|
||
|
H.J. van Herwijnen, directeur van de Vereniging Eigen Huis (1997)
Eigen-woningbezitters: geef hen de ruimteWie weet wat de woonconsument wil? Toch in eerste instantie drs. H.J. van Herwijnen, directeur van de Vereniging Eigen Huis en in die hoedanigheid de spreekbuis van 500.000 eigen-woningbezitters. Van Herwijnen heeft ernstige bedenkingen bij onderdelen van het VINEX-beleid en bij de herstructurering van stedelijke gebieden. In een gesprek met hem pleit hij voor aanpassingen van het VINEX-beleid en plaatst hij vraagtekens bij de rol van de eigen-woningbezitter als motor van de herstructurering. De wensen van de eigen-woningbezitters zijn stabiel. Marktonderzoek onder woonconsumenten laat steevast een aantal duidelijke kernpunten zien. De eigen-woningbezitter wil in de eerste plaats in overgrote meerderheid een eengezinswoning (88%), met een tuin (76%) en zonder moderne architectuur maar traditioneel gebouwd (60%). Uit nieuw onderzoek blijkt dat 50% een extra kamer beneden wil, nu als werkkamer en straks als slaapkamer, om bij vergrijzing zo lang mogelijk in het eigen huis te kunnen blijven wonen. Haaks op elkaar"Het probleem is nu," aldus Van Herwijnen, "dat tussen deze wensen van de woonconsumenten enerzijds en het VINEX-beleid anderzijds zich een geweldig spanningsveld gaat ontwikkelen. In VINEX heeft men het over efficiëntere infrastructuren en compact bouwen in verband met de mobiliteit en de betere bereikbaarheid met het openbaar vervoer. Los van het feit dat deze argumenten nou niet zo verschrikkelijk hard worden gemaakt, zie je dat de wensen van de woonconsumenten er voor een groot deel haaks op staan. Dus zitten we met een probleem. Nu kun je natuurlijk doen of je neus bloedt en die locaties ontwikkelen onder de huidige VINEX-voorwaarden en wel zien wat ervan komt. Maar dat hebben we vijftien jaar geleden al eens meegemaakt, toen de woningmarkt verstopt zat met woningen die je aan de straatstenen niet kwijt kon en die met veel kunstgrepen en subsidies in huurwoningen moesten worden omgezet. Bouwondernemers en projectontwikkelaars zullen dat naar mijn idee niet nog eens laten gebeuren!" Soepel aanpassenVan Herwijnen acht het daarom niet uitgesloten dat de plannen onder de huidige VINEX-voorwaarden papieren plannen zullen blijven. Hij betwijfelt geenszins het principe van het VINEX-beleid, vindt het bouwen aan stedelijke gebieden geen onverstandige keuze, maar vindt wel dat een aantal uitgangspunten soepel aangepast moet kunnen worden. "Dan heb ik het bijvoorbeeld over het groene hart van de Randstad," zo voegt hij eraan toe. "Naar mijn vaste overtuiging is het in het voordeel van de totale volkshuisvesting in Nederland om niet zo star vast te houden aan de opvatting dat het groene hart een prachtig natuurgebied is waar toeristen zich aan komen vergapen. Want dat is absoluut niet waar natuurlijk. Het groene hart is in hoofdzaak een agrarisch gebied waarin een boerderij niet meer leuk en aardig is, maar een milieuvervuilend bedrijfje met allemaal silo's eromheen. Laten we nou toch op korte termijn echt bereid zijn om vanuit deze gegevens en gelet op de grote behoefte aan eigen woningen, op een soepele manier met VINEX om te gaan zonder het principe ervan prijs te geven." Romantische ideeënDe bedenkingen van Van Herwijnen bij de herstructurering van stedelijke gebieden zijn van een geheel andere aard. Hij zegt: "In allerlei artikelen die ik daarover lees is de eigen-woningbezitter ineens de absolute modelburger van Nederland geworden. Alsmaar wordt het argument gebruikt dat het de stabiliteit en de afname van de criminaliteit in verpauperde stedelijke gebieden ten goede komt als je daar meer eigen-woningbezit zou hebben. Ik vind dat een leuk compliment voor onze vijfhonderdduizend leden, maar dit soort romantische ideeën, dat schiet natuurlijk niet op. Eigen-woningbezitters gaan een schuld aan gelijk aan de prijs van het huis en nemen natuurlijk niet het risico van waardevermindering van de woning in zo'n gebied. Zij laten zich echt niet leiden door een snorkend verhaal van een wethouder hoe mooi bepaalde wijken in de stad zijn geworden. Laat die man die huizen zelf kopen! Het is met andere woorden absoluut irreëel om het eigen-woningbezit te gebruiken als motor om in bepaalde gebieden een betere structuur te krijgen, ook in sociale zin." Virtual realityWat betreft de wensen van de woonconsument op de lange termijn - we bouwen immers nu ook voor de toekomst - is Van Herwijnen tot slot wat terughoudend. Hij waarschuwt om eenieder te wantrouwen die zich als goeroe opwerpt en zegt zeker te weten hoe volgende generaties hun specifieke woonomgeving ingericht willen zien. "Daar zitten te veel ontwikkelingen in die wij op dit moment niet kennen," zo zegt hij. "Natuurlijk moeten we rekening houden met ontwikkelingen op het gebied van telematica, thuiswerken enzovoort. Maar ik weet echt niet wat we nog allemaal kunnen bereiken aan virtual reality in de woon-werksituatie en welke veranderingen dat met zich mee zal brengen in onze mobiliteit en wijze van wonen. Wie weet dat wel? Welk houvast hebben we? Niet zoveel landen zijn ons nog voor op dit gebied. Het enige waar ik van overtuigd ben, is dat we op de lange termijn in ieder geval grote problemen krijgen als star wordt vastgehouden aan alle punten en komma's in het huidige VINEX-beleid!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |