G.K.I. Ang, plv. directeur directie Ontwerp & Techniek, Rijksgebouwendienst (2000)

Bouwprocesinnovatie: de vraag centraal

Door verschillende trends binnen en buiten de bouw zal de bouwopgave ingrijpend veranderen. De focus zal steeds meer op de eindgebruikers worden gericht - de vraag komt centraal te staan. Daarnaast neemt de invloed van ICT-ontwikkelingen toe. Door deze trends zal de bouwopgave veranderen richting consumentgerichte productontwikkeling, het gebouw als bedrijfsmiddel, industrieel bouwen, voorwaartse integratie en risicobeheersing in nieuwe contractvormen. Het investeren in de nodige kennisontwikkeling wordt met de dag meer urgent. Een gesprek over deze materie met ir. George K.I. Ang, plaatsvervangend directeur van de Directie Ontwerp & Techniek van de Rijksgebouwendienst.

Volgens Ang zijn er tal van aanleidingen om in de bouw anders en beter te gaan werken. Consumentgerichte productontwikkeling staat daarbij voorop. Hij zegt: "Bij een consumentgerichte aanpak van de aanbiedingen moet de aanbieder in concepten kunnen denken en verschuift de 'regie' van de uitvoeringsfase naar de ontwerpfase, om zo dichter bij de consument te kunnen komen. Tot nu toe is er echter nog geen 'trekkende' partij die het hele systeem overziet en die onafhankelijk van de fragmentatie en segmentatie in de bouw risicodragend kan en wil opereren. Het zo belangrijke conceptdenken blijft daarom beperkt tot 'oude wijn in nieuwe zakken'. Zonder een fundamentele omslag in de werkwijze zal er geen sprake kunnen zijn van daadwerkelijke vernieuwing en innovatie in de bouwkolom. Een betere samenwerking, met name tussen de vakdisciplines in de bouwbedrijfskolom, is hoogstnoodzakelijk!" Volgens Ang leiden de genoemde trends er ook toe dat de vraag aan bouwbedrijven meer zal worden gericht op de functionele kwaliteit van het gebouw als eindresultaat, dan op de technische kwaliteit van de afzonderlijke gebouwdelen, elementen of materialen. "De afstemming van ontwerp, uitvoering en beheer is daarbij cruciaal en vereist eveneens een betere samenwerking in de bouw," zo zegt hij.

Integrale aansturing

"Belangrijk is vervolgens de procesoptimalisatie," aldus Ang. "Om adequaat op de vraagontwikkeling in de bouw in te kunnen spelen, zal allereerst een integrale aansturing van het hele ontwerp- en bouwproces moeten worden georganiseerd en gesanctioneerd. Daarbij moet van organisatorische principes worden uitgegaan die de afstemming van ontwerp en uitvoering waarborgen. In dat geval levert terugkoppeling uit uitvoering, beheer en onderhoud structureel leereffecten en verbeterings-mogelijkheden op. Bovendien kunnen dan de grote afbreukrisico's in de bouw beter worden beheerst." Daarnaast zullen, ondersteund door ICT en beter informatie-management, interessante mogelijkheden ontstaan om zowel de doorlooptijden verantwoord te verkorten als de kwaliteit van het eindresultaat beter te waarborgen. George Ang: "Juist deze opties passen in een gemeenschappelijk belang van vrager en aanbieder, maar vereisen het vertrouwen dat de aanbiedende partijen hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor datzelfde eindresultaat onderling goed regelen."

Kaders voor samenwerking

Volgens Ang zal een zich op kerntaken terugtrekkende overheid haar bouwopdrachten steeds meer in de vorm gieten van vragen om totaalproducten en om kwaliteitswaarborgen in de eindresultaten, op basis van functionele eisen. Deze komen dan waar mogelijk in de plaats van de gefragmenteerde vragen om ontwerp- en bouwproducten op basis van voorgeschreven technische oplossingen. "Dit leidt tot kansen voor het ontwikkelende bouwbedrijf om via procesoptimalisatie het voortouw te nemen!" zegt Ang. De partijen in de bouw hebben volgens hem een belangrijke kans om op deze ontwikkelingen in te spelen, bij de uitvoering van het clusterbeleid voor de bouw van het Ministerie van Economische Zaken. Dit beleid voorziet in taakstellingen voor 'bouwende' departementen om bouwprojecten via innovatieve aanbestedingsvormen op de markt te brengen. Deze taakstellingen bieden geschikte kaders voor een gerichte samenwerking tussen die departementen, bouwbedrijven en kennisinstellingen. Ang: "Deze samenwerking zal bij de uitwerking van die taakstellingen concreet vorm kunnen krijgen in het totale proces van selectie, aanbesteding, ontwikkeling, ontwerp, uitvoering, oplevering en nazorg. Dit kan door waar mogelijk te bevorderen dat de problemen en risico's van deze nieuwe werkwijzen gezamenlijk onder ogen worden gezien en worden opgelost, aan de hand van voortschrijdend inzicht op basis van 'best practices' en de wisselwerking tussen onderzoek en praktijk daarbij." De Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat hebben inmiddels initiatieven genomen om zo'n wisselwerking op gang te brengen. De Rijksgebouwendienst werkt momenteel aan een samenwerkingsverband met de technische universiteiten, om te beginnen met de afdelingen Bouwmanagement (Bouwkunde) en Integraal Ontwerpen (Civiele Techniek) van de TU Delft en P3BI van de TU Twente. Dit samenwerkingsverband moet leiden tot vraaggestuurd onderzoek en (afstudeer)onderwijs, uitgaande van het inzicht in deze 'best practices'. Van Rijkswaterstaat, als grote opdrachtgever en beheerder, zal in het bijzonder een voorbeeldfunctie worden verwacht, die van grote invloed zal zijn op de grond-, weg- en waterbouw.

Nieuwe contractvormen

Van belang zijn nog de nieuwe contractvormen in de bouw. De samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven in nieuwe contractvormen is actueel door de keuze voor PPS-constructies bij de uitvoering van projecten, zowel in de fysieke infrastructuur als in de vastgoedontwikkeling rond de vervoersknooppunten in de grote steden. George Ang zegt: "Het gaat erom dat door een bundeling van kennis en kunde van overheid, markt en kennisinstituten betere producten tot stand komen. Aanbieders in de bouw zullen namelijk met uiteenlopende contractvormen te maken krijgen, waarbij meer zekerheden, dat wil zeggen kwaliteitsgaranties, over het totaalresultaat zullen worden gevraagd. Op grond van ervaringen in andere takken van industrie kunnen ook in de bouwnijverheid initiatieven worden ontwikkeld om tot betere vormen van samenwerking te komen. Deze maken het mogelijk aanbiedingen te doen waarin ontwerp, uitvoering en exploitatie tot een geheel zijn gekoppeld. Vooral in de procesindustrie zijn hiermee, door de introductie van zogenoemde alliantievormen, opmerkelijke successen op het gebied van kostenbesparing en bouwtijdverkorting geboekt."

Waarom, tot slot, moet de bouw anders en beter werken, als de bouw 'barst' van het werk? Ang: "Omdat er nu mogelijkheden zijn om te investeren in de ontwikkelingen en nieuwe werkmethoden die straks noodzakelijk zijn om de continuïteit in de bouw te kunnen waarborgen!"

Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl