|
||
|
A. Sta, voorzitter van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij (1999)
Vroeg pensioen voor stuurlui aan de walHet Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij bestaat dit jaar 45 jaar. Momenteel hebben ruim 22.000 oud-zeevarenden een ouderdomspensioen vanuit het fonds. Veelal is dit een onvolledig pensioen, omdat de betrokkenen doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd in de koopvaardij hebben doorgewerkt. Tot nu toe stond het bedrijfspensioenfonds altijd wat huiverig tegenover waarde-overdracht van pensioenen, maar in die opstelling zit nu enige beweging. Een profielschets met een actuele stellingname. Voor de oorlog bestond er voor de gezellen in de koopvaardij, dus de mannen in de lagere rangen, geen enkele pensioenvoorziening. Over het algemeen kregen zij een arbeidsovereenkomst voor zolang de reis duurde. Eenmaal terug in Nederland eindigde meteen het dienstverband. De officieren aan boord waren meestal wel in vaste dienst van een rederij. Voor hen hadden sommige grotevaartrederijen eigen pensioenfondsen. Zekerheid boden die echter niet. Toen eind jaren twintig de grote rederij Hollandsche Lloyd failliet ging, bleef er van de pensioenreserves niet veel over. Onder meer dit debacle was destijds de aanleiding om wettelijk voor te schrijven, dat een bedrijf niet meer dan 10% van het belegd vermogen in aandelen in het eigen pensioenfonds mag hebben belegd. Steeds algemener werd ook de oproep om per bedrijfstak tot verplichtgestelde pensioenvoorzieningen te komen. Al tijdens de oorlog beloofde de regering in ballingschap dat er een bedrijfspensioenfonds voor de koopvaardij zou komen. Na de oorlog werd er ook daadwerkelijk geld voor beschikbaar gesteld, 70 miljoen gulden, maar toch duurde het nog tot 1954 voordat het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij werd opgericht. Het toen al bestaande fonds voor gezagvoerders en officieren werd geliquideerd en bij Centraal Beheer ondergebracht. ProfielMomenteel kent het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij ongeveer 6.500 actieve deelnemers (die bij ruim 300 werkgevers werken). Daarnaast zijn er zo'n 40.000 ex-deelnemers (slapers) en ruim 22.000 gepensioneerden. De actuele waarde van het vermogen van het fonds bedraagt ruim 6 miljard gulden. Sinds enkele jaren bestaat het pensioenpakket dat wordt aangeboden uit een overbruggingsuitkering (vanaf 57,5 tot 60 jaar), een overbruggingspensioen (vanaf 60 tot 65 jaar), een ouderdomspensioen (vanaf 65 jaar), een nabestaandenpensioen en een invaliditeitspensioen. De hoogte van de pensioenen wordt volgens het eindloonsysteem vastgesteld. Het bestuur van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij is paritair samengesteld. Vier bestuursleden vertegenwoordigen de werkgeversorganisaties Sociaal Maritiem Werkgeversverbond en Vereniging van Werkgevers in de Handelsvaart en evenzo vier bestuursleden vertegenwoordigen de werknemersorganisaties Federatie van Werknemers in de Zeevaart en Nederlandse Vereniging van Kapiteins ter Koopvaardij. Het voorzitterschap en het secretariaat wisselen jaarlijks tussen de heren J.A. de Groot (namens de werkgevers) en A. Sta (namens de werknemers). Al sinds 1992 kent het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij een deelnemersraad. De administratie van de pensioenregeling is in handen van PVF Pensioenen, de vanuit het GAK verzelfstandigde administrateur van pensioen- en VUT-fondsen, die in 1998 in Achmea werd opgenomen. Meestal kort op zeeIn de oneven jaren, dus ook nu, is Arnold Sta voorzitter. Sta (57) heeft in de jaren zestig zelf gevaren, als leerling-, vierde, derde en uiteindelijk tweede stuurman, in dienst van de Rotterdamse vestiging van de rederij VNS (die later in NedLloyd is opgegaan). Hij voer vooral met 'general cargo', in het algemeen kleine verpakkingen, naar de Perzische Golf, Pakistan, India, Japan en - op zijn eigen verzoek redelijk vaak - Australië. Zulke reizen duurden meestal zo'n vier à vijf maanden en als je lang op vracht moest wachten ook weleens zes maanden (waarop dan natuurlijk wel een aantal maanden doorbetaald verlof volgde). In 1972, hij was toen dertig, ging Sta aan de wal werken als (vrijgesteld) kaderlid bij de Vereniging van Kapiteins en Officieren, een van de rechtsvoorgangers van de huidige Federatie van Werknemers in de Zeevaart. Binnen de FWZ is Arnold Sta nu penningmeester en vanuit die functie voorzitter/secretaris van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij. "In de koopvaardij is het altijd gebruikelijk geweest," zo vertelt Sta, "dat het merendeel op jeugdige leeftijd ging varen en dat dan maar een beperkt aantal jaren volhield. Het leven van een zeeman stelt erg veel eisen en is moeilijk te combineren met een sociaal leven of met een gezin. Bij de gezellen blijft maar zo'n tien procent varen, bij de officieren blijft misschien twintig procent tot de pensioengerechtigde leeftijd doorgaan. Wel begin je in de koopvaardij al vanaf je tweeëntwintigste jaar pensioen op te bouwen, vroeger zelfs al op je twintigste. Ook is de opbouw wat hoger, omdat we een pensioengerechtigde leeftijd van zestig jaar hebben en je dus ook voor de vijf jaar daarna moet opbouwen. Maar tegenwoordig kun je dat altijd naar andere bedrijfstakken meenemen, onder andere naar ABP." Toch maar waardeoverdrachtSta legt uit dat nogal wat oud-werknemers uit de koopvaardij, eenmaal terug aan de wal, een baan bij de overheid hebben gevonden en dus deelnemer bij ABP zijn geworden. Met name mensen met een technische achtergrond in de koopvaardij komen nogal eens aan de slag bij elektriciteitscentrales, vuilverbrandingsinstellingen, waterschappen, havenbedrijven, maritieme overheidsinstellingen etcetera. "Wat dat betreft komt dit interview als geroepen," zegt Sta. "Schrijf maar op dat de FWZ vindt, dat het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij desgewenst ook die hele oude rechten maar aan ABP moet overdragen. Daar zitten best wel wat bedenkingen bij. Voor veel mensen, vooral met weinig vaartijd, is het in veel gevallen beter om hun pensioen te laten staan en dan op zestig jaar uit te stellen tot vijfenzestig. Want dan verdubbelt het bijna en is het toch nog een aardige opsteker, afhankelijk van de vaartijd en het laatste functieniveau. Bovendien indexeert het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij al sinds 1960 en heb je dus ook niet de breuk die andere fondsen hebben die pas later zijn gaan indexeren. Het voordeel van waardeoverdracht is dus betrekkelijk, maar ook in het kader van de oproep van de Stichting van de Arbeid om aan waardeoverdracht mee te werken, willen wij in de pensioenwereld niet als een dwarsliggende eend in de bijt te kijk blijven staan." Strenge keuringseisenSinds 1994 kent het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij ook een invaliditeitspensioen. Dit pensioen is bedoeld als opvulling van het WAO-gat. Vooral vroeger kwam er in de koopvaardij veel arbeidsongeschiktheid voor. Het werk aan boord was immers fysiek ingestelde arbeid, waarbij veel gelopen, geklommen en gesprongen moest worden op een doorgaans bewegend schip. De laatste jaren vormen vooral stress en psychische klachten de oorzaken van arbeidsongeschiktheid. De keuringseisen om in de koopvaardij te mogen werken, zijn vrij streng. Mensen met bijvoorbeeld een verminderd gezichtsvermogen of die aan suikerziekte of epilepsie lijden, mogen niet meer als zeeman aan de slag. Momenteel hebben zo'n veertig deelnemers aan het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij een invaliditeitsuitkering. Arnold Sta verwacht niet dat dit aantal in de komende jaren sterk zal stijgen. Hij zegt: "Juist mensen die aan het einde van de rit zitten, komen eigenlijk niet meer in het WAO-gat terecht. Bovendien kennen we sinds 1995 de mogelijkheid om op 57,5 jaar met vervroegd pensioen te gaan of zelfs, met een actuariële verlaging van het pensioen, al op 55 jaar te vertrekken. Als je dat in het vooruitzicht hebt, draai je toch wat makkelijker een reis of wat door, dan als je nog de volledige rit hebt te gaan." Geen ingrijpende wijzigingenSta voorziet in de komende jaren geen ingrijpende wijzigingen in de pensioenregeling. Hij zegt: "We zitten op een niveau dat je niet meer over dramatische verbeteringen hoeft te praten. Een verdere vervroeging van de leeftijd waarop je eruit kunt, zie ik niet als reëel omdat de fiscale wetgeving dat blokkeert. Wat het overwerk betreft zit vrijwel vijftien procent van het loon als compensatie voor overwerk in de pensioengrondslag. Met de franchise zitten we beneden het niveau van het alleenstaandenpensioen, dus hoewel we daar aan werknemerskant nog wel wat verfraaiing in willen aanbrengen, hoeft dat ook geen ingrijpende verbetering meer te zijn. Die forse stappen hebben we eigenlijk al achter de rug en grote wijzigingen zitten er dus voorlopig niet meer in." Kadertekst:Krimpende bedrijfstakMomenteel voert de overheid een stimuleringsbeleid in de koopvaardij om zeeschepen weer onder Nederlandse vlag te laten varen. Niettemin staat de werkgelegenheid in de koopvaardij nog steeds onder druk. Op de steeds grotere schepen is immers een steeds kleinere bemanning nodig. Bovendien wordt veel werk door buitenlanders gedaan. Grofweg 5.000 van de 10.000 arbeidsplaatsen worden ingenomen door met name Indonesiërs, Filippijnen, Polen, Kroaten, Russen en Oekraïners. Omdat Nederland met de desbetreffende landen geen verdrag inzake sociale zekerheid heeft, vallen deze werknemers niet onder het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij. De werkgelegenheid in de sector is een primair aandachtspunt van de Stichting Koopvaardij. Deze stichting werd in 1997 opgericht door de gezamenlijke koopvaardij-organisaties op het gebied van sociale zekerheid, arbeidsvoorziening en scholing, waaronder ook het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij. Jaap van der Bijl, directeur van de Stichting Koopvaardij: "Het zou goed zijn als bedrijfstakken die onder de noemer 'scheepvaart' vallen - denk aan de zeevisserij, de baggerij, de binnenvaart etcetera - meer met elkaar zouden samenwerken. Dat is een kwestie van ontwikkeling. We praten erover, in oriënterende zin, op welke specifieke gebieden we met elkaar zouden kunnen samenwerken, met behoud van ieders identiteit en autonomie. Of ook de pensioenvoorziening zo'n onderwerp is, vraag ik me af. Het gaat immers om verschillende pensioenregelingen. In de koopvaardij hebben we een eindloonregeling en in de binnenvaart is het bijvoorbeeld een middelloonregeling. Moet je die twee regelingen nu in elkaar gaan vlechten? Nee, dat moeten we niet doen, dat is niet handig." Ook voor Arnold Sta, voorzitter van het Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij, is de inkrimping van de bedrijfstak geen aanleiding om met het fonds een groter verband op te zoeken. Hij zegt: "Mocht na verloop van tijd de aanwas van jonge deelnemers wegvallen, dan worden we maar een fonds met weinig actieve deelnemers en veel pensioengerechtigden. Zulke fondsen zijn er wel meer. De reserves van het fonds zijn zonder meer voldoende, dus dat is geen enkel probleem." Verschenen in: ABP Wereld, 1999 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |