|
||
|
P.Ph. Dordregter, directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (1997)
Een positie aan de zijlijn, maar zeker niet buitenspelIn bouwend Nederland lijkt het alsof de gemeenten uitsluitend een rol op de achtergrond spelen, maar volgens drs. P.Ph. Dordregter is dat schijn. Gemeenten staan immers niet onverschillig tegenover de kwaliteit van de lokaties binnen hun grondgebied. "De gemeenten maken plannen," zegt Dordregter, "maar zijn afhankelijk van derden bij de invulling daarvan. Ze zijn geen onverschillige toeschouwer, maar leggen met een bestemmingsplan een bepaalde kwaliteit neer. De inrichting van de openbare ruimte bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van de lokatie. De gemeente draagt daarvoor de eindverantwoordelijkheid, maar tracht derden te bewegen daar een bijdrage aan te leveren in geld en kwaliteit." Dordregter is directeur van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De gemeente als uitvoerder in de bouw? Vroeger hadden de gemeenten nog eigen bestratingsdiensten, maar die zijn bijna alle afgestoten. De gemeente als kwaliteitsbewaker? Bij aanbestedingen let men er wel op of de bedrijven solvabel en bonafide zijn, maar bijvoorbeeld ISO-certificering wordt niet standaard geëist. De gemeente als projectontwikkelaar? Sommige - prestigieuze - projecten zijn wel door een gemeente opgezet, zoals de Kop van Zuid in Rotterdam en de projecten rond Scheveningen, maar het aantal is zeer gering. De gemeente als beschermer van eerdere investeringen? Neen, want gemeenten kunnen maar zeer beperkt, of eigenlijk helemaal niet, de belangen van verschillende ondernemers ten opzichte van elkaar afwegen. "Enige sturing van bouwactiviteiten is soms wel wenselijk," zegt VNG-directeur Dordregter, "maar dat lukt niet gemakkelijk. De gemeenten hebben daar de instrumenten niet voor. Misschien willen we dat ook niet in ons land - we hebben uiteindelijk een vrije markt. Ik hoor de mensen soms wel klagen dat ze het eigenlijk niet eens zijn met de uitkomsten van de vrije markt, omdat er dan bijvoorbeeld weer een kantoor of een aantal woningen leegstaat, maar de gemeenten beslissen daar niet over. Als aan de bouwverordeningen, de milieuverordeningen en de bestemmingsplan-voorschriften wordt voldaan, dat is het voor de gemeenten 'einde verhaal'." Co-productiesIn bouwend Nederland staan de gemeenten dus aan de zijlijn, maar dat is altijd nog een betere positie dan buitenspel. Vanaf de rand van het speelveld kunnen immers anderen worden gestimuleerd om initiatieven te nemen. Derden kunnen inspelen op het beleid dat door de gemeenten is uitgezet. "Dat gebeurt niet altijd in een publiek-private samenwerking," zegt Dordregter, "maar wel in een soort co-productie-situatie waarin anderen worden uitgenodigd om op bepaalde projecten in te gaan. Dit zijn dan co-producties met beleggers of woningcorporaties waarbij uiteindelijk iedereen de eigen verantwoordelijkheid draagt. Maar wel is er dan een gemeenschappelijk belang waardoor gemeenten met beleggers of woningcorporaties tot convenanten kunnen komen of afspraken kunnen maken om uit te gaan van een gemeenschappelijke doelstelling en daar vorm aan te geven. Momenteel is er een neiging bij veel gemeenten om op deze manier anderen te stimuleren tot initiatieven te komen. Er is wat dat betreft een grotere mate van bereidheid om met derden zaken door te praten, vooral ook omdat de situaties doorgaans veel complexer zijn dan vroeger." Belanghebbenden samenbrengenEen positie aan de zijlijn geeft vaak een beter overzicht dan een plek in het veld. "Wat de gemeenten daarom voortdurend moeten doen," aldus Dordregter, "is bekijken hoe de onroerend-goed-situatie zich in het eigen territoir ontwikkelt en van daaruit initiatieven ontplooien om betrokkenen bij elkaar te brengen. Dat staat nog in de kinderschoenen, want het is niet gemakkelijk, maar het krijgt op dit moment wel de aandacht. Bijvoorbeeld wanneer door bepaalde ontwikkelingen een waardedaling in een wijk ontstaat, een vermindering van appreciatie, of als er winkels worden dichtgetimmerd omdat de winkelpatronen veranderen, dan kunnen de gemeenten de verschillende belangen bij elkaar brengen - van de positie van het onroerend goed tot en met de sociale aspecten van de buurt. De gemeenten kunnen daar een actieve rol in hebben. Natuurlijk geeft dat vaak een kakofonie van stemmen, maar het gebeurt in toenemende mate dat wethouders op deze wijze met problemen van bestaande wijken proberen om te gaan. De gemeenten zijn wat dat betreft zeer geïnteresseerd in de nieuwe beleidslijn van VROM om inhoud te geven aan de zogenoemde herstructurering." BouwopdrachtenEén rol van de gemeenten bleef nog onbesproken: de gemeente als opdrachtgever. Dordregter verwacht dat de aannemers in de komende jaren nog behoorlijk wat opdrachten van gemeenten tegemoet kunnen zien. Allereerst zullen die de wegenbouw betreffen: binnen de bebouwde kom (denk aan de inrichting van 30-km-zones), in uitbreidingslokaties en voor de verdere ontsluiting van buitengebieden. Op de toekomstige vraag naar gemeentelijke gebouwen heeft Dordregter minder zicht, "maar," zo zegt hij tot slot, "de gemeenten zullen blijven zoeken naar een zo efficiënt mogelijk gebouwenbeheer. Dat kan betekenen dat men kleine panden zal afstoten en gemeentelijke diensten op één lokatie gaat concentreren, zoals bijvoorbeeld met het Haagse stadhuis is gebeurd. Ook deze ontwikkeling zal her en der voortgaan." Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |