. "Realiseer binnen het bestaand stedelijk gebied de uitbreidingsbehoefte door slopen en nieuwbouw, intensiveren en herstructureren, en zet daar wat ons betreft een bonus op. Want het is natuurlijk duurder om een blokje woningen in de stad te slopen en door een beter blokje of meer woningen te vervangen, dan het is om het eerstvolgende onbebouwde landje in te pikken en daar woningen te bouwen. Dit laatste moeten we niet meer doen. We moeten in de stad investeren, waardoor de stad erop vooruitgaat en het buitengebied zo veel mogelijk onaangetast blijft. Het rijk vindt dit ook, maar geeft tegelijkertijd aan waar een overloop vanuit rode contouren naar balansgebieden kan plaatsvinden en geeft de lagere overheden de gelegenheid om binnen vijf jaar aan te geven waar ze van die mogelijkheid gebruik willen maken. Wij vinden het op z'n minst gevaarlijk om die deur zo open te zetten. Wij hadden liever gezien dat een rode contour een rode contour is. Dan weet namelijk elke projectontwikkelaar, aannemer, woningcoöperatie, particuliere belegger en makelaar waar ze de problemen moeten oplossen. Het speelveld is dan voor iedereen gelijk."

Zuinig met de ruimte

"In tijden van welvaart," aldus Jacques Kwak, "ligt het niet voor de hand om zuinig aan te doen. Toch moeten we juist nu zuinig op de ruimte zijn, om er voldoende van over te houden om onze welvaart te kunnen 'besteden', in de zin van vrijetijdsbesteding bijvoorbeeld. In de Vijfde nota is er naar onze mening te weinig aandacht voor een beleidsmatige visie op het gedrag van mensen wat wonen, werken en recreëren betreft in de komende dertig jaar. De generatie die nu vijfentwintig à dertig jaar is, en zeker de generatie daarna, bestaat niet meer uit mensen die tot hun vijfenzestigste werken en daarna mogen hopen dat ze nog een paar jaar kunnen leven. Die mensen zullen veel meer een evenwicht tussen ontspannen en hard werken op het oog hebben. We moeten er daarom nu voor zorgen dat daar ruimte voor overblijft. Dat is de filosofie van de NVM. Die filosofie lijkt misschien niet in het belang van de NVM, omdat makelaars zo veel mogelijk woningen en kantoren zouden moeten verkopen. Dit is echter onjuist. Het is in ons belang om góede woningen en kantoren te verkopen. Dan immers blijft onroerend goed zijn waarde houden en zal het misschien zelfs in waarde stijgen. En dat is dan niet alleen goed voor de eigenaar, maar voor de hele onroerendgoedmarkt."

Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl