|
||
|
C.J. Harthoorn, keramist (1992)
De panden aan de gracht: nostalgie in keramiekDe drie panden Kromme Nieuwegracht 6, 8 en 10, maar dan veertig keer verkleind en minutieus nagemaakt van geglazuurde klei - dat was het personeelscadeau aan de directie ter gelegenheid van alle feestelijkheden in 1992. Adviseur Rob Velthuis mocht het kunstwerk tijdens de opening van het nieuwe gebouw aan de heren Cohlst en Kronemeijer aanbieden. Wij van Ubo had een gesprek met de maker ervan: Cornelis Jan Harthoorn. De heer Harthoorn heeft jarenlang gewerkt als kok en banketbakker. Bijna zes jaar geleden werd hij echter arbeidsongeschikt. "Iemand die altijd een arbeidszaam leven heeft gekend, kan niet zomaar van de ene op de andere dag achter de geraniums gaan zitten," zegt hij. "Ik kon dat niet accepteren en ik ben begonnen met wat ik wél voor mogelijkheden had." Harthoorn maakte een klein vlak geveltje van geglazuurde klei, nog niet wetend dat hij daarmee het begin maakte van een exclusieve en inmiddels befaamde collectie bouwwerken. "Het Nederlands Ceramiek Museum in Leeuwarden adviseerde mij pas geleden nog: Harthoorn, wilt u zuinig zijn op uw eerste geveltjes, want u bent de enige in de wereld die dit werk maakt!" ExpositiesDe heer Harthoorn heeft inmiddels, naast een groot aantal ééndimensionele gevels, drieëndertig driedimensionele historische panden nagebouwd in de schaal 1 op 40 en drie panden in de schaal 1 op 20 (met het oog op een expositie in Madurodam). De meeste gebouwen heeft hij zelf gekozen, maar na zijn eerste expositie in maart 1988 is het aantal in opdracht gebouwde panden snel toegenomen. Momenteel houdt Harthoorn in het gemeentehuis van Meppel zijn achtentwintigste expositie. Het contact tussen de heer Harthoorn en Ubo Verzekeringen is gelegd door de heer J.W. Stegeman, tussenpersoon in de woonplaats van beiden: Hardenberg. De cadeaucommissie, bestaande uit Henk Otten, Wim van Rietschoten en Rob Velthuis, is vervolgens een keer met Harthoorn naar de Kromme Nieuwegracht geweest en heeft ook een expositie van zijn werk bezocht in Antwerpen. De beslissing dat Harthoorn de man was die het personeelscadeau moest maken, was daarna snel genomen. Kartonnen opzetWe vroegen de kunstenaar hoe hij te werk gaat. "Alvorens de klei eraan te pas komt, is al heel wat tijd verstreken," zegt Harthoorn vooraf. Hij gaat het gebouw eerst diverse keren bekijken, "omdat je zo'n gebouw als het ware moet 'opeten' voordat je er iets van kunt maken," zegt hij. Hij verricht metingen en laat ook foto's van het gebouw maken, bijvoorbeeld van de dakconstructies die van de straat af niet te zien zijn. Nadat hij alle gegevens heeft verzameld, maakt hij eerst een kartonnen opzet. Daarbij gaat het om de grote lijnen: de voor-, zij- en achtergevels, de tussenmuren, de vloeren, de tussenvloeren en de daken. Met deze kartonnen versie kan Harthoorn vooral beoordelen of alle onderdelen precies haaks op elkaar staan. Ook kan hij ermee berekenen hoeveel klei hij per onderdeel nodig heeft. SpritsdroogPas daarna wordt de klei er daadwerkelijk bij gehaald. Grote brokken van tien kilo versnijdt Harthoorn met een draadje in plakken, die hij vervolgens gaat uitrollen tot een centimeter dikte. Elke gevel maakt hij uit één stuk klei. Daarbij worden alle reliëfgevende elementen - sponningen, kozijnen, vensterbanken, luiken, trappen enzovoort - eruit gesneden of er met slib (tot yoghurtdikte verdunde klei) op aangebracht. Voor het glazuur in de gewenste kleuren moet Harthoorn per object op standaardrecepten voortborduren. Nadat hij de glazuur erop heeft aangebracht en als de klei "spritsdroog is," zegt de ex-banketbakker, "zo bros als sprits," dan gaat het gebouw met alles erop en eraan de oven in. Het stookproces duurt drie dagen, "want het bakken is belangrijk," zegt Harthoorn, "maar het terugkoelen is nog véél belangrijker!" Muur naar zijn grootjeMet één gebouw is Harthoorn, afhankelijk van de grootte, vaak maanden bezig. De drie panden aan de Kromme Nieuwegracht kostten hem driehonderdvijftig uur, "maar mijn vrouw zegt dat het er nog wel veel meer kunnen zijn," zegt hij. Harthoorn legt uit dat zijn werk vooral veel geduld vereist. Hij moet bijvoorbeeld heel voorzichtig met de klei omgaan en deze zo weinig mogelijk bewegen opdat er geen lucht in komt. "Lucht is de allergrootste vijand van klei. Als er een luchtbelletje van twee millimeter in zit, dan kan dat een heel bouwwerk verpulveren." Zelf heeft hij meegemaakt dat daardoor acht Amsterdamse gevels in de oven waren stukgegaan. Bovendien moet hij heel secuur te werk gaan. "Door één drukje met mijn vinger op zachte klei waarin ik net het reliëf van de stenen heb aangebracht, is mijn hele muur naar zijn grootje en moet ik opnieuw beginnen," zegt hij. Maar oefening baart kunst en Harthoorn beheerst het vak inmiddels als geen ander. "Mijn kleifabrikant in Haastrecht snapt niet hoe ik bouwwerken kan maken die kaarsrecht zijn. In de pottenbakkerswereld vinden ze dat onbegrijpelijk." Wat is dan het geheim van de smid? - vragen we hem tot slot. "Als banketbakker heb ik ook altijd strak moeten werken," zo zegt hij, "maar verder kan ik daar niets van zeggen!" kadertekstCornelis Jan Harthoorn werkt aan een overzicht van monumentale panden in de twaalf Nederlandse provincies. Hij heeft nu zesendertig driedimensionele gebouwen uit negen provincies nagebouwd. Voor wat betreft de noordelijke provincies heeft hij onder andere de Sint Jozefkerk in Groningen, de Waag in Leeuwarden en het Kasteel Coevorden gebouwd. Uit zijn woonplaats Hardenberg in Overijssel heeft Harthoorn het gemeentehuis, een boerderij en een particuliere woning nagemaakt. Door de opdracht van Ubo Verzekeringen, dus met de panden Kromme Nieuwegracht 6, 8 en 10, is nu ook de provincie Utrecht in de verzameling opgenomen. Noord-Holland is vertegenwoordigd door onder andere tweeëntwintig Amsterdamse gevels en verder het Huis met de Hoofden aan de Keizersgracht in de hoofdstad, ongetwijfeld één van de pronkstukken uit de collectie. Uit Zuid-Holland komt het Mauritshuis in Den Haag: Harthoorns grootste werk van 85 cm diep (inclusief bordes en hekwerk), 56 cm breed en 54 cm hoog. De provincie Zeeland zit in de collectie met de Kloveniersdoelen in Middelburg, waar Harthoorns vader is geboren, en het gemeentehuis in Veere, waar zijn grootvader is geboren. Dit laatstgenoemde werk, dat een torenspits heeft van 1 meter en 25 cm, beschouwt Harthoorn als een voorstudie van wat uiteindelijk het slotstuk van zijn Twaalf Provinciën moet worden: het stadhuis van Gouda, waar Harthoorn zelf is geboren. Verschenen in: Wij van UBO, 1992 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |