|
||
|
C.J.M. Weeber, voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (1997)
De architect en de aannemer samen door een deurDe haat-liefde-verhouding tussen de architect en de aannemer is gebaseerd op het gegeven dat ze elkaar nodig hebben. Zonder ontwerp is (complexe) bouw niet mogelijk, zonder bouw is een ontwerp nutteloos. Zo ver gaat de liefde. Verder vindt de aannemer de architect maar een bemoeiziek baasje en wantrouwt de architect de aannemer als die op zijn manier met het ontwerp aan de slag gaat. In deze oer-Hollandse opstelling zit nu enige beweging. Met name het uitvoerend bouwbedrijf ziet nadelen in deze traditionele scheiding van ontwerp en uitvoering en probeert meer en meer de ontwerpkant naar zich toe te trekken. Daarnaast zijn er architectenbureaus die de uitvoeringskant, dat wil zeggen de coördinatie van de onderaannemers, in eigen huis halen. Carel Weeber, voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, ziet zelf vooralsnog weinig heil in deze integratie van ontwerp en uitvoering. Weeber juicht een geïntegreerde aanpak op zich wel toe. Hij wijst erop dat in andere industrieën, bijvoorbeeld de autoindustrie en de meubelindustrie, ontwerp en uitvoering vaak al in één bedrijf geïntegreerd zijn geweest. In landen buiten Europa zijn het ontwerp en de uitvoering ook in de bouw al van oudsher geïntegreerd uitgevoerd. "In Japan is dat volstrekt gebruikelijk," weet hij uit eigen ervaring. "Traditioneel liggen de verhoudingen daar anders en heeft de aannemer een andere houding ten opzichte van het ontwerp. Voor een Japanse aannemer is het ontwerp heilig, bij ons is het ontwerp vogelvrij - zo zit het een beetje. Dat Japanse model werkt vrij behoorlijk en ik ben het daarom wel eens met die ontwikkeling naar integratie. Alleen moeten we nog heel veel doen aan elkaars opvoeding, want het vraagt toch een hele andere benadering van de partijen onderling. Het lijkt mij in principe een ideale situatie, maar het is in Nederland vooralsnog een illusie." Estafettestokje"Juist omdat het, gezien de traditie in Nederland, energieverkwistend is om zo'n integratie op korte termijn na te streven," zo vervolgt Weeber, "lijkt het mij beter dat architecten en aannemers samen aan een betere overdracht gaan werken. In dat overdrachtsproces van ontwerp naar uitvoering is er sprake van erg veel wrijvingsverlies. Voor een complex gebouw duurt het soms maanden voordat iedereen begrijpt waar het eigenlijk over gaat. Allereerst komt dat doordat niet altijd alle tekeningen er al zijn en in de tweede plaats hebben de aannemers een beetje de neiging om wel te zien wat er gebeurt tijdens de bouw - in Nederland improviseert men tijdens de bouwfase heel sterk. Het lijkt me echter gewenst als er een betere overdracht zou plaatsvinden: we moeten meer oefenen in het overdragen van het estafettestokje." Hoeveelhedenstaat en bouwvoorbereidingOm het stokje beter over te dragen, moet de een het beter afgeven en de ander het beter aannemen. Over de rol daarbij van de architect zegt Weeber: "Ik ben er vóór dat de architect verplicht is om een hoeveelhedenstaat te leveren. Die hoeveelhedenstaat moet dan bindend zijn voor de calculatie. Het ontwerp vertalen in hoeveelheden is niet verplicht in Nederland. In Engeland wel, alles wordt precies uitgetrokken en zo hoort het ook. Een Japanse begroting voor een beetje groot gebouw is een boek van een paar honderd pagina's, waarin alles tot in alle onderdelen is uitgetrokken. Ik zou willen dat wij dat in Nederland ook zouden moeten doen. Vanuit de bouwwereld zou richting opdrachtgevers moeten worden uitgelegd dat dat een goede zaak zou zijn. In het verleden zijn wel pogingen ondernomen met een elementenbegroting, maar het feit alleen al dat er verschil bestaat tussen een zogenaamde directiebegroting en een aannemersbegroting, laat zien dat daarbij geen nauwkeurige overdracht plaatsvindt." En over de rol van de aannemers in een beter overdrachtsproces zegt Weeber: "Zorg dat er tijd is om de bouw voor te bereiden, pak daar een paar maanden voor. Begin bijvoorbeeld niet meteen na de aanbesteding met bouwen. Maak aan de opdrachtgever duidelijk dat je voldoende tijd wilt hebben om een goed product te maken. Helaas wil men dat vaak niet, men is niet echt bereid om de bouw gedegen voor te bereiden." Nog goedkoper?Weeber vindt dat het tijd is dat architecten en bouwers met elkaar aan tafel gaan zitten om dergelijke starre tradities in het bouwproces ter discussie te stellen. Voor dat overleg heeft hij nog een agendapunt: de neerwaartse spiraal in Nederland om goedkoper te bouwen met minder technische kwaliteit. Weeber is niet te spreken over die technische kwaliteit en somt zo een aantal tekortkomingen op: de beperkte hoogte van woonlagen, de loop van leidingen door de woningen, de steilte van de trappen enzovoort. Hij trekt daarvoor overigens, namens de Nederlandse architecten, ook zelf het boetekleed voor aan. Hij zegt tot slot: "Wij zijn met z'n allen ontzettend uit op bezuinigen in de bouw. Pas geleden stond er weer een artikel in de krant: sociale woningbouw kan nog goedkoper. Nou ja, ga je gang. Maar in dit rijke land is het toch een idiote tendens om alsmaar goedkoper te willen bouwen, terwijl het langzamerhand tijd wordt om te zeggen: mensen, jullie willen kwaliteit, misschien moet het wel iets duurder worden!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |