|
||
|
D.K.J. Tommel, directeur van het Nationaal Woning Instituut (2000)
Over de waarde van het bestand achter de siteNu Internet naar een landelijke dekking groeit, neemt ook het belang van al langer bestaande sites op het net heel snel toe. Dit is bijvoorbeeld zo met de site van het Nationaal Woning Instituut (NWI). Momenteel worden op deze site zo'n 23.000 woningen te koop of te huur aangeboden. Niet alleen de trefkans van het aanbod neemt met de dag toe, maar ook de waarde van het databestand dat inmiddels via deze ICT-toepassing is opgebouwd. Het NWI begon met de Internetsite in februari 1998. In feite werden daarmee verschillende initiatieven samengevoegd, van de Vereniging Eigen Huis, het Kadaster en een aantal woningcoöperaties. In relatie tot de site wordt De Officiële Huizenkrant uitgegeven. Deze verschijnt elke woensdag als bijlage bij de Telegraaf. Alle aanbieders van koop- en huurwoningen kunnen hun aanbod op de site zetten. Dit kost ongeveer negentig gulden per maand, ongeacht het aantal aangeboden woningen en inclusief vermeldingen in De Officiële Huizenkrant. De site is actueel (vandaag aangeboden woningen staan morgen op Internet), aantrekkelijk (elke woning wordt voorzien van een omgevingskaart met aanvullende informatie en een routeplanner van adres tot adres) en wordt druk bezocht (onder meer via de doorklikmogelijkheid op de site van de Telegraaf). Momenteel staat een kleine vijftig procent van de aangeboden koopwoningen op de site van het NWI. Het percentage huurwoningen, een markt die wat meer lokaal is georiënteerd en met betrekking tot nieuwe media wat stroever in beweging lijkt te komen, is beduidend kleiner. Het grote aantal bezoekers van de site is wellicht een graadmeter voor de trefkans van de aanbieding, maar zeker is dat niet. "Ik zou dat natuurlijk wel graag willen weten," zegt Dick Tommel, directeur van het NWI, "maar degenen die ermee werken, hoor je daar niet zo snel over. Ik moet er dus een slag naar slaan, maar ik denk dat in ieder geval een redelijk groot percentage van de mensen via onze site in combinatie met de krant tot een voorselectie komt van huizen waarin ze interesse hebben." AnalysesIn het bestand van het NWI zit niet alleen het actuele aanbod van woningen, maar ook de historie van verkochte en verhuurde woningen. Daardoor is via deze ICT-toepassing een waardevol instrument ontstaan om - bijvoorbeeld met het oog op adequate bouwprognoses - zicht op de lokale, regionale en nationale woningmarkt te krijgen. Op basis van de gegevens van het NWI konden in de afgelopen maanden bijvoorbeeld cijfers worden gepubliceerd over de verschillen in prijsstijgingen ten aanzien van eengezinswoningen en appartementen, de regionale (im)populariteit van verschillende typen woningen en de toepasselijkheid van de individuele koopbijdrage per provincie (in de provincie Utrecht van toepassing op 2,9% van de woningen, in Zeeland op 34% van de woningen). Tal van andere analyses en berekeningen op basis van het bestand, tot en met de ontwikkeling in de loop der jaren van vraag- en verkoopprijzen per postcodegebied, zijn voorstelbaar. Het NWI is van plan dergelijke gegevens periodiek op eigen initiatief te gaan publiceren en levert daarnaast gegevens aan in opdracht van derden. "Je kunt hele interessante gegevens uit dat bestand halen," zegt Tommel, "en in de toekomst zullen we op basis daarvan nog veel interessante conclusies kunnen trekken. Op dit moment bespreken we met het NVOB de mogelijkheid om tot één integrale rapportage over de stand van zaken op de woningmarkt te komen. Ik denk dat wij daar een zinvolle bijdrage aan kunnen leveren - als leverancier van gegevens althans, wij zijn geen onderzoeksinstituut." IntegratieDe kracht van ICT zit vaak vooral in de mogelijkheid om bestanden aan elkaar te koppelen. Op de woningmarkt is dat niet anders. In feite geven diverse bestaande databestanden en informatiestromen alle een beeld van een deel van de werkelijkheid. Dat beeld is pas compleet na samenvoeging van de beschikbare gegevens. Denkbaar is een combinatie van bestanden als die van het Kadaster, de NVM en het NWI, waarbij dan bijvoorbeeld ook nog kan worden gedacht aan een toevoer van gegevens vanuit bestanden als die van SWK en Woningborg. "Een hele interessante opzet," zegt Dick Tommel, "waaraan wij vanuit ons eigen bestand met alle plezier een bijdrage willen leveren. Wat dat betreft is het van ontzettend groot belang dat we langzamerhand werk gaan maken van meer uniformiteit in onze datasystemen. Voor de transparantie van de woningmarkt zou dat in ieder geval fantastisch zijn. En hoe transparanter de woningmarkt is, hoe beter dat voor de bouwers is. Ik denk daarom dat het streven van het NVOB om tot een integratie te komen van alle verschillende informatiestromen in de woningmarkt, in samenwerking met een aantal kennisinstituten, een hele goede gedachte is." De site van het Nationaal Woning Instituut en De Officiële Huizenkrant is te vinden op www.doh.nl. Huurwoningen staan bovendien op een aparte site, op www.huurnet.nl. Verschenen in: Grootbedrijf, NVOB, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |