|
||
|
W. van Rhee, manager bureau wedstrijdzaken en accommodaties van de KNVB (1996)
Safety en security vanuit servicesWill van Rhee is manager van het bureau wedstrijdzaken en accommodaties van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. De hoofdtaken van dit bureau betreffen de competitie betaald voetbal, het toeschouwersbeleid, accommodatiezaken en veiligheid in de meest brede zin van het woord. Wat de veiligheid betreft is Van Rhee enthousiast over de ontwikkeling die de laatste jaren duidelijk is ingezet: voor de 'safety' en 'security' van stadionbezoekers zijn niet langer rigoreuze maatregelen, maar goede services gewenst. Will van Rhee stelt dat safety- en security-aspecten bij stadionbezoek wel veel aandacht vragen, maar geen grote bezorgdheid meer. De safety-aspecten in en rond de stadions zelf, dus zaken als brandveiligheid, veilige trappen, brede in- en uitgangen, degelijke bouwconstructies enzovoort, zijn tot in de details geregeld in internationale richtlijnen tot en met plaatselijke bouwvoorschriften. Al enkele jaren geleden bezocht Van Rhee een workshop over zo'n vijftig rampen met publiek, wereldwijd - en vanzelfsprekend is daar inmiddels lering uitgetrokken. SecurityWat de 'security' van de stadionbezoekers betreft, hun persoonlijke integriteit, wijzen de cijfers uit dat er nauwelijks nog sprake is van grote problemen. Aan het begin van de voetbalcompetitie 1995-1996 heeft de KNVB zijn waarnemers uitdrukkelijk geïnstrueerd om op wanordelijkheden bij wedstrijden te letten. Aan het einde van het seizoen bleek dat bij slechts zes van de meer dan zeshonderd westrijden sprake was van vernielingen of vechtpartijen. Van Rhee: "Dat zijn nog zes wedstrijden teveel, maar je moet het wel in verhouding zien. In een stad met evenveel inwoners als het totale aantal stadionbezoekers, zouden dingen gebeuren die vele malen erger zijn. Vernielingen en vechtpartijen in stadions komen nog maar in zeer beperkte omvang voor. Ik ben er vast van overtuigd, dat dit te maken heeft met de verbetering van de stadions, de verbetering van de infrastructuur, de organisatievorm, het codesysteem, het stewardsysteem en vooral ook een verbetering van het supportersbeleid." Services"We moeten daarom niet meer over veiligheid sec praten," vervolgt Van Rhee, "maar over services. Vanuit de service-gedachte kom je ook tot 'safety' en 'security'. Als ik over veiligheid praat, dan heb ik het over wedstrijd-organisatie, infrastructuur rond en in het stadion, sanitaire voorzieningen, mogelijkheden om iets te eten en te drinken, entertainment, etcetera. Wie naar een voetbalstadion komt, daarvoor betaalt en zich daar gedraagt, heeft recht op een zo hoog mogelijk serviceniveau. Op het moment dat mensen zich misdragen, betekent dat voor de andere gasten een inbreuk op het serviceniveau. Vanuit die gedachte moet je daar wat aan doen." Van Rhee benadrukt hierbij dat iedereen recht op goede services heeft en niet alleen de sponsors, de bestuurders en de VIP's bijvoorbeeld. Hij zegt: "Steeds meer mensen zijn bereid om iets meer te betalen voor meer service en kwaliteit - niet alleen bij de grotere clubs maar ook bij de kleinere. Steeds meer mensen ook willen bijvoorbeeld voor de wedstrijd een hapje eten of willen na afloop wat blijven hangen. Vroeger puilden de cafées in de omgeving van het stadion na de wedstrijd uit, maar nu zie je dit sociale gebeuren veel meer in en rond de stadions gaan plaatsvinden. De clubs moeten hun gasten die mogelijkheden bieden, bijvoorbeeld ook met speciale voorzieningen voor minder-validen, senioren en families met kinderen, daar pleit ik voor." Internationaal scorenDe noodzaak om staanplaatsen te vervangen door zitplaatsen, maar zeker ook de wens om het publiek meer service te verlenen, heeft ertoe geleid dat bijna elke voetbalclub in Nederland bezig is met nieuwbouw of verbouw van het stadion. "Met name de kleinere clubs hebben soms grote moeite om dat gerealiseerd te krijgen," aldus Van Rhee, "maar moeten toch met de tijd mee. Daarom wil de KNVB deze clubs daarbij helpen, bijvoorbeeld met advies, het genereren van geldstromen, het zoeken van subsidiemogelijkheden en bijvoorbeeld ook met het geclusterd aankopen van stoeltjes. Zo willen wij de clubs die daar prijs op stellen, graag ondersteunen bij het vernieuwen van de stadions." Een en ander zal ook aan de orde zijn in de werkgroep Stadions 2000, een werkgroep die op initiatief van de KNVB een nieuw concept voor stadions in de toekomst wil ontwikkelen. Tot nu toe heeft de projectleider hiervan zich met voorrang op de veldverwarming gericht: "een buitengewoon belangrijke verbetering van de stadions," aldus Van Rhee. Hij zegt zelf vooral gecharmeerd te zijn van de stadions in Engeland, "maar," zo zegt hij tot slot, "internationaal is men ook zeer te spreken over de ontwikkelingen in Nederland. De Amsterdam Arena is daar een goed voorbeeld van, maar ook met de kleinere stadions zoals voor Heerenveen, FC Utrecht, NAC en Willem II scoren we internationaal heel goed. Die ontwikkeling is de laatste jaren bijzonder hard gegaan. Drie jaar geleden was er nog niet één stadion met uitsluitend zitplaatsen. Nu hebben we er al bijna tien en dat is natuurlijk fantastisch." Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |