|
||
|
J. Plat, bestuurder van de Federatie van Uitvaartverenigingen in Friesland (1992)
Fries bolwerk een standvastige vestingDe Federatie van Uitvaartverenigingen in Friesland is een bolwerk: een bastion in het uitvaartwezen, voor de bescherming van historische en culturele waarden in de traditie van Friesland op dit gebied. De federatie bestaat ruim vijftig jaar en bijna de helft van die tijd is Jan Plat aan de federatie verbonden. Momenteel is hij de secretaris van de federatie. In een gesprek met hem voor Partners legt Plat uit, hoe de strijd van de federatie vóór de cultuur vaak is uitgepakt als een gevecht tégen de economie. De geschiedenis van de federatie begint in de jaren twintig. Twee plaatselijke uitvaartverenigingen, in Oenkerk en Giekerk, hadden er een gewoonte van gemaakt om jaarlijks over wederzijdse belangen te overleggen. Eén van de gespreksonderwerpen betrof het overnemen van elkaars leden. Als in die jaren oudere mensen van woonplaats veranderden, dan vielen zij buiten de rechten van de ene vereniging en werden zij niet geaccepteerd door de andere. In Oenkerk en Giekerk begreep men, dat dit geen goede zaak was. Daarom werden alle uitvaartverenigingen in Friesland aangeschreven, met het verzoek om elkaars leden onvoorwaardelijk over te nemen. Achtennegentig verenigingen reageerden positief. In de reacties werd bovendien gesuggereerd, om een provinciale, coördinerende organisatie in het leven te roepen. Aldus geschiedde: op 29 januari 1931 werd in hotel Amicitia in Leeuwarden de eerste stap gezet naar de oprichting van een federatie. Het volkseigeneMomenteel zijn 225 Friese uitvaartverenigingen lid van de federatie. Deze verenigingen verzorgen jaarlijks in totaal zo'n drieduizend uitvaarten. Rond de tien verenigingen zijn geen lid van de federatie. "Zij zien het nut van gezamenlijke afspraken niet in," zegt Plat. "Zij kijken soms allereerst naar de kosten van het lidmaatschap. Het bestuur van de federatie is dan al direct geneigd om maar weer te gaan. Want als dat het item is, dan is het voor ons eigenlijk niet meer interessant." ("Bovendien," zo voegt Plat er tussen haakjes aan toe, "kan het lidmaatschap van de federatie de verenigingen zelfs financieel voordeel opleveren. Er zijn verenigingen die het lidmaatschap kunnen betalen van het verschil in premie voor hun eigen WA- en ongevallenverzekering en die voor onze collectieve verzekering!") Plat raakt hiermee één van de belangrijkste uitgangspunten van de federatie: niet de economische aspecten van de uitvaartverzorging zijn van belang, maar wel de humane en culturele waarden. "Het gaat ons veel meer om de saamhorigheid en de onderlinge verbondenheid," zegt hij. "Wij willen de historische, culturele en ideële waarden in stand houden die wij hechten aan het uitvaartwezen. Wij merken in de praktijk dat nabestaanden het als prettig ervaren als een bekende de uitvaart verzorgt. Het doet heel goed aan als de uitvaartleider min of meer op de hoogte is van het wel en wee van de familie. De gemoedelijke sfeer, de vertrouwensbasis, de specifiek Friese cultuur, het volkseigene... wij zetten ons in voor het voortbestaan van dit alles." Ideëel en sociaalDe federatie en de aangesloten verenigingen hebben hun status van ideële en sociale instelling diverse malen moeten bevechten. Tijdens de bezetting werd de federatie geliquideerd, omdat zij niet tot de Duitse vakgroep van begrafenisondernemingen wilde toetreden. Eind jaren vijftig wist de federatie via de rechter te bereiken dat de verenigingen werden verwijderd uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. "Geen enkele vereniging is erop uit om winst te maken," zegt Plat. "Wij maken ook vooraf geen afspraken over de kosten. Als een ondernemer over zijn uren gaat, dan kost hem dat geld. Daarom moet hij vooraf afspraken maken, anders komt hij bedrijfsmatig niet uit. Wij kennen dat punt niet. Wij doen het zoals de familie het wil en de bode krijgt daar een afgesproken vast bedrag voor. De nabestaanden moeten alle ruimte krijgen om hun verdriet te verwerken en dat moet niet kostenverhogend werken. Dat mág gewoon niet." ProvisiesIn het verlengde van deze opvatting huldigt de federatie het standpunt, dat in de uitvaartverzorging niet op provisiebasis moet worden gewerkt. Plat: "In de praktijk gebeurt het nog wel, maar gelukkig in afnemende mate. Want wat krijg je als de beloning van een uitvaartleider mede wordt opgebouwd uit provisies? Dan brengt hij liever een hereboer in een kist van duizend gulden naar zijn laatste rustplaats, dan een bijstandsmoeder in een kist van driehonderd gulden. Maar wij vinden dat hij er geen belang bij moet hebben of de dode rijk of arm was, dat moet hem hetzelfde zijn! Daarom moeten de uitvaartleiders een verantwoorde beloning krijgen en moeten we helemaal af van die provisies." In Friesland zijn er nog enkele verenigingen die op provisiebasis werken, veelal omdat die situatie historisch zo gegroeid is. "Maar het is een van de taken van het federatiebestuur om dat gezwel eruit te snijden!" zegt Plat. LedenkortingDe prijsafspraken vooraf en de provisies zijn twee punten waarop de economische en de ideële motieven kunnen botsen. Dit dreigde enige jaren geleden ook te gebeuren op het gebied van een derde punt: de ledenkorting. Als leden van een uitvaartvereniging overlijden, dan wordt een korting verleend op de uitvaartkosten. Deze korting is per vereniging verschillend, maar bedraagt nu gemiddeld 1500 ŕ 2000 gulden. Plat: "Het is één van de taken van het federatiebestuur om deze ledenkorting op peil te houden. De verenigingen hoeven niet allemaal dezelfde ledenkorting te geven. In de eerste plaats liggen de kosten bijvoorbeeld ten noorden van Dokkum totaal anders dan in de stad Leeuwarden. In de tweede plaats is elke vereniging autonoom. Het is dus aan de leden van de vereniging om te bepalen welke ledenkorting men wil hebben en welke contributie men wil betalen. Maar het federatiebestuur heeft er altijd wel voor gewaarschuwd, dat als het verschil tussen de ledenkorting en de kosten van de uitvaart te groot zou worden, dat dan de verzekeringsmaatschappijen een hele goede aanleiding zouden hebben om huis aan huis te gaan aanbellen. Dat zou het einde betekenen van de uitvaartverenigingen en van onze cultuur en idealen op dit gebied." Het beste thuisDe aangesloten verenigingen hebben in de loop der jaren wel gehoor gegeven aan de oproep om de ledenkorting op peil te houden, maar dat gebeurde naar de mening van het federatiebestuur toch onvoldoende. "Daarom hebben we ons een aantal jaren terug op deze situatie bezonnen," zegt Plat, "en hebben we ons op de markt georiënteerd om te zien wat voor ons acceptabel was. We hebben toen met diverse maatschappijen gesprekken gehad. Daarin hebben wij ons blootgegeven, want wij hadden altijd geroepen: niet bijverzekeren! Na die gesprekken bleek dat wij ons bij Ubo Verzekeringen het beste thuis voelden. De vertrekpunten van Ubo Verzekeringen -zij zullen zich nooit in het zwarte vak begeven, zij zullen de verenigingen nooit op hun beleid aanspreken, zij willen wel adviseren en ze willen námens de verenigingen werken- waren voor ons aanleiding om met Ubo Verzekeringen verder te gaan. Wij hebben groen licht gegeven voor de 'bewerking' van Friesland en dat ontwikkelt zich heel goed!" Bindende afsprakenIs er in de geschiedenis van de federatie weleens een vereniging uitgesloten? "Dan kom ik op een beetje gevoelig punt," antwoordt Plat na een korte stilte. Hij zegt: "Elke vereniging is autonoom. De federatie ziet die autonomie helemaal niet als een bezwaar, mits men zich maar houdt aan het artikel in de statuten, dat men gebonden is aan de besluitvorming van de algemene ledenvergadering. Als een besluit op de ledenvergadering bekrachtigd is, dan is het bindend. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat dit in het verleden weleens te licht werd opgevat. Maar dat gaat veranderen. Die situatie móet veranderen. Want als de Federatie van Uitvaartverenigingen in Friesland, vertegenwoordigd in het LSUW (het Landelijk Samenwerkingsverband van Uitvaartinstellingen zonder Winstoogmerk - red.) toezeggingen doet, dan moeten we natuurlijk niet geconfronteerd worden met verenigingen die ons in ons hemd zetten. Daarom moet dat stukje vrijblijvendheid eruit. Als we met elkaar die historische en culturele waarden in stand willen houden, dan moeten we ook met elkaar bindende afspraken kunnen maken." Diep respectHet bestuur van de federatie bestaat uit negen personen. De huidige voorzitter is de heer I. Sijtsma uit Harlingen. Jan Plat is ook lange tijd voorzitter van de federatie geweest. Hij is vanaf 1968 aan de federatie verbonden. "Ik was destijds al bestuurslid van de plaatselijke uitvaartvereniging in St. Annaparochie," zo vertelt hij tot slot. "En als je dit werk doet, dan zit je wat dichter op het gebeuren zelf. Je hebt ook regelmatig contact met de uitvaartleiders en met het andere personeel. Je hoort dan de verhalen over wat men ervaart en wat men moet verwerken. Het is niet een kwestie van een uniformjasje aan- en uittrekken. Juist omdat het om ingezetenen gaat van hun eigen dorp, maken zij heel wat mee - ook tragische sterfgevallen. Als ik dan ervaar hoe een club dragers van een vereniging dat met elkaar verwerkt, dan heb ik daar diep respect voor. Heel diep respect. Ik denk dat dat één van de grootste drijfveren is geweest om me blijvend voor dit werk in te zetten." Verschenen in Partners, 1993 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |