C.J. Vriesman, directeur-generaal van het ministerie van VROM (1997)

"Woningvoorraad in 2030 is voor tachtig procent nu al gebouwd"

De relatie tussen het landelijk bouwbeleid en de ruimtelijke inrichting van Nederland, de uitgangspunten bij een herschikking van de ruimte en VINEX versus herstructurering: dat zijn de onderwerpen voor een gesprek met ir. C.J. Vriesman, directeur-generaal van de ruimtelijke ordening van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Gevraagd naar de relatie tussen het landelijk bouwbeleid enerzijds en de ruimtelijke inrichting van Nederland anderzijds, benadrukt Vriesman dat in de eerste plaats continuïteit van groot belang is voor het bouwbeleid. "Dat wil zeggen dat de bouwwereld behoefte heeft aan duidelijkheid en meerjarige zekerheid over de voorwaarden waaronder bouwinvesteringen plaatsvinden," zo zegt hij. Vriesman wijst erop dat de ruimtelijke inrichting van Nederland daar op verschillende overheidsniveaus een bijdrage aan levert. Op rijksniveau zijn dat VINEX en Ac-VINEX (Actualisering VINEX), waarin voor de periode tot 2010 het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening is vastgelegd. Daarnaast zal in de Vijfde nota over de ruimtelijke ordening, die momenteel wordt voorbereid, het perspectief op lange termijn worden ontwikkeld. Vooruitlopend op de Vijfde nota en op de sectornota's met ruimtelijke gevolgen die op andere departementen worden gemaakt, zal een 'houtskoolschets' worden opgesteld die als een richtinggevende voorstudie moet worden beschouwd. "In de tweede plaats," zo vervolgt Vriesman, "zijn er rijksuitgaven met consequenties voor het bouwbeleid aan de orde. In de ruimtelijke nota's worden geen concrete beslissingen over bouwinvesteringen genomen. Dat gebeurt bijvoorbeeld wel in ICES-kader, met grote medebetrokkenheid van de ruimtelijke ordening. In dat verband wil ik met name de grote investeringen noemen ten behoeve van de bereikbaarheid en de vitaliteit van de steden, die bij het regeerakkoord zijn afgesproken." In de derde plaats noemt Vriesman nog de planprocedures, die ook van belang zijn voor het bouwbeleid. Hij zegt: "De bouwwereld heeft behoefte aan korte heldere planprocedures, waarop ondernemers goed kunnen inspelen. In het regeerakkoord is afgesproken dat door middel van goed procesmanagement geprobeerd zal worden om winst te behalen in tijd en kwaliteit, onder meer door met betrokkenen interactief samen te werken. Uiteraard zal dit dan met behoud van rechtsbescherming gebeuren."

Stedenland-plus

De 'meerjarige zekerheid over de voorwaarden waaronder bouwinvesteringen plaatsvinden' zoals Vriesman het formuleert, moet volgens hem zeker ook worden gegeven ten aanzien van de uitgangspunten bij een herschikking van de ruimte. In het regeerakkoord is afgesproken dat bij de voorbereiding van de Vijfde nota zal worden uitgegaan van de hoofdlijnen van 'Stedenland-plus'. Dit is het advies van de VROM-raad waarin de compacte-stad-benadering wordt aanbevolen, aangevuld met een beheerste ontwikkeling van regionaal gedifferentieerde corridors. "Daarmee wordt ingespeeld op de uitdrukkelijke wens van het bedrijfsleven," aldus Vriesman, "waaronder de bouwwereld, om meer bedrijfslocaties op goed bereikbare plaatsen te realiseren. Wij gaan dit nu uitwerken in de Vijfde nota. Het is daarbij zeker niet mijn bedoeling om het beleid in VINEX en Ac-VINEX bij het oud vuil te zetten. Sterker nog, in het regeerakkoord wordt juist Ac-VINEX aanvaard als leidraad met enkele mitsen en maren, die echter alleen maar aanvullend zijn. Als we wel afstand van dat beleid zouden nemen, zouden we geen betrouwbare partner voor de andere overheden en de bouwwereld zijn. Er is ook geen aanleiding voor. In het kader van de Vijfde nota kan wel blijken dat het gewenste lange-termijnbeleid al op korte termijn bijstellingen noodzakelijk maakt, maar ik verwacht niet dat dat grote gevolgen zal hebben."

VINEX versus herstructurering

In deze aflevering van Partners in bouwen is 'VINEX versus herstructurering' een belangrijk thema. Hoe kijkt Vriesman naar VINEX en herstructurering als het gaat om ruimtelijk beleid? "De VINEX-locaties liggen nu goed onder stoom," zegt hij. "Dat betekent dat in korte tijd een flink aanbod van kwalitatief zeer concurrerende woningbouw op de markt komt. In een wat ontspannen woningmarkt zal dat zeker gevolgen hebben voor dat deel van de bestaande woningvoorraad dat als gevolg van tekortschietende kwaliteiten in een slechte concurrentiepositie verkeert. De mogelijke problemen die daardoor zouden kunnen ontstaan, moeten we niet zonder meer oplossen door temporisering van de VINEX-bouwstromen. Het probleem zal bij de bron moeten worden aangepakt en dat wil zeggen herstructurering van delen van de bestaande voorraad. Er zal een kwalitatief hoogwaardig concurrerend woonmilieu in de steden moeten worden gecreëerd. In het beleid wordt daar al op ingezet, onder meer door de beschikbaarstelling van aanzienlijke geldstromen." Ten aanzien van de herstructurering constateert Vriesman dat die na een aarzelende start nu goed op gang komt. "Herstructurering is het sleutelwoord voor de ontwikkelingen in de toekomst," zo zegt hij. "Steeds meer bouwactiviteiten zullen gaan plaatsvinden in bestaand stedelijk gebied en er zal steeds minder sprake zijn van investeringen in zogenoemde uitleggebieden. De ruimtelijke ordening wordt steeds meer 'transformatieplanologie', die richting geeft aan veranderingen in het stedelijk gebied. Die veranderingen zullen elkaar in steeds hoger tempo gaan opvolgen. De uitdaging zal zijn om in die dynamiek toch een hoge ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Ik hoop dat de bouwwereld hier pro-actief op zal gaan inspelen. Er liggen daar in ieder geval ook voor de bouwwereld erg veel kansen. Immers, ook in 2030 zal de woningvoorraad nog voor tenminste tachtig procent bestaan uit wat er nu al is gebouwd."

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl