|
||
|
P. Goltstein, C. van Herpt, directeuren van Bollen Architectuur & Management (1996)
Stadions van Willem II en NAC: heldere concepten zonder concessiesTwee voetbalstadions, voor Willem II in Tilburg en voor NAC in Breda, werden door Ballast Nedam IGB ontwikkeld in samenwerking met het bureau Bollen Architectuur & Management in Tilburg. Het stadion van Willem II, voor 15.000 toeschouwers, werd in verschillende fasen gebouwd op de plaats van het oude stadion. Eind 1994 werd het in gebruik genomen. Voor het stadion van NAC, het eerste stadion in Nederland met veldverwarming (aangelegd door Kin Installatie-bedrijven), werd in de stad Breda een nieuwe lokatie gevonden. Dit stadion, voor 17.000 toeschouwers, is gereed bij het begin van de voetbalcompetitie 1996-1997. Volgens Paul Goltstein en Carel van Herpt, directeur en adjunct-directeur van Bollen Architectuur & Management, zijn de twee stadions net zo verschillend als de twee Brabantse steden en clubs dat ook zijn. Het ene stadion is het andere niet. Het bureau Bollen hanteert daarom bij de ontwikkeling van een stadion een zo gestructureerd mogelijke vraagstelling aan de opdrachtgever. Dit programma van eisen omvat alle onderwerpen waarover beslissingen nodig zijn: veiligheid, bezoekersstromen, verkooppunten, business-units, veldverlichting, reclame-uitingen, draagkolommen enzovoort enzovoort. "Breda is een andere stad dan Tilburg," zegt Carel van Herpt, "het publiek is anders dan het Tilburgse. Dat betekent dat men ook andere eisen aan de stadions heeft gesteld." Commerciële ruimtenGoltstein en Van Herpt laten zien dat een tekenend verschil bijvoorbeeld de inbreng van de commerciële ruimten in de stadions is. Het stadion van NAC bevat wel business-units, het stadion van Willem II niet. Daardoor is de tribune-opbouw in Breda gelaagd en in Tilburg gelijkmatig. Onder de scherpere hellingshoek van de Tilburgse tribune is meer ruimte voor commerciële ruimten dan onder de steile Bredaase tribune. Daardoor kon in Tilburg een gaanderij onder de tribune worden gerealiseerd, met verkooppunten, voorzieningen en toiletruimten, vanwaar de toeschouwers hun plaatsen kunnen bereiken. In Breda, waar de tribune vanuit een verdiepte omloop rond het veld wordt gevuld, is geïntegreerd met de tribune een volledige, ovale bebouwing voor exploitatie-doeleinden gerealiseerd, waaronder de stamkroeg van de NAC-supporters. Deze bebouwing omvat vier hoektorens die het stadion sluiten, maar waaronder wel de open hoeken zijn die toegang tot het stadion geven. In Tilburg werd één hoofdgebouw geprojecteerd en is het werkelijke stadion-effect bereikt doordat het stadion géén hoeken kent: alle tribunerijen zijn in ovalen doorgetrokken. Stedebouwkundige inpassingDe twee programma's van eisen hebben tot verschillende stadions geleid. Toch zijn twee belangrijke uitgangspunten van Bollen bij de ontwikkeling van beide stadions overeind gebleven: ze moeten passen in de omgeving en moeten duidelijk zichtbaar een stadion zijn. Paul Goltstein: "Het NAC-stadion is net buiten de oude stad in een open gebied gebouwd. Het stadion staat er als een grote hoedendoos op een steenachtig plein, los van zijn omgeving. Het stadion is daardoor prominent aanwezig, met de ovale bebouwing rondom waar het rechthoekige dak van het stadion bovenuit komt." Carel van Herpt: "Het stadion van Willem II hebben we anders benaderd. Dit stadion ligt in een bebost gebied, aan een weg met grote eiken. Een beetje verscholen in het groen is een stadion van beperkte hoogte gebouwd, in sprankelende kleuren, waarover een blauw dak golft dat de onderbouw nergens raakt. Ook daardoor is het concept weer helder gehouden. Je kunt aan een stadion wel toevoegingen doen, maar je moet niet naar een mengvorm gaan. Want dan doe je concessies aan het een of het ander." Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |