|
||
|
R. van Aalderen, directeur van de Stichting Vakopleiding Uitvaartverzorging (1994)
Voor mondige uitvaartmedewerkers die meer dan hun vak beheersenKwaliteitsverbetering in de uitvaartbranche moet zich manifesteren in het optreden van de uitvaartmedewerker en in de dienstverlening die wordt geboden. De branche heeft mondige, zelfbewuste medewerkers nodig, die op nieuwe behoeften vanuit de maatschappij kunnen inspelen. De Stichting Vakopleiding Uitvaartverzorging (STIVU) signaleert deze behoeften en vertaalt deze naar toegespitste opleidingen. Dit voorjaar is de STIVU daarom gestart met een aantal nascholingscursussen voor al opgeleide en ervaren uitvaartmedewerkers. Andere opleidingen en activiteiten, bijvoorbeeld over de gebruiken van -en voor een deel ook gericht op- allochtone etnische groeperingen, zijn binnen de STIVU in voorbereiding. Een gesprek hierover met René van Aalderen, directeur van de STIVU. Het nascholingsaanbod van de STIVU bestaat uit vier cursussen: 'oriëntatietraining gespreksvaardigheden' (twee dagdelen op één dag), 'vaardigheidstraining gesprekstechnieken' (vijf dagdelen op twee dagen aaneen), 'professioneel omgaan met emoties' (twee dagdelen op één dag) en 'opstellen van teksten voor rouwdrukwerk' (twee dagdelen op twee dagen niet aaneen). In de gesprekstrainingen gaat het om de sterke en zwakke punten in de gespreksvoering door de cursisten. Zij krijgen handreikingen voor verbeteringen van hun gesprekstechniek. De cursus over het professioneel omgaan met emoties omvat twee aspecten: het omgaan met emoties van nabestaanden én het omgaan met eigen emoties - opdat eigen emoties geen belemmering vormen in het werk of de persoonlijke levenssfeer van de uitvaartmedewerker. Met de cursus over het opstellen van teksten voor rouwdrukwerk wordt ingespeeld op de actuele behoefte van veel nabestaanden om af te wijken van standaardteksten. Een goede taalbeheersing van ook de uitvaartmedewerker is daarbij extra noodzakelijk. SpiegelIn de vier nascholingscursussen gaat het echt om náscholing. Ze zijn bedoeld voor uitvaartmedewerkers die een STIVU-opleiding hebben gevolgd of die ervaring hebben in de uitvaartbranche. In het algemeen krijgen de cursisten een spiegel voorgehouden: ze zien hoe ze hun werk doen en hoe het beter kan. Vooral de gesprekstrainingen, die in opdracht van de STIVU worden voorzorgd door NB, het centrum voor na- en bijscholing in de gezondheidszorg, vormen wat dit betreft een aanvulling op de bestaande STIVU-opleidingen. In deze vakopleidingen wordt alleen schriftelijke informatie over dit onderwerp gegeven, maar wordt de stof niet beoefend. De cursus over het schrijven van rouwteksten blijft een must - ook voor ervaren uitvaartmedewerkers. Dubbelzinnige rouwadvertenties of teksten met spelfouten zijn nog steeds geen zeldzaamheid. (Het is overigens niet onmogelijk dat uitvaartmedewerkers die nog in opleiding zijn bij de STIVU, deze nascholingscursus zullen gaan gebruiken als een extra examentraining. Het schrijven van rouwteksten blijft immers voor veel kandidaten een uiterst lastig onderdeel op het examen.) Ook in de cursus over het professioneel omgaan met emoties gaat het om de eigen belevingswereld van de -ervaren- uitvaartmedewerker. Weer wordt hem een spiegel voorgehouden: hoe ga ik om met moeilijke omstandigheden en emoties en welke uitwerking heeft mijn optreden in de praktijk? AgressieRené van Aalderen verwacht veel belangstelling voor de nascholingscursussen - temeer daar het aanbod op vragen vanuit de uitvaartwereld zelf is gestoeld. Bijvoorbeeld de cursus professioneel omgaan met emoties. Hij zegt: "Wij hadden al een beeld van de belangstelling voor deze cursus. Cursisten vragen vaak of er in de vakopleiding aandacht aan wordt besteed. Ook via uitvaartondernemingen hebben we deze vraag verschillende keren gekregen. De branche richt zich steeds meer op de kwaliteit van de dienstverlening en juist in dat kader past de cursus heel goed. Met name het goed kunnen omgaan met emoties van nabestaanden heeft veel belangstelling binnen de branche. Mensen kunnen veel verdriet vertonen, maar bijvoorbeeld ook agressie. Agressie van waarom juist hij of zij moest overlijden, maar ook agressie naar elkaar als mensen het niet met elkaar eens kunnen worden. De uitvaartmedewerker moet deze emoties dan in goede banen leiden, bijvoorbeeld bij het aannamegesprek, omdat hij toch te weten moet komen hoe de uitvaart gedaan moet worden. Het is in het belang van zowel de nabestaanden als de uitvaartmedewerker dat duidelijk wordt wat er moet gebeuren. De nabestaanden moeten zich daar dan in kunnen vinden en ze moeten er achteraf geen spijt van hebben. De uitvaartmedewerker moet daarom uit alle emoties weten te kristaliseren wat de mensen werkelijk willen dat er gebeurt." BevestigdDe verwachte belangstelling voor deze cursus wordt volgens Van Aalderen door de inschrijving bevestigd. Hetzelfde geldt voor de oriëntatietraining gespreksvaardigheden en de cursussen over het opstellen van teksten voor rouwdrukwerk. Voor de vaardigheidstraining gesprekstechnieken, die twee dagen in beslag neemt en ook duurder is dan de overige cursussen, gaat de inschrijving wat minder snel, maar de verwachting is toch dat de cursus gewoon zal doorgaan. René van Aalderen: "Als er te weinig cursisten zijn, dan moeten we wat met data gaan schuiven. In principe blijft een cursus drie jaar op het programma staan. Mocht de belangstelling mondjesmaat blijven, dan gaan we kijken of de cursus bijvoorbeeld kan worden aangepast." LacuneDe STIVU speelt met het nascholingsprogramma in op de kwaliteitsverbetering binnen de branche. Deze moet zich uiten in het optreden van de uitvaartmedewerkers -verwacht wordt dat zij mondig zijn, zelfbewust en beheerst- en in de verbreding van de dienstverlening. Met het oog op dit laatste aspect wordt momenteel in opdracht van de STIVU een cursus 'verzorging van overledenen en eenvoudige restauratieve technieken' ontwikkeld. De uitvaartverzorger heeft de verzorging van overledenen (het afleggen) meer en meer uit handen van de verpleegkundige genomen. Daarom is er in de opleiding voor verpleegkundigen weinig aandacht meer voor deze taak. De STIVU wil in de loop van 1994 deze lacune aanvullen met een cursus. Daarin moet dan ook aandacht worden besteed aan het camoufleren, ten behoeve van het opbaren, van verwondingen aan gelaat en handen. Bovendien zal worden stilgestaan bij risicofactoren als besmettelijke ziekten. René van Aalderen: "In de branche bestaat een grote behoefte aan deze cursus. Een week na de verzending van onze brochure waarin de cursus wordt aangekondigd, had ik al meer dan vijftig antwoordkaarten voor meer informatie terugontvangen. We zijn al heel lang met deze cursus bezig, maar het is een lastige opleiding. Het is moeilijk om goed lesmateriaal te vinden en dat zullen we daarom helemaal zelf moeten ontwikkelen. Ook is het moeilijk om een goede docent te vinden, omdat maar weinig mensen in Nederland op dit gebied een opleiding hebben gehad." Etnische verschillenEen andere actuele taakverbreding van de uitvaartmedewerkers betreft de uitvaartverzorging binnen andere culturele en religieuze kaders dan die van het West-Europees christendom. De verschillende rouwgebruiken van etnische groeperingen komen in de vakopleiding van de STIVU maar heel summier aan de orde - de verschillende culturen binnen de islam en het hindoeďsme zelfs in het geheel niet. Momenteel wordt daarom gewerkt aan een nadere uitwerking van de lesstof op dit gebied. De STIVU werd onlangs nog op een andere manier bij dit onderwerp betrokken, in de vorm van een verzoek om aan een project mee te werken van onder andere het Arbeidsbureau in de regio Zuid-Holland. Dit project is erop gericht allochtone vrouwen een kans op werk te geven binnen de uitvaartbranche. Het bestuur van de STIVU heeft inmiddels besloten om aan dit project mee te werken. René van Aalderen tot slot: "Het belang van de STIVU hierbij is dat het project op een vrij laag opgeleide doelgroep is gericht. De opleiding moet daarom in een mondelinge versie worden gegeven. Wij hebben nu alleen een schriftelijke opleiding en het is daarom een uitdaging voor de STIVU om daaraan mee te werken. Met een mondelinge opleiding, dus puur lessen volgen in de klas, bereiken we ook andere doelgroepen. Zo'n mondelinge opleiding kan worden ondersteund door een stageperiode en onze huidige opleiding voorziet ook daar niet in. Het project biedt ons dus andere invalshoeken en het is daarom een uitdaging om eraan mee te werken." Verschenen in: Partners, 1994 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |