|
||
|
P.F.J. Stevens, directeur van Stevens en Van Dijck, projectmanagers (2000)
Een goede, open sfeer is een toegevoegde waardeAantrekkelijk werkgeverschap is voor ir. P.F.J. Stevens, directeur van Stevens en Van Dijck, projectmanagers en bouwadviseurs, eerst en vooral een goede, open sfeer in het bedrijf. Hij zegt: "Mensen krijgen tegenwoordig overal een redelijk salaris, een behoorlijke auto, een goed pensioen, een ziektekostenverzekering en noem maar op. Het is voor ons nutteloos om daartegen te gaan concurreren. Daarom willen we in de vorm van een goede werksfeer een toegevoegde waarde bieden." Bureau Stevens en Van Dijck houdt zich bezig met bouwmanagement en huisvestingsadviezen in de meest brede betekenis. Voor institutionele beleggers, particuliere opdrachtgevers en overige partijen leidt het bureau grootschalige projecten met betrekking tot de bouw van kantoren, bedrijfsruimten, hotels, woningcomplexen etcetera. Bij Stevens en Van Dijck werken ongeveer zestig medewerkers vanuit vestigingen in Zoetermeer, Amersfoort, 's-Hertogenbosch en Leeuwarden. Het bureau werd in 1991 door de dienstmaten Paul Stevens en Cees van Dijck opgericht. Nog steeds voeren zij gezamenlijk de directie. Bureau Stevens en Van Dijck heeft weinig last van de personeelskrapte op de bouwmarkt. "Wij doen weinig aan actieve werving," zegt Paul Stevens. "Het gros van onze medewerkers is niet via een advertentie bij ons gekomen, maar gewoon via persoonlijke contacten. Mensen horen dat wij al negen jaar een leuk werkklimaat hebben en dat heeft een aantrekkingskracht." VisieOm een prettig werkklimaat te creëren, is het in de visie van Paul Stevens noodzakelijk dat mensen zich op overeenkomsten concentreren en niet op verschillen. Hij zegt: "Je kunt alleen maar leuke werkprocessen realiseren door met elkaar in plaats van tegen elkaar te werken. Ik vind dat het bouwproces door tegenstellingen wordt gekenmerkt, terwijl mensen niet vanuit tegenstellingen maar vanuit overeenkomsten moeten werken. Wij halen daarom mensen in huis die niet alleen technisch goed zijn, maar ook zo volwassen dat ze vanuit hun emotie kunnen werken en voor anderen openstaan. Ze moeten op samenwerking uit zijn en niet op het verscherpen van tegenstellingen." Zekerheid"Mensen moeten zich daarnaast gedekt voelen," aldus Paul Stevens. "Ze moeten er zeker van kunnen zijn dat achter hun rug niet de poten onder hun stoelen vandaan worden gezaagd en dat ze een werkgever hebben die hen dekt als er iets fout gaat. Mensen moeten met andere woorden vanuit een gevoel van zekerheid kunnen werken. Dat kan alleen in een open sfeer, waarin iedereen bereid is om zijn fouten op tafel te leggen en om mee te werken aan de oplossing ervan. Zo'n sfeer is er in heel veel bedrijven niet. In veel bedrijven zijn er weinig beloningen en veel afstraffingen. Iemand waarderend toespreken omdat hij iets goed heeft gedaan, komt veel minder voor dan iemand vertellen dat hij het weer verkeerd heeft gedaan. Wij vinden dat niet bepaald een stimulerende werkomgeving." Huisregels"We hebben een aantal huisregels opgesteld," vervolgt Paul Stevens. "Huisregel één is dat er niet wordt geroddeld. Roddelen is dodelijk in een organisatie. Een andere huisregel is dat we 's middags gezamenlijk lunchen. Dat doen we al negen jaar. Het is als het ware verboden om een broodtrommeltje mee te nemen en achter het bureau te blijven zitten. Samen eten is altijd iets bijzonders, het geeft een bepaalde sfeer en het haalt het beste in mensen naar boven. Zo maken we de mensen bewust van saamhorigheid en ook van gastvrijheid ten opzichte van elkaar. Het zijn vaak hele kleine dingen die aangeven dat je zorg voelt voor anderen. Als je dat als een principe in mensen kunt verankeren, dan gaat dat in de volle breedte werken. Dan krijgen mensen aandacht voor elkaar, aandacht voor elkaars lichaamshouding en zijn ze bereid om elkaar te helpen en te ondersteunen." CultuuromslagDoordat Stevens en Van Dijck deze bedrijfscultuur van meet af aan heeft gekend, hoefde er geen cultuuromslag aan vooraf te gaan. In andere bedrijven kan dat wel nodig zijn. "Een cultuuromslag maken is lastig," zegt Paul Stevens. "Toch moet je er een keer mee durven te beginnen, want het werkt absoluut. Eerst zul je de cultuur bespreekbaar moeten maken en de voordelen van een prettige werksfeer helder moeten maken, zonder dat je daarmee de verantwoordelijkheden van de mensen loslaat. Iedereen blijft gewoon verantwoordelijk voor zijn werk, maar wie daarin wordt ondersteund, vindt het ook prettig om die verantwoordelijkheid te dragen." Branchebreed"We moeten met z'n allen ervoor zorgen," aldus Paul Stevens, "en daar zijn we ook met z'n allen verantwoordelijk voor, dat we in de bouwwereld een optimale sfeer creëren. We gaan te veel van tegenstellingen uit en te weinig van overeenkomsten. De tegenstellingen nemen vaak maar tien procent van een project in beslag en de overeenkomsten negentig procent. Toch concentreren we ons heel vaak op die tien procent en dat komt de sfeer niet ten goede. Als we ons op die negentig procent concentreren, dan wordt het oplossen van de tegenstellingen veel simpeler. Daar wil ik naar toe. Ik denk dat er heel veel mogelijkheden liggen om het met elkaar meer naar onze zin te hebben en dus betere eindproducten te realiseren. Want wie iets met plezier doet, doet dat namelijk beter. Zo simpel is het echt." Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |