H. van Renen, directeur van VVV Flevoland (1995)

"Investeren, dat is lef hebben en geloven in je produkt"

Hans van Renen is directeur van VVV Flevoland en in zijn hart een zakenman. "Toerisme is ervoor zorgen dat er geld achterblijft in je gebied," zegt hij. "Kort na 2000 zal het toerisme de olie-industrie wereldwijd in omvang hebben overtroffen. Daar zal Nederland en ook Flevoland een graantje van moeten meepikken." We vroegen Van Renen: hoe?

"De toerist laat zich niet leiden," stelt Hans van Renen voorop. "De toerist beweegt zich vrijelijk, zoekt zijn weg en is avontuurlijk ingesteld. Het pad dat je voor hem effent, loopt hij nou net niet." Toch weet Van Renen natuurlijk goed, dat er desondanks een visie moet zien op de toeristische en recreatieve ontwikkeling van Flevoland. Daarnaast zal ook de markt bewerkt moeten worden, de buitenlandse en de binnenlandse markt.

Speldeknop

Van Renen kan kort zijn over de buitenlandse markt. Hij zegt: "Nederland is te kleinschalig om ieder deelgebiedje apart in het buitenland neer te zetten. Nederland is voor buitenlanders één grote stad met een aantal leuke groene parken daartussen. Je kunt hier geen minuut rijden zonder dat je een woning ziet of iemand tegenkomt. Dat betekent dat we die kleinschaligheid moeten promoten, in een samenhangend concept rond een paar thema's. Daar moeten we het dan bij laten. De kunst is om de buitenlandse toerist er eerst van te overtuigen dat hij naar deze speldeknop op de wereldkaart moet komen." Van Renen ziet goede mogelijkheden voor Flevoland in dat totaal-concept door bijvoorbeeld de promotie van de Gouden Cirkel: een toeristisch project van cultuurhistorie en natuur in en rond de Zuiderzee.

Vooroordelen

"Op de binnenlandse markt hebben we nog wel een imago-probleem op te lossen," vervolgt Van Renen. "De mensen hebben geen voorstelling van wat Flevoland eigenlijk is. De meeste mensen hebben nog een Bos-atlas waar Flevoland niet eens in staat! Ze denken te weten dat het er kaal is, dat er nog mensen wonen met lieslaarzen aan en dat het er altijd waait. Zo hebben de mensen nog een aantal vooroordelen tussen de oren en we hebben de opdracht om dat tussen die oren vandaan te halen. Daarbij beginnen we met de jeugd; de ouderen kunnen we afschrijven, die zijn onverbeterlijk, kosten veel geld en energie en dat helpt toch niet. We moeten investeren in de toekomst en de jeugd vertellen, door een gerichte, campagne-achtige aanpak, over datgene wat we hier allemaal hebben. Dat is een gemeenschappelijke opdracht: voor Kamers van Koophandel, instituten, bedrijven, overheden, scholen - we zijn allemaal ambassadeurs van ons gebied en hebben de plicht om dat ambassadeursschap ten volle in te vullen en uit te baten. Dat moet veel meer gebeuren dan tot nu toe is gedaan."

Investeringen

Toerisme is geld verdienen, stelt Van Renen, en hij somt een aantal investeringen op die nodig zijn om uiteindelijk een goed rendement te kunnen behalen. Het gaat erom toeristen langer dan een dag in het gebied te houden en daarvoor zijn hotels nodig, pensions, bed-and-breakfast-gelegenheden, campings en andere toeristische verblijfaccommodaties. Ook zou Van Renen graag zien dat er zo'n dertig kilometer extra strand werd opgespoten ("want die dijken zijn uiterst effectief tegen storm en water, maar buitengewoon saai voor toeristen," zegt hij), dat er ook meer grootschalige evenementen in Flevoland zouden plaatsvinden, zoals de Wereld Jamboree in 1995 ("en als die evenementen er niet zijn, dan moeten we ze elders gewoon wegkopen") en dat zich bijvoorbeeld meer musea in Flevoland zouden vestigen ("het architectuurmuseum had nooit naar Rotterdam gemogen, moderne architectuur vindt hier plaats, in Flevoland!"). Hans van Renen: "Flevoland is op dit gebied nog niet actief genoeg. Natuurlijk kost het allemaal geld, maar het zijn investeringen waarvan je later profijt krijgt. Dat is een kwestie van lef hebben en van geloven in je produkt."

Rooskleurige toekomst

Er staat nog meer op zijn verlanglijstje: een of twee jachthavens erbij, indien mogelijk extra bungalow- en attractieparken en natuurlijk een nationale luchthaven, waar Van Renen een groot voorstander van is. Toch gelooft hij niet dat dit alles het ruimtelijke en agrarische karakter van het gebied zal aantasten. Hij voorspelt dat maar weinig van de moderne, grote boerderijen in Flevoland het op termijn niet zullen kunnen bolwerken. Daarom zal ook maar weinig land vrijkomen voor andere, bijvoorbeeld toeristische doeleinden. Volgens Van Renen moet de ontwikkeling zoals hij die schetst, ook niet worden overhaast. "We moeten over vijftien jaar ook nog iets te verkopen hebben," zegt hij en hij wijst bijvoorbeeld op de tientallen scheepswrakken die, soms slechts dertig centimeter onder de grond, liggen te wachten om 'toeristisch opgegraven' te worden. Wel voegt hij eraan toe, dat de ontwikkelingen ook niet moeten worden afgeremd, bijvoorbeeld door onnodige overheidsbemoeienis, natuurbescherming of milieuregelgeving. "En dan is de toekomst van Flevoland op toeristisch en recreatief gebied heel rooskleurig!" zo stelt hij tot slot.

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1995

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl