|
||
|
B.J. Heesen, directeur van de Orde van Medisch Specialisten (2009)
Het CBO gaat afgeslankt verderHet Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO heeft het moeilijk gehad. Financiële en personele problemen deden het instituut bijna de das om. Nu doet het CBO weer mee. Zonder subsidie, maar marktgericht. Het CBO werd in 1979 opgericht als het Centraal BegeleidingsOrgaan voor de intercollegiale toetsing. De oprichters waren de toenmalige Landelijke Specialisten Vereniging en de Geneeskundige Vereniging. Het CBO richtte zich aanvankelijk op de bevordering van de kwaliteit van het professionele handelen. Inmiddels concentreert het instituut zich ook op de ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid in ziekenhuizen en zorgt het voor de verspreiding van kennis en het inbrengen van innovaties op het gebied van kwaliteitszorg. Daartoe stelt het CBO onder meer richtlijnen op voor goed medisch handelen. Tucht van de marktIn 2006 besloot VWS-minister Hans Hoogervorst om de subsidie aan grote instituten in de zorg in enkele jaren af te bouwen. Onder de noemer van marktwerking moesten deze instituten hun eigen broek op kunnen houden, was zijn motivering. Ook het CBO ontsprong de dans niet. Tot dan kon het kwaliteitsinstituut dankzij een basissubsidie van ruim 4 miljoen euro per jaar goed rondkomen. De schrik was dan ook groot, toen bekend werd dat deze subsidie in drie jaar tijd tot nul zou worden gereduceerd. Verzakelijken was geboden, maar dat pakte aanvankelijk niet goed uit. Het CBO was niet vertrouwd met projectadministraties en urenbegrotingen en wat dies meer zij. Het gevolg was, dat al in 2007 ernstige financiële problemen ontstonden. Het was duidelijk dat alleen een ingrijpende reorganisatie het tij nog kon keren. Allereerst werd vastgesteld dat de toenmalige directeur, Boi Jongejan, niet het proces van verzakelijking moest gaan aansturen. 'In goed overleg', een veel gebruikt cliché in dit verband, werd in 2008 afscheid van Jongejan genomen. Hij was toen slechts twee jaar directeur van het CBO geweest. Eveneens 'in goed overleg', maar zeker ook met enige pressie, vertrokken kort daarna twee seniormedewerkers, met in hun voetsporen diverse collega's, die zich niet konden vinden in de nieuwe koers van het CBO onder de tucht van de markt. Bijzonder eigenaardigGevraagd om een terugblik laat Boi Jongejan, nu directeur van Het Oranje Kruis, niet het achterste van zijn tong zien. Over zijn voortijdige vertrek zegt hij: "Het kwam er in de kern op neer, dat de Raad van Toezicht en ik als bestuurder uiteenlopende gedachten hadden over de te volgen koers van het CBO. Bij mijn vertrek heb ik afgesproken, dat ik me over die verschillen van inzicht niet zal uitlaten. Daarom ben ik heel terughoudend. Ik heb niet de behoefte om na te trappen of om gemaakte afspraken niet gestand te doen." Wel wil Jongejan kwijt, dat hij het besluit tot vercommercialisering van een instituut als het CBO nog steeds bijzonder eigenaardig vindt. "Met zo'n kwaliteitsinstituut wil je vanuit een gezamenlijk en ook door de overheid gewenst beleid voortdurend kwaliteit bevorderen en kwaliteitsverbetering ondersteunen. Met het intreden van de marktwerking en eerder al als gevolg van het terugtreden van de overheid zijn allerlei financieringsmodaliteiten die het werk van het kwaliteitsinstituut mogelijk maakten, successievelijk verdwenen. Binnen het ministerie van VWS heb ik verschillende keren betoogd, dat als je in de hele sector een betere prijs-kwaliteitverhouding tot stand wilt brengen, dat het dan vreemd is als je niet bereid bent om te blijven investeren in een instituut dat de sector in het kwaliteitsstreven ondersteunt. Als je meer kwaliteit wilt, zeker in een omgeving die je meer marktgericht wenst te maken, is het juist logisch om een club te hebben die 'van ons allen' is en maar één doel heeft, namelijk het ondersteunen van allerlei vormen van kwaliteitsverbetering. Niettemin werden die gemeenschappelijke steun en de gezamenlijke investeringen steeds minder. Deels was dat begrijpelijk. Ziekenhuizen zagen aankomen, dat ze financiële problemen zouden krijgen en daarom niet te veel geld moesten uitgeven. Maar voor het CBO werd het daardoor erg lastig om een eigen koers te blijven varen." Naar de OrdeDe medewerkers die in het kielzog van Jongejan het CBO tabee zeiden, hadden weinig moeite elders emplooi te vinden. Ze werden met open armen bij de Orde van Medisch Specialisten ontvangen. Bart Heesen, directeur van de Orde: "Wij zaten in de opstart van een groot kwaliteitsprogramma en zagen dat er bij het CBO nogal wat kennis op straat kwam te staan. Wij zijn als Orde medeoprichter van het CBO geweest en dragen het CBO een warm hart toe, nog steeds, maar vonden dat toch wel een vreemde gang van zaken. Wij vonden dat we de kennis van richtlijnenontwikkeling, die voor een heel groot deel bij de desbetreffende personen zit, moesten borgen. We wilden niet dat die kennis zou versnipperen, want voor een goede richtlijnenontwikkeling in het kader van de kwaliteitsgelden zouden we daar helemaal niets aan hebben. Aangezien het CBO afscheid van deze personen had genomen, hebben we hen toen gevraagd of ze bij ons wilden komen werken. Vervolgens ben ik door nog heel wat mensen vanuit het CBO gebeld of ze ook bij de Orde konden komen. Afhankelijk van de hoeveelheid werk dat we toen hadden, hebben we daar positief op gereageerd. Zo zijn er uiteindelijk zeven mensen vanuit het CBO bij de Orde komen werken." De consequentie hiervan kan niet anders zijn, dan dat de Orde nu dezelfde ondersteuningsmogelijkheden bij richtlijnenontwikkeling kan bieden als het CBO. "Op papier zijn die mogelijkheden inderdaad gelijk", zegt Heesen, "kwalitatief misschien zelfs iets beter, maar ik weet niet hoe het CBO de vacatures kan invullen. Wij zien dat de wetenschappelijke verenigingen graag zaken met ons doen, maar ze kunnen er natuurlijk ook voor kiezen die ondersteuning bij het CBO in te kopen. In ieder geval is daar de capaciteit teruggelopen. Sowieso is de capaciteit in het veld momenteel een groot probleem. Er dreigt een tekort aan mensen die iets kunnen. Dat vind ik een grote zorg. Ik hoop dat we dat samen met het CBO kunnen oplossen, zodat er weer genoeg mensen beschikbaar zijn om goede ondersteuning te kunnen leveren." Ook andere partijenHet bureau van NVZ vereniging van ziekenhuizen, met zo'n vijftig medewerkers, lijkt momenteel eveneens capabel genoeg om allerlei diensten die voorheen bij het CBO werden betrokken, zelf uit te voeren. Toch is dat niet de ambitie van NVZ. Directeur Gita Gallé: "De onderwerpen die wij moeten 'coveren' gaan van CAO tot de arbeidsvoorwaardenregeling voor specialisten, van veiligheid tot ICT, van bekostiging tot kredietcrisis enzovoort. Daarom huren wij andere partijen in voor kennis in de diepte of als het voor ons qua tijdsbesteding veel te ver gaat. Wij hebben niet de ambitie om al maar te groeien en kennis in huis te halen op alle terreinen waarop ziekenhuizen in de bedrijfsvoering bezig zijn. Wel willen we projectmatig rond bepaalde onderwerpen met goede partijen in het veld relaties aangaan, opdat uiteindelijk onze leden daarvan kunnen profiteren. Het CBO heeft bijvoorbeeld de nodige inhoudelijke kennis in huis op terreinen als veiligheid en logistiek, dus onderwerpen die in het kader van het programma Sneller Beter ook in de ziekenhuizen aan de orde zijn geweest. Voor die kennis en kunde kunnen we daarom het CBO inhuren. Wel zijn er wat mij betreft naast het CBO ook allerlei andere partijen in de markt die we daarvoor kunnen inhuren." Klaar voor de toekomstOndertussen staat het CBO er weer beter voor dan in de afgelopen jaren het geval was. Het instituut kon de jaarrekening over 2008 positief afsluiten, het heeft een nieuwe, meerhoofdige Raad van Bestuur en, in een iets afgeslankte vorm, "zijn we helemaal klaar voor de toekomst", zegt internist Rob Valentijn, voorzitter van de Raad van Toezicht van het CBO. "In de reorganisatie is vooral van belang geweest dat we het volste vertrouwen kregen van ZonMw en VWS. Zij hebben ons maximaal geholpen om financiële problemen en dreigingen netjes op te lossen. Zo langzamerhand zijn we nu in een meer marktgerichte cultuur gekomen, waarin we voor een belangrijk deel blijven doen wat we altijd hebben gedaan, namelijk de ontwikkeling van richtlijnen ondersteunen. We hebben daar adequate mensen voor en hebben in de afgelopen tijd ook nieuwe mensen, jonge 'high potentials', aangetrokken." Een belangrijke functie van het CBO in de toekomst, aldus Valentijn, wordt het overbruggen van de 'gap' tussen wat enerzijds theoretisch mogelijk is en wat anderzijds praktisch gebeurt. "We weten allemaal dat die 'gap' er is. Er zijn allerlei dingen mogelijk, met betrekking tot richtlijnen, zorgpaden, doorbraakprojecten, procesverbeteringen enzovoort, maar in de werkelijkheid gebeuren ze niet. Wij gaan zorgen dat ze wel gebeuren, of dat nu in de medisch specialistische zorg is, in de GGZ of mogelijk ook in de verpleeghuiszorg." Valentijn noemt als tweede taak van het CBO de verspreiding van nationaal en internationaal beschikbare kennis en als derde het innemen van een onafhankelijke, objectieve positie in de gezondheidszorg. "We behoren niet bij het ene of bij het andere, maar leveren onafhankelijk producten af, of dat nu richtlijnen zijn, indicatoren, best practices, implementaties enzovoort. Ik denk dat wij door de spelers in het veld ook worden gezien als een objectieve en onafhankelijke organisatie en die positie willen we heel graag verder uitbouwen." Verschenen in: Skipr (2009) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |