P. Dirks, architect bij Abma+Dirks+Partners (1991)

"Mensen op goede voet met de omgeving brengen"

Hoewel uiteindelijk honderden mensen op één of andere wijze betrokken zullen zijn bij de bouw van het nieuwe kantoor, zal slechts één man zijn stempel erop kunnen drukken en dat is natuurlijk de architect, de heer Paul Dirks. De heer Dirks, van het architectenbureau Abma+Dirks+Partners, is de bouwkundig architect van het nieuwe kantoor en hij zal bovendien optreden als de binnenhuisarchitect. We hadden een vraaggesprek met hem in zijn kantoor, een statig pand aan de Kapjeswelle in Deventer, met uitzicht over de IJssel.

De heer Dirks (49) is getrouwd, heeft vijf kinderen en woont in Diepenveen, iets ten noorden van Deventer. Hij is vijfentwintig jaar architect. "In 1965 was mijn toenmalige oudste partner Abma met project 168 bezig - we hebben nu werk 1220 onder handen, dus ik heb in die tijd heel wat zien passeren," vertelt Dirks. Het architectenbureau Abma+Dirks+Partners is nu een maatschap van drie architecten, de heer Dirks en twee jongere collega's. Daarnaast beschikt het bureau over zeven medewerkende architecten en zo'n vijfenveertig overige medewerkers. Het bureau heeft een vestiging in Amsterdam en een in Deventer.

Meer dan duizend

Tot de meer dan duizend projecten van het bureau in de afgelopen vijfentwintig jaar behoren onder andere hoofdkantoren van De Nederlandsche Bank, Postbank, Wolters Kluwer en van Pierson Heldring & Pierson in Amsterdam. Verder één van de universiteitsgebouwen aldaar, veel vestigingen van De Nederlandsche Bank en alle vestigingen in Nederland van de Westland/Utrecht Hypotheekbank. Ook de Kamer van Koophandel in Utrecht (in de Waterstraat) is van Abma+Dirks+Partners. "Als een gebouw gerealiseerd is, dan zie je het soms jaren niet en als ik dan in buurt ben, ga ik toch weer even kijken. Meestal is er weinig veranderd, ik heb bijvoorbeeld nog nooit gezien, dat er ineens een ander gebouw tegenaan gebouwd was. Bovendien word je in het algemeen door opdrachtgevers waar je jaren geleden voor gewerkt hebt, toch nog ervan in kennis gesteld als er iets aan het gebouw veranderd moet worden of als er iets met het gebouw aan de hand is."

ATC Europe

Op dit moment werkt de heer Dirks -behalve aan ons kantoor- aan een kantoor/drukkerij voor de Leeuwarder Courant in Leeuwarden, evenzo een kantoor/drukkerij voor het Nieuwsblad van het Noorden in Groningen en een gebouw voor de Rijkshogeschool IJsselland in Deventer (van ongeveer 40.000 m² en daarmee meer dan vijf keer zo groot als ons kantoor). Last but not least werkt de heer Dirks momenteel aan het America Trade Center Europe, een enorm complex in Frechen (bij Keulen), dat zal gaan bestaan uit zes kantoorgebouwen, een kantoor- en servicetoren, een enorme tentoonstellingsruimte en verder nog gebouwen voor opslag, distributie, assemblage en andere bedrijfsactiviteiten. "Een gigantische opdracht!" zegt de heer Dirks.

Schermen

We vragen de heer Dirks hoe hij te werk gegaan is bij het ontwerpen van het nieuwe kantoor voor Ubo Verzekeringen. Onmiddellijk pakt hij er een schets bij van Rijnsweerd-Noord waarop alle te realiseren kantoren ingetekend zijn en hij zegt: "Het is daar een enigszins moeizame stedebouwkundige ontwikkeling. Er komt een aantal vrij grote gebouwen op korte afstand van elkaar te staan. Er is weinig tussenruimte tussen de gebouwen, ongeveer dertig meter maar. Daarom heb ik voor en achter het gebouw een soort scherm gemaakt, waarmee een zekere privacy wordt gesuggereerd. Die grote schermen geven een beetje het gevoel alsof er gordijnen tussen de gebouwen hangen - architectonische gordijnen waarmee het gebouw naar mijn idee wat afgeschermd wordt." De twee schermen -van het gebouw losstaande constructies van grote, open vierkanten- hebben nog een ander effect. De heer Dirks: "Van opzij gezien bestaat het gebouw eigenlijk uit een aantal schijven: de twee schermen, de voor- en achtergevel en nog een middelste schijf, met links en rechts daarvan opengehouden, transparante delen. Daardoor wordt de slankte van het gebouw benadrukt. Zeker ook door de paviljoenachtige dakopbouw, straalt het gebouw een zekere slankheid en elegantie uit."

Geen Centre Pompidou

De heer Dirks is dus bij het ontwerpen van het gebouw uitgegaan van de omgeving waarin het komt te staan: hij heeft een gebouw gemaakt met een eigen identiteit, dat niet benauwend klem komt te staan in de reeks overige kantoren. Uitgaan van de omgeving is voor hem een beginsel in het werk. Hij zegt: "Het gaat er niet zozeer om of het gebouw 'nieuw' is. Ik vind het belangrijker, dat het in de context past en in de gekozen stedebouwkundige oplossing ter plaatse. Het Pierson-gebouw aan het Rokin heb ik bijvoorbeeld volgens de tradities van de Amsterdamse stedebouwkundige opzet gemaakt. Het is geen gebouw als het Centre Pompidou in Parijs, maar dat streef ik ook niet na. Veel belangrijker is de historische continuïteit en dat je daar als architect van deze tijd op anticipeert. Ik ben er niet op uit om coûte que coûte een monument voor mezelf te maken, waarmee ik me arrogant van iedereen en alles afkeer. Ik noemde als voorbeeld het Centre Pompidou, omdat dat op zichzelf, als fenomeen, natuurlijk heel aardig is, maar op die plek in de stad is het desastreus. Aan de andere kant vind ik de nieuwe entree van het Louvre fantastisch. Een nieuwe, hele simpele klassieke vorm -wat is er nou klassieker dan een pyramide- zo subtiel neerzetten binnen die classicistische bebouwing met die Franse renaissancegebouwen, dat vind ik architectuur!"

Twee opdrachtgevers

Behalve de architect van het exterieur is de heer Dirks ook de binnenhuisarchitect van het nieuwe kantoor. De opdracht om het gebouw te ontwerpen heeft hij gekregen van projectontwikkelaar Burginvest, de opdracht om het in te richten van Ubo Verzeke-rin-gen. "Omdat ik met twee opdrachtgevers te maken heb," zo zegt hij, "moet ik telkens een andere pet opzetten en dat vind ik eigenlijk niet zo leuk. Het maakt het hier en daar onduide-lijk hoe bepaalde afspraken liggen. De projectontwikkelaar heeft bijvoorbeeld aangegeven hoe het afwerkingsniveau moet zijn en ik moet dat in feite voor de andere partij omhoog zien te krikken. Ik wil niet zeggen dat dat een conflict is, maar ik vind dat wel ingewikkeld. Maar goed, het zij zo."

'Je werkt voor mensen'

De binnenhuis-architectuur vindt Dirks een heel leuk deel van zijn werk, vooral omdat hij daarbij met veel mensen een direct contact heeft. Hij zegt: "Als je een gebouw ontwikkelt, dan heb je meestal te maken met de directie of met een afgeleide daarvan, bijvoorbeeld in de vorm van een stuurgroep of een projectgroep. Maar als je over het interieur gaat praten, dan krijg je met veel meer mensen te maken. Je werkt voor mensen - zo zie ik mijn vak tenminste. Je probeert mensen op goede voet te brengen met de omgeving en daar heb je die mensen voor nodig. Daarom vind ik interieurs zo leuk, omdat je over hele kleine dingen -want alle aspecten die met de inrichting samenhangen passeren daarbij de revue- heel direct met mensen te maken hebt."

Perfecte ontwerpen

"De inrichting valt uiteen in twee delen," vervolgt Dirks. "In de eerste plaats het kantoormeubilair an sich. Daar is de keuze altijd vrij beperkt in. Je kiest voor een bepaalde lijn van bureaus en kasten, en dat is het dan. Maar daarnaast heb je de representatieve ruimten: de entree, het bedrijfsrestaurant, de gangen, de spreekkamers, de directievertrekken, de vergaderruimten, enzovoort. Daarvoor moeten nog voorstellen ontwikkeld worden, maar ik heb er natuurlijk al wel ideeën over. Ik doe dit werk al zo lang, dat ik van bepaalde dingen weet dat ze gewoon goed zijn - perfecte ontwerpen, die er al twintig, dertig jaar zijn."

Lange acceptatie

De heer Dirks wijst ter illustratie op de stoelen in de vergaderkamer van zijn kantoor, waar we dit gesprek met hem hebben. Het zijn eenvoudige, comfortabele stoelen, met een rugleuning en een zitting aan één stuk en van een herkenbare, bijna klassieke vorm. Hij zegt: "Deze stoelen zijn in 1957 ontworpen, maar het zijn nog steeds high-lights in de binnenhuis-architectuur. Ze staan ook in het Museum of Modern Art in Amerika. Dit soort dingen zijn goed ontworpen, ze zijn perfect. Ik ben geneigd om juist naar die ontwerpen te zoeken, die niet trendy zijn, maar een lange acceptatie kunnen hebben. Ik wil niet zeggen dat het meubilair vijftig jaar mee moet gaan, maar je moet nog wel over vijf of tien jaar kunnen zeggen: het zijn mooie meubelen, ze passen nog steeds in het tijdsbeeld."

Geen paarse plafonds

Welke ideeën heeft de heer Dirks over de toepassing van kleuren in het nieuwe kantoor? Hij legt uit, dat de kleurstelling voor een deel bepaald wordt door het exterieur van het gebouw. In de gevels komt graniet van een hele lichte en een donkerrode kleur, kleuren die ook in enkele wanden binnen terug zullen komen. Daar zullen andere kleuren natuurlijk goed bij moeten passen. "Maar," zegt Dirks, "kleur vind ik eigenlijk een van de moeilijkste aspecten. Ik ga ervan uit, dat de mensen die er komen te werken zelf kleur aan het gebouw geven. Niet met een pot verf en een ladder, maar juist in de aanvullende dingen: hoe ze zichzelf kleden en met zichzelf en hun werkplek bezig zijn, dat brengt kleur in het gebouw. Maar als ik paarse plafonds maak en gele deuren, trendy kleuren die je bij wijze van spreken in elke boetiek ziet, dan zegt misschien iedereen in het begin goh, wat ziet het er leuk uit. Maar over twee jaar zeggen ze, mijn god, ik word helemaal gek van dat paarse plafond. En dat moet je natuurlijk niet hebben."

"Ik vind het in zekere zin ook arrogant om kleur aan te brengen in het gebouw," besluit de heer Dirks. "Ik zoek liever naar een kleur of kleurstelling, waarvan de mensen zeggen dat er een rust van uitstraalt. Want je kunt mensen enorm opzadelen met kleuren en dat wil ik niet. Zo zit ik niet in elkaar."

Verschenen in: Wij van UBO, 1991

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl