C.J. Vriesman, directeur-generaal van het ministerie van VROM (2001)

Samen schipperen met de beschikbare ruimte

De onlangs uitgekomen Vijfde nota over de ruimtelijke ordening is de vijfde regeringsnota over het ruimtelijk beleid na de Tweede Wereldoorlog. De eerste nota verscheen eind jaren vijftig, de voorlaatste in 1988, maar deze werd daarna nog met de Vinex (extra) en de Vinac (actualisering) aangevuld. Wat is er nieuw en belangrijk in de Vijfde nota? Ir. C.J. (Kees) Vriesman, directeur-generaal van de Ruimtelijke Ordening van het Ministerie van VROM, vroegen we een aantal uitroeptekens bij het beleid te plaatsen.

Wonen, werken en recreëren, landbouw, natuur, water en infrastructuur: alles vraagt ruimte. In de voorbereiding op de Vijfde nota zijn de trends in deze functies geanalyseerd. In het verlengde daarvan is vastgesteld aan welke ruimte in de komende twintig à dertig jaar behoefte zal zijn. Deze exercitie kon slechts met één conclusie zonder voorbehoud worden afgesloten: Nederland is klein, misschien wel te klein. Daarop moest een antwoord worden gevonden. Slagvaardig werden vervolgens zes interventiestrategieën opgesteld om in de komende decennia toch met de beschikbare ruimte toe te kunnen. De eerste drie daarvan, het negeren, reduceren of naar het buitenland verplaatsen van ruimtevragende functies, grijpen in op de functies zelf. Daar is niet voor gekozen. De drie andere strategieën, dat wil zeggen het intensiveren van ruimtegebruik, het combineren van ruimtevragende functies en het transformeren van bestaand ruimtegebruik, honoreren de maatschappelijke ruimtebehoefte. Het zijn deze drie strategieën die de kern van het beleid in de Vijfde nota vormen. Gevraagd naar het belang van dit beleid en naar de waarde van de nota stelt Kees Vriesman een aantal zaken voorop. "In de eerste plaats is het zo dat onze nota door alle ideeën die we hebben verwerkt, een wezenlijk beeld geeft van Nederland in de internationale context, dus als deel van de ruimte in Noordwest-Europa. Belangrijk vervolgens is het water. Nieuw in de Vijfde nota is dat we expliciet erkennen dat ook water ruimte vraagt. Een derde element is de keuze voor stedelijke netwerken en in het bijzonder voor de ontwikkeling van een Deltametropool in het westen van het land. Steden moeten met elkaar afspraken gaan maken over wat ieder doet op het gebied van wonen, werken, recreëren enzovoort en zullen zo alle ruimtevragen goed op elkaar moeten afstemmen. Principieel tot slot is onze keuze voor 'grenzen aan de groei'. Er moeten rode contouren rond steden en groene contouren rond natuurgebieden worden getrokken, waarmee dan duidelijk wordt gemaakt: tot hier en niet verder!"

Nieuw vertrekpunt

Volgens Vriesman betekent de Vijfde nota in meer dan één opzicht een nieuw vertrekpunt in de ruimtelijke ordening van Nederland. Het loslaten van de centrale sturing, de erkenning van de behoefte aan specifieke woon- en werkmilieus, de enorme transformatieopgave in het bestaand bebouwd gebied en ook de internationalisering van de ruimtelijke ordening, zijn volgens hem de meest markante items als het om daadwerkelijk nieuw beleid gaat. Hoewel de resultaten daarvan vanzelfsprekend pas in de toekomst zullen kunnen blijken, vindt Vriesman dat er nu al over een aantal winstpunten kan worden gesproken. "Het feit dat de Vijfde nota een strategische nota is en geen gedetailleerd dictaat vanuit Den Haag, is al een eerste winstpunt," zo zegt hij. "De rijksoverheid geeft richtlijnen en kaders in kwantitatieve en kwalitatieve zin, maar het zijn de lagere overheden en de marktpartijen die met voorstellen moeten komen. Een winstpunt is ook dat het een nota met geld is, voorlopig een miljard voor de bevordering van ruimtelijke kwaliteit. Met dat geld kunnen we bijvoorbeeld aan de top bijplussen om juist die kwaliteit te genereren die we met z'n allen willen. Daarnaast wordt geprobeerd om de investeringen, ook die van het rijk, in de toekomst zodanig te sturen, dat zij het gedachtengoed van de Vijfde nota ondersteunen. Je spreekt dan al gauw over vele tientallen miljarden. Het derde belangrijke punt is, dat de Vijfde nota gelijk met de nota Grondbeleid is uitgebracht. Die nota levert een hele gerichte bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van Nederland en aan de uitwerking van de Vijfde nota, bijvoorbeeld met de verbreding van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten: meer zeggenschap voor de particulier en een goed sluitstuk voor het verhalen van kosten ten behoeve van publieke doelen."

Valkuilen

Vriesmans enthousiasme over de Vijfde nota maakt hem niet blind voor mogelijke valkuilen bij de uitwerking ervan. Hij zegt: "We leunen in onze benadering sterk op anderen: provincies, gemeenten en marktpartijen. We hebben die keuze gemaakt en nu wordt ons soms verweten dat we geen argumenten hebben voor zo'n enorme delegatie van de plannenmakerij. Ik denk dat de lagere overheden en de marktpartijen het aankunnen, maar dat is mijn opvatting. Anderen zetten daar vraagtekens bij. Daarom is het een valkuil, omdat we alle medewerking van die lagere overheden en de marktpartijen expliciet nodig hebben. Als we die niet krijgen, in kwaliteit en kwantiteit, dan hebben we een probleem." Kees Vriesman constateert daarnaast belangrijke onzekerheden in het beleid ten aanzien van de ruimtevraag voor het water. Hij zegt: "Het water gaat - op den duur - zijn eigen weg. Daar moeten we goed over nadenken nu die tijd ons wordt gegeven. We moeten het water eerst opvangen, dan bergen en daarna pas afvoeren. Het nadenken over de ruimtelijke consequenties van deze trits is nog maar net begonnen en we weten nog lang niet precies wat een en ander betekent." Niet in de laatste plaats heeft Vriesman nog vraagtekens bij de financiering van het geheel. "Het investeringsplaatje dat bij de Vijfde nota hoort, hebben we op 29 miljard gulden berekend. Daarbij komen nog de vele miljarden van de private investeerders en de mede-overheden. Dat hebben we niet allemaal tegelijk nodig - we praten over een periode van twintig à dertig jaar - maar het is toch heel veel geld. We moeten dat geld proberen binnen te krijgen. We lopen natuurlijk het risico dat dat niet lukt, maar ik ben optimistisch. Zeker is dat we ruimtelijk een totaal ander Nederland zullen krijgen: mooier, contrastrijker, internationaler, veiliger en met zowel stedelijk als landelijk unieke landschappen!" aldus Kees Vriesman.

Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl