|
||
|
M.W. Dijkshoorn, voorzitter van de Raad van Bestuur van Achmea Holding nv (2007)
Meer balans in coöperaties dan in kapitaalgedreven ondernemingenDe plaatsnaam Achlum en de plantennaam Aechmea zijn als het ware de wortels van de bedrijfsnaam Achmea. 'Zij is de steun der ongelukkigen' was het motto van de onderlinge in Achlum, de oudste rechtsvoorganger van het bedrijf. Die achtergrond zal Achmea niet verloochenen, blijkt uit een openhartig gesprek met drs. M.W. Dijkshoorn AAG, voorzitter van de Raad van Bestuur van Achmea Holding nv in Zeist en in die hoedanigheid ook voorzitter van de Raad van Bestuur van Eureko. Achmea is het product van een groot aantal fusies en overnames. De oudste rechtsvoorganger van de maatschappij is de Onderlinge Brand Assurantie Sociëteit 'Achlum'. Deze onderlinge uit het gelijknamige dorpje nabij Harlingen werd in 1811 opgericht. Belangrijk zijn vervolgens de oprichting van Centraal Beheer in 1909, van Zilveren Kruis in 1949, van FBTO in 1956 en van Avéro, door het samengaan van een groot aantal Friese onderlingen, in 1986. In 1991 fuseerden Avéro en Centraal Beheer tot AVCB Groep, waarna in 1995 AVCB en Zilveren Kruis tot Achmea fuseerden. Overige bedrijfsoprichtingen, fusies en overnames betreffen EuroCross International, Staal Bankiers, PVF Pensioenen, Royal & SunAlliance, Levob Bank en Verzekeringen, AXA Ziektekosten en de zorgverzekeraars Groene Land, PWZ, DVZ en OZF. Nog is dan de totale maatschappij niet beschreven, verre van dat zelfs, want Achmea voert op dit moment meer dan twintig merken. Hier moet echter worden volstaan met nog te vermelden dat in 1992 Eureko van start ging, een alliantie van Europese, voornamelijk coöperatieve of onderlinge financiële dienstverleners, en dat in 2005 de samenwerking tussen de onderneming Eureko en Rabobank Nederland leidde tot de fusie van Interpolis en Achmea. "Zo zijn we naar een hele mooie positie gegroeid," aldus Maarten Dijkshoorn. "Met een marktaandeel van circa twintig procent zijn we nummer één in Nederland en daar zijn we heel trots op!" BeursgangAchmea is een coöperatieve organisatie en steekt dat niet onder stoelen of banken. Enkele jaren geleden, rond 2000, was dat nog anders. "In die tijd was er sprake van dat we naar de beurs zouden gaan," vertelt Maarten Dijkshoorn. "De keuze was bijna gemaakt om van een conglomeratie van verenigingen, dus van een coöperatieve structuur, naar een meer gemengde structuur te gaan. En ik moet eerlijk zeggen dat we nu nog een gedeelte van de aandelen naar de beurs kunnen brengen. Dat hebben we ook zo met de Rabobank afgesproken. Zouden we bijvoorbeeld een hele mooie overname kunnen doen waardoor we ons in het buitenland zouden kunnen versterken en zouden we daarvoor geld uit de kapitaalmarkt nodig hebben, dan kunnen we een deel van de aandelen naar de beurs brengen. De keuze is echter zoals die nu is. Het bedrijf gaat hartstikke goed, we hebben een mooi eigen vermogen, een mooie positie en we hebben geen behoefte nu een andere weg in te slaan. Dat neemt niet weg dat zich morgen iets heel bijzonders kan voordoen, waardoor de wereld er opeens heel anders uitziet, maar vandaag weten we daar in ieder geval nog niets van." AandeelhoudersDe coöperatieve structuur van Achmea c.q. Eureko - in 2003 vond een integratie plaats van de besturen van beide ondernemingen - is het beste zichtbaar in de verdeling van de aandelen. De Vereniging Achmea, waarin een bestuur en een algemene ledenvergadering het voor het zeggen hebben, bezit 48 procent van de aandelen, Rabobank Nederland 35,1 procent, een Portugese bank 2,7 procent, een groep coöperatieve of onderlinge Europese verzekeraars 7,1 procent en tot slot zijn er nog voor 7,1 procent preferente aandelen. "We hebben dus twee hele sterke aandeelhouders," legt Dijkshoorn uit. "Door met name die positie van Rabobank Nederland en de fusie met Interpolis is de coöperatieve signatuur toch weer veel meer op de voorgrond gekomen. De invloed vanuit Interpolis heeft daar duidelijk een rol in gespeeld. Binnen Interpolis wordt het coöperatieve gedachtegoed sterk beleefd, waardoor het nu ook door ons meer dan in het verleden voor het voetlicht wordt gebracht." UitgebalanceerdDe coöperatieve visie en missie van Achmea komen onder meer tot uitdrukking in het uitgebalanceerde vier-stakeholders-model van de onderneming. Dit houdt in dat niet de aandeelhouders per se de belangrijkste stakeholders zijn, maar dat de klanten, de distributiepartners en de medewerkers dat in gelijke mate zijn. "Wij willen anders zijn dan de beursgenoteerde bedrijven," aldus Maarten Dijkshoorn, "en we willen ons daar ook op laten beoordelen. Er moet een balans zijn tussen onze klanten, met wie we duurzame relaties willen hebben, onze distributiepartners, die zich happy moeten voelen met de overeenkomsten die zij met ons hebben, onze medewerkers, die ons belangrijkste kapitaal zijn, en natuurlijk ook onze aandeelhouders, want de aandeelhouders, met name de Vereniging Achmea, hebben in het verleden ook bijgesprongen toen het moeilijk ging. Die aandeelhouders zijn dus wel degelijk ook belangrijk." Een groot goedMaarten Dijkshoorn was van 1992 tot 2002 general manager en CFO bij Nationale-Nederlanden N.V. en kent dus ook het reilen en zeilen van de kapitaalgedreven verzekeraar. Hij zegt: "Soms lijkt het erop dat de coöperatie een achterhaalde ondernemingsvorm is. Ik geloof echter dat het een ondernemingsvorm is die zijn waarde heeft bewezen en ook absoluut in het nieuwe Europa zal blijven bestaan. Vroeger werd wel gezegd dat coöperaties soms gemakkelijk achteroverleunen en wat minder alert op marktprikkels reageren. Als ik echter zie wat er bij beursgenoteerde ondernemingen gebeurt, waar de kwartaalcijfers elke keer weer beter moeten zijn, dan gaat daar de waan van de dag je wel eens voor de voeten lopen en laat je je bijna daardoor regeren. Wij kunnen een keer zeggen: wij doen het even anders. Toen deze organisatie een fusie met Interpolis aanging, moest die fusie uiteindelijk zijn waarde creëren, want die synergie moet je natuurlijk wel kunnen waarmaken. Het betekende dat er tussen vijfentwintighonderd en drieduizend arbeidsplaatsen moesten worden geschrapt. We hebben daar meteen het plan bij gemaakt dat we dat in drie jaar tijd zouden doen, want wij hoeven niet alle synergie morgen al eruit te hebben gewrongen. Daardoor konden we in twee tot drie maanden tijd alles met de bonden en de ondernemingsraden goed regelen. Ik denk dat dat een heel groot goed is. De kranten staan momenteel vol over beursgenoteerde bedrijven en hun discussies met hedgefunds. Met onze ondernemingsvorm hebben wij daar in ieder geval geen last van!" Groei in Nederland en EuropaGevraagd naar de ambities van Achmea in de komende jaren wijst Dijkshoorn op de diverse groeimogelijkheden, in de levenmarkt met name, bijvoorbeeld via de MKB-portefeuille van de Rabobank, maar ook in de schademarkt en de zorgmarkt, en dan vooral in het intermediaire en het bancaire kanaal. Maarten Dijkshoorn: "Wij zijn sterk en onderscheidend op het snijvlak van publiek en privaat. Met ons concept van pensioenen, sociale zekerheid en zorg samen kunnen wij een totaalpakket bieden, waardoor we onze concurrenten achter ons kunnen laten. Het geeft ons een uitgangspositie van waaruit we in Nederland nog zeker tot 2010 genoeg kunnen groeien." Groei door nieuwe overnames sluit Dijkshoorn niet uit. Hij zegt: "Mochten in het intermediaire kanaal of in het zorgkanaal zich mogelijkheden voordoen, dan zal ik er zeker naar kijken. Er zijn verschillende mooie bedrijven in Nederland waarmee we, als ze morgen zouden bellen, zeker gaan praten." Daarnaast wil de onderneming op de Europese markt groeien, omdat daar nog veel mogelijkheden liggen. Momenteel komt circa negentig procent van het premie-inkomen van Eureko uit Nederland (Achmea) en zo'n tien procent uit de buitenlandse zusterondernemingen. Eureko staat nu nog 'slechts' zestiende op de ranglijst van Europese verzekeraars. Dijkshoorn ziet voldoende perspectief om op die lijst te stijgen. Hij zegt: "We hebben in diverse Europese landen goede uitgangsposities en die zijn we nu aan het uitbouwen. Dankzij Achmea hebben we natuurlijk een paar prachtige exportartikelen, waarmee we beter dan onze concurrenten kunnen zijn. Ook in het nieuwe Europa, waar diverse landen op het gebied van pensioenen, sociale zekerheid en zorg nog flink wat stappen moeten zetten om de collectieve lasten te beheersen, hebben wij wat te bieden. Voor ons zijn er daarom genoeg redenen om actief Europa in te gaan." "We zijn trots op ons bedrijf," zegt Maarten Dijkshoorn tot slot. "Het groeit en het bloeit. Bovendien lukt het ons om er een eenheid van te maken. En met al onze prachtige merken hebben we echt heel veel te bieden!" Verschenen in: 'de Onderlinge', maart 2007 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |