F.J.M. Scheublin, directeur van HBG Engineering (2000)

Prestatiecontracten, co-makership, allianties en design & construct

HBG heeft altijd veel aandacht gegeven aan research en ontwikkeling in de bouw. In het verleden was de focus daarbij traditioneel op de verbetering van bouwtechnieken en bouwmaterialen gericht, maar tegenwoordig staat vooral de inrichting van het bouwproces centraal. Het bedrijf zet daarbij de nieuwste IT-middelen in (zie het voorjaarsnummer van Grootbedrijf) en experimenteert met nieuwe samenwerkingsvormen in de bouw. We vroegen aan ir. F.J.M. Scheublin, sinds 1993 directeur van HBG Engineering, welke ervaringen het bedrijf met die nieuwe samenwerkingsvormen heeft.

Met het prestatiecontract, om daarmee te beginnen, heeft HBG ervaring sinds 1995. In dat jaar kreeg het bedrijf als een van de eerste bouwondernemingen van de Rijksgebouwendienst de opdracht om op grond van een prestatiecontract een gebouw te realiseren, in dit geval het Natuurhistorisch Museum Naturalis in Leiden. Al tijdens de bouw startte een meerdelig evaluatieonderzoek waaraan de Rijksgebouwendienst, HBG en diverse andere bouwbedrijven deelnamen. "De werkwijze was voor alle partijen nieuw," zegt Scheublin over de conclusies van dit onderzoek. "Er was duidelijk sprake van een gewenningsproces. Met name de architect, maar ook de toetsende ambtenaren en niet in het minst de uitvoerende medewerkers van HBG moesten wennen aan de nieuwe verhoudingen. Architecten bijvoorbeeld verliezen in prestatiecontracten na de fase van het voorlopig ontwerp de traditionele functie van adviseur en vertrouwensman of -vrouw van de opdrachtgever. Ze worden als adviseur aan de hoofdaannemer toegevoegd. Architecten die deze positie principieel afwijzen, kunnen binnen het kader van een prestatiecontract niet optimaal functioneren. Maar ook niet iedere bouwondernemer zal de mogelijkheden van prestatiecontracten volledig uit kunnen nutten. Op de eerste plaats moet de ondernemer in staat en ook bereid zijn om aan het ontwerpproces leiding te geven, of daar ten minste verantwoordelijkheid voor te dragen. Daarnaast moet hij over een staf beschikken die met innovatieve oplossingen weet te komen."

Co-makership

Een tweede samenwerkingsvorm betreft het co-makership. HBG past deze vorm toe bij de bouw van de zogenoemde Waarde & Riant-woningen van het bedrijf. Deze woningen worden ontworpen als variant van een referentiewoning waarvan detaillering en prijs vaststaan. "Maar het succes van deze bouwstroom zit niet alleen in de prijsvorming en de uniforme detaillering," zegt Scheublin. "Zeker zo belangrijk is de wijze van samenwerken op de bouwplaats. Wij werken hierbij uitsluitend met co-makers: vaste onderaannemers met wie doorlopende contracten zijn afgesloten. Zij bouwen in principe alle Waarde & Riant-woningen en hanteren daarbij een vaste prijs voor de vaste details en voor veel voorkomende varianten. Daarnaast ligt ook de werkwijze helemaal vast: de aan- en afvoer van materialen, het productietempo, het schoonmaken van de bouwplaats, de relatie met andere onderaannemers enzovoort. Alles is in detail geregeld en iedere co-maker houdt zich er strikt aan, op straffe van uitsluiting. Wij zorgen voor een continue bouwstroom en richten de bouwplaatsen gestandaardiseerd in. Het resultaat is een ononderbroken proces, vrijwel zonder faalkosten en met een gevoel van saamhorigheid, onderling vertrouwen en winst voor alle betrokkenen. Co-makership is een uitermate vruchtbare manier van samenwerken, die geen grote investeringen en geen bijzondere technieken vraagt. Co-makership ligt binnen het bereik van iedere ondernemer in de bouwnijverheid."

Design & construct

De derde samenwerkingsvorm betreft design & construct. "Een samenwerkingsvorm waarmee al enige decennia ervaring bestaat, maar die toch niet echt doorbreekt," zegt Scheublin. Hij wijst erop dat met name in het Verenigd Koninkrijk ervaring met deze werkwijze bestaat en dat de Engelse literatuur veel publicaties over dit onderwerp biedt. "Daarin wordt design & construct steeds als een zeer succesvolle werkwijze beschreven," zegt Scheublin. "Bouwtijdverkortingen tot dertig procent zijn geen uitzondering en het prijsverschil tussen een traditionele aanbesteding en een design & construct-contract wordt door onderzoekers op dertien procent gesteld. Dit zijn cijfers die opdrachtgevers niet gemakkelijk van ons, bouwondernemers, zullen aannemen, maar die in dit geval wel door academische onderzoekers worden gepresenteerd!" Volgens Scheublin geldt voor design & construct-projecten hetzelfde als bij prestatiecontracten. Hij zegt: "Bouwondernemers moeten bereid en in staat zijn om ontwerpprocessen aan te sturen en daar verantwoordelijkheid voor te dragen. Een eigen ontwerpafdeling is geen must, maar medewerkers die zo'n proces goed kunnen leiden en voor architecten en constructeurs aanvaardbare gesprekspartners zijn, hebben meestal een andere benadering dan de medewerkers die succes in de uitvoering hebben."

Allianties

Scheublin zegt tot slot goede ervaringen met allianties te hebben. In een alliantie vormen alle partijen in een bouwproces samen één organisatie, die voor gezamenlijke rekening en risico het bouwwerk realiseert. Kleine partijen kunnen voor een klein percentage participeren, terwijl grote partijen een relatief groot aandeel aanvaarden. Winst en verlies worden gedeeld. Het is daarbij niet relevant bij welke partij iemand in dienst is, allen werken voor dezelfde alliantie en met hetzelfde doel, namelijk samen een goed resultaat bereiken. In een alliantie is ook de opdrachtgever partij. Wordt het budget overschreden, dan moet ook de opdrachtgever zijn aandeel in de extra kosten bijdragen. Blijft men onder het budget, dan deelt ook de opdrachtgever in de winst. "De alliantie is een verrassende samenwerkingsvorm," zegt Scheublin. "Er worden tijdwinsten van tien procent en kostenreducties tot dertig procent gemeld. HBG heeft besloten om nog dit jaar een proefproject in de utiliteitsbouw op te zetten. De alliantie lijkt laagdrempelig en voor veel ondernemers, groot en klein, bereikbaar. Wel is het noodzakelijk dat men de gemeenschappelijke doelstelling onvoorwaardelijk steunt en dat men vertrouwen in elkaar heeft. En dit laatste wil in het bouwproces nog weleens ontbreken!"

Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl