|
||
|
A. Verduijn-Leenman, verpleeghuisarts in De Bieslandhof in Delft (2008)
Toppositie in Nederland voor Stroke Service DelftDe behandeling en revalidatie van patiënten die een beroerte hebben gehad, is in Delft en omgeving buitengewoon goed georganiseerd. De Stroke Service Delft staat nationaal in hoog aanzien, dankzij goed op elkaar ingespeelde behandel- en verpleegteams op verschillende locaties. Een gesprek hierover met Nettie Verduijn-Leenman, verpleeghuisarts in De Bieslandhof in Delft, en Ginette den Boer, manager van het Transmuraal Zorgbureau voor de regio Delfland, Westland, Oostland. Beiden zijn zeer actief betrokken bij de langst bestaande ketenzorg in de regio, de CVA-ketenzorg. CVA, Cerebro Vasculair Accident, is de medische term voor een ongeluk in de vaten van de hersenen. Andere termen voor een CVA zijn beroerte of stroke. Bij een CVA knapt een bloedvat in de hersenen (hersenbloeding) of raakt het verstopt (herseninfarct). Elk jaar worden in Nederland ongeveer 41.000 mensen door een CVA getroffen. In de regio DWO zijn dat ongeveer 350 à 400 mensen per jaar. De gevolgen kunnen gering zijn, maar ook zeer ernstig (een CVA is onder vrouwen zelfs doodsoorzaak nummer één), ze kunnen zichtbaar zijn (bijvoorbeeld een scheefgetrokken mondhoek), maar ook onzichtbaar (bijvoorbeeld veranderingen in gevoelens of gedrag). Een beroerte betekent meestal een ingrijpende verandering in het leven van degenen die zijn getroffen en van de mensen in hun naaste omgeving. Na de plotselinge gebeurtenis van de beroerte zelf en de revalidatiefase wordt pas duidelijk wat de blijvende gevolgen zijn. CVA-ketenzorgVoor CVA-patiënten is een ketenzorgmodel ontwikkeld. In 1999 was DWO een van de eerste regio's in Nederland waar met steun van ZonMw, de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie, CVA-ketenzorg werd ingevoerd. In zo'n ketenzorgmodel krijgen patiënten een behandeling van verschillende zorgaanbieders, waarbij ze zo naadloos mogelijk van de ene instelling naar de andere overgaan. De verschillende behandelingen zijn zo goed mogelijk op elkaar afgestemd, zodat de kwaliteit van de zorg optimaal is. De CVA-ketenzorg begint bij de herkenning van een beroerte. Opdat iedereen kan zien wanneer iemand door een beroerte is getroffen, voert de Hartstichting momenteel de grote publiekscampagne 'Be fast'. Nadat 112 is gebeld of de huisarts is gewaarschuwd, wordt de patiënt naar het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft gebracht. Daar wordt meteen een neuroloog ingeschakeld en vindt onderzoek plaats, onder andere een MRI en een CT-scan. Bij een herseninfarct wordt, indien aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan, zo snel mogelijk een trombolyse uitgevoerd: een stolseloplossing waarmee verdere hersenuitval kan worden voorkomen. Vervolgens gaat de patiënt naar de stroke-unit van het ziekenhuis. Deze afdeling is helemaal voor de behandeling van CVA-patiënten ingericht. De patiënten verblijven gemiddeld tien dagen op de stroke-unit. Ongeveer de helft van het aantal opgenomen patiënten kan daarna naar huis, al of niet met nazorg. De mensen die een intensieve revalidatie nodig hebben, in verband met de hervatting van werk of huishoudelijke taken, gaan na ontslag naar het revalidatiecentrum Sophia in Den Haag. De overige patiënten gaan naar de aparte herstelafdeling van verpleeghuis De Bieslandhof in Delft, waar een eveneens intensieve revalidatie wordt gestart. Na de revalidatie gaan betrokkenen in principe weer naar hun oorspronkelijke woonsituatie. Gedurende dit hele traject worden de patiënten door een transmuraal CVA-verpleegkundige begeleid. Vierentwintig uur per dagDe CVA-ketenzorg in Stroke Service Delft heeft uitstekende resultaten. In de afgelopen jaren is wetenschappelijk aangetoond dat de aanpak tot een lager sterftecijfer leidt en dat de kwaliteit van het leven erdoor wordt vergroot. "Het is natuurlijk een complex samenspel van factoren die daaraan bijdragen," zegt verpleeghuisarts Nettie Verduijn. "Het is een heel traject vanaf de opname van de patiënt in het ziekenhuis tot en met de nazorg als hij weer thuis is. Bij een infarct zorgt eventuele trombolyse ervoor dat het proces al in de kiem wordt gesmoord en de patiënt in feite meteen van de oorspronkelijke problemen af is. Vervolgens is de organisatie van de strokeservice in het ziekenhuis, het verpleeghuis of het revalidatiecentrum minstens zo belangrijk. Het gaat erom dat het complexe ziektebeeld van een CVA, met zijn lichamelijke aandoeningen, maar ook emotionele, gedragsmatige en cognitieve problemen, volgens een protocol op de juiste manier wordt aangepakt. Ook moet heel goed worden gelet op de talloze complicaties die CVA-patiënten kunnen krijgen. Hoe beter de verpleging daarop getraind is, hoe beter de patiënt ervan af komt. Daarnaast is de revalidatiefrequentie en -intensiteit heel belangrijk. Eigenlijk moet je vierentwintig uur per dag met een CVA-patiënt bezig zijn, waarbij loze uren alleen zijn toegestaan om van gedane arbeid uit te rusten. De fysiotherapeut, de ergotherapeut, de logopedist, de psycholoog en nog anderen geven daarbij de toon aan, door precies aan te geven, ook voor de verpleging, in welke fase welke oefeningen moeten worden gedaan. Als verpleeghuisarts heb ik de regie in dit alles en houd ik in de gaten of de verschillende therapieën elkaar niet tegenwerken, maar juist stimuleren, zodat de patiënt tijdig weer een volgende stap kan zetten. Ook is het mijn taak om de patiënt en zijn familie goed te informeren, want vooral als de patiënt weer naar huis kan, moet de familie goed begrijpen wat er echt aan de hand is." Prestatie-indicatorenDe resultaten van Stroke Service Delft zijn niet alleen in absolute zin uitstekend, maar ook in vergelijking met de resultaten van de andere CVA-ketens in Nederland. Ginette den Boer: "Heel Nederland is inmiddels CVA-ketenzorgdekkend, alle honderd ziekenhuizen zitten in een CVA-keten en elke CVA-patiënt in Nederland wordt via een keten behandeld. Eind 2006 hebben we besloten om een landelijk kennisnetwerk te vormen, zodat de regio's niet allemaal het wiel hoeven uit te vinden. Namens de regio DWO zit ik in het bestuur van dat landelijke kennisnetwerk CVA NL en ben ik voorzitter van de werkgroep benchmark. In deze werkgroep hebben we samen met een aantal experts de prestatie-indicatoren van CVA-ketens vastgesteld, op grond waarvan het mogelijk is om prestaties van CVA-ketens met elkaar te vergelijken. Onze keten springt daar goed uit, bijvoorbeeld voor wat betreft het sterftecijfer en het percentage terugkeer naar de oorspronkelijke woonsituatie. De Europese norm is, dat minimaal zeventig procent van de patiënten die door een CVA worden getroffen, binnen drie maanden weer naar de oorspronkelijke woonsituatie is teruggekeerd. Wij zitten daar nog maar drie procent vandaan, dus dat is heel behoorlijk." Ginette den Boer voegt daar meteen aan toe, dat ook de CVA-keten in de regio DWO nog altijd kan worden verbeterd. Zo bleek enige tijd geleden dat de nazorg, wanneer de mensen weer thuis zijn, nog niet optimaal op orde was. Die nazorg kan nodig zijn wanneer patiënten pas na maanden of meer dan een jaar merken dat ze op enigerlei wijze in hun functioneren worden belemmerd. Ginette den Boer: "Samen met de neuroloog, de revalidatiearts, de verpleeghuisarts en de transmuraal CVA-verpleegkundige werk ik nu aan de opzet van een nazorgpoli. We willen eigenlijk dat iedereen die een CVA heeft gehad en weer naar huis is teruggekeerd, na zes weken op die nazorgpoli komt en door de neuroloog en de transmuraal CVA-verpleegkundige aan de hand van een checklist helemaal wordt gescreend. Zo hopen we sneller in de gaten te krijgen op welke terreinen zich complicaties voordoen en willen we daarnaast zorgen dat patiënten een centraal meldpunt hebben wanneer zij thuis tegen problemen aan lopen." Ginette den Boer noemt overigens de transmuraal CVA-verpleegkundige een van de sterke punten van de CVA-ketenzorg in de regio DWO. Deze gespecialiseerde kracht - in totaal zijn er drie werkzaam - begeleidt CVA-patiënten vanaf de opname in het ziekenhuis tot en met de nazorg in de nazorgpoli. De transmuraal CVA-verpleegkundige wordt volgens een verdeelsleutel door de partners in de regio betaald, dus door ziekenhuis, thuiszorg, verpleeghuis en revalidatiecentrum. "Financiële schotten in de zorg kunnen wel degelijk worden beslecht!" aldus Ginette den Boer. Ook de zware patiëntenTot slot is er nog een belangrijke factor waarmee Stroke Service Delft zich van andere ketens in het land onderscheidt. Nettie Verduijn: "De hulpbehoevendheid van CVA-patiënten wordt met de zogenoemde Barthelscore uitgedrukt. Patiënten met een Barthel van 0 tot 5 kunnen bijna helemaal niets. In Nederland is het een beetje de teneur om deze patiënten niet of nauwelijks te revalideren, want daar is weinig eer aan te behalen. Vaak gaan ze daarom naar een chronische-verpleegafdeling. Wij hebben van meet af aan gezegd, dat we dat niet willen en dat we deze zware CVA-patiënten ook willen revalideren. In 2006 en 2007 hebben we de resultaten daarvan onderzocht. Van de honderdenzeven patiënten in die twee jaar met een Barthel van 0 tot 5 was de score bij zesendertig patiënten na de revalidatie zodanig opgelopen, dat ze weer naar de oorspronkelijke woonsituatie konden en het verpleeghuis dus konden 'ontsnappen'. Het is dus niet voor niets dat De Bieslandhof tot in de verre omtrek heel goed aangeschreven staat!" Verschenen in: Jaarverslag 2007 Zorgkantoor Delft Westland Oostland / Nieuwe Waterweg Noord Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|