|
||
|
E.H. Schuyer, lid van de Eerste-Kamerfractie D66 (1995)
Komt de WTN door de Eerste Kamer?De WTN wacht momenteel op de behandeling in de Eerste Kamer. Inmiddels is een voorbereidend onderzoek uitgevoerd door de Vaste Commissie voor Financiën van deze kamer. Dit voorbereidend onderzoek gaf aanleiding tot nogal wat opmerkingen en vragen bij de wet. De leden van de CDA-fractie in de commissie vonden de wet tijdens de behandeling in de Tweede Kamer zo ingrijpend veranderd, dat nauwelijks nog inzicht bestaat in de doelstellingen van de wet en in hoeverre die worden bereikt. Zij zouden het daarom op prijs stellen als minister Zalm een analyse geeft van de ontstane situatie na het amendement van Smits. Daarbij gaat het vooral om het begrip 'licht regime' (het minder strenge toezicht in de oorspronkelijke wet): welke bedrijven zouden daaronder zijn gevallen en welke omvang en welk marktaandeel zou die groep hebben gehad? Klein maar zwaarAndere vragen van de CDA-commissieleden betreffen de kenmerken en de omvang van de groep die door het amendement buiten de werking van de wet vallen - dus ook de uitvaartverenigingen. Zegt de gekozen afbakening van drieduizend leden iets over het al of niet commerciële karakter van deze organisaties? Waar zullen daar nu inlichtingen over kunnen worden ingewonnen? Wat zijn de gevolgen van het feit dat alleen bestaande bedrijven worden uitgezonderd? Welke consequenties heeft het dat nieuw op te richten verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen onder het zware regime komen, ook al zijn die zeer klein? Dit zware regime zou volgens de Verzekeringskamer kleine verzekeraars in hun bestaan bedreigen. Valt daarom te verwachten dat er nog kleine bedrijven zullen ontstaan? De CDA-leden waren verder de mening toegedaan dat het wetsvoorstel overmatige regulering ten toon spreidt. Ook daarover vragen zij de mening van minister Zalm. Tot slot vragen ze hem expliciet te maken waarom natura-uitvaartverzekeraars geen neven-produkten mogen aanbieden en hoe de minister denkt om te gaan met de motie van Van Dijke. Grens van drieduizendDe PvdA-leden van de Vaste Commissie voor Financiën hadden met name vragen over de gestelde grens van drieduizend leden 'op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet'. Kunnen de uitvaartverzekeraars na dat tijdstip meer dan drieduizend verzekerden hebben, zonder dat de wet op hen van toepassing wordt? Indien dit zo was, leek dat de PvdA-leden niet bevredigend, zeker niet als er sprake was van een zeer grote toename van het aantal verzekerden. Of moet men steeds onder die grens van drieduizend leden blijven om buiten de werking van de wet te blijven? Ook dat leek niet helemaal bevredigend omdat dan één enkele verzekerde meer of minder tot enorme wijzigingen in de wettelijke verplichtingen zou leiden. SympathieNamens D66 is Eerste Kamerlid E.H. Schuyer lid van de Vaste Commissie voor Financiën. Hij zegt over de behandeling van het wetsvoorstel: "In de Eerste Kamer kan de wet alleen worden aangenomen of worden verworpen - er is geen mogelijkheid om een amendement in te dienen. Voor mij vormen de gestelde vragen geen aanleiding om de wet te verwerpen en ik verwacht ook wel dat de wet door de Eerste Kamer zal worden aangenomen. Wij hebben er zelf in de Vaste Commissie geen vragen over gesteld, omdat we de lijn van onze Tweede Kamerfractie volgen en in dit geval geen reden zagen om daar nadrukkelijk van af te wijken. Zelf heb ik sympathie voor de 'Van Dijke-lijn', om een onderscheid te maken tussen commercieel en niet commercieel. Ik steun de gedachte van de kleine verenigingen in de niet commerciële hoek, dat deze mensen hun eigen lijn bij de uitvaartverzorging moeten kunnen handhaven. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris daar ook begrip voor heeft en dat hij de motie van Van Dijke ook in die geest zou willen uitvoeren. Wel was een probleem dat dat onderscheid tussen commercieel en niet commercieel niet direct te traceren zou zijn, maar de staatssecretaris heeft gezegd dat hij daar soepel mee om wil gaan - zeker voor de bestaande verenigingen, want dat speelt natuurlijk ook een rol. Ik denk dat je daar een vrij duidelijke lijn in moet stellen. Je moet sympathie en begrip hebben voor de ontwikkelingen vanuit het verleden en de kleine verenigingen daar de mogelijkheden voor geven. Maar ik denk niet dat je die opening ook moet laten aan nieuwe ontwikkelingen. Op een gegeven moment moet je natuurlijk wel zeggen: drieduizend is drieduizend!" Verschenen in: Partners, 1995 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |