T. van der Zanden, architect bij OD 205 (1994)

Het nieuwe hoofdkantoor markeert het begin van een ontwikkeling

Tom van der Zanden is de architect van het nieuwe kantoor van Unidek. Van der Zanden is sinds 1960 verbonden aan OD 205, het gerenommeerde bureau voor architectuur, stedebouw, onderzoek en landschap. Bij dit bureau, met vestigingen in Delft en Eindhoven en een zelfstandige vestiging in Singapore, werken momenteel zo'n zeventig medewerkers. Van der Zanden was betrokken bij de masterplanning van de Technische Universiteit Eindhoven. Belangrijke werken van hem zijn het Rekencentrum van de TUE, de Maxis Superstore in Muiden (bekroond met de Nederlandse en Europese Staalprijs 1974), de concernhuisvesting van Koninklijke Bijenkorf Beheer in Amsterdam en het masterplan voor de Federale Technische Universiteit in Owerri, Nigeria. Heel recent werk van hem is het multifunctioneel zakencentrum 't Schimmelt in Eindhoven en het gebouw voor de gezinsverzorging in Eindhoven (beide genomineerd voor de architectuurprijs van de gemeente Eindhoven). We vroegen Tom van der Zanden naar een toelichting bij zijn ontwerp van het hoofdkantoor van Unidek.

Een ervaren man als Van der Zanden, met tientallen bouwprojecten op zijn naam, wordt niet snel voor verrassingen geplaatst. Niettemin is dat tijdens het bouwproces van het Unidek-kantoor regelmatig voorgekomen. Terugkijkend zegt hij: "Ik probeerde steeds overal bij betrokken te zijn - grote flexibiliteit was vereist. De manier van bouwvoorbereiding was duidelijk anders dan normaal. Er was geen bestek, geen aanbesteding en alles was vrij open: alle bouwfasen liepen continu door elkaar. Unidek heeft natuurlijk veel relaties met de bouwwereld en daarom werden onderdelen van het werk gemakkelijk separaat uitgegeven. Dat leverde in de coördinatie behoorlijk wat problemen op, ondanks de wekelijkse vergaderingen met Van Dijk, de adviseur/installateurs en andere betrokkenen. We hebben hectische tijden doorgemaakt!"

Ideeën

OD 205 verwierf de opdracht van Unidek in concurrentie met een ander architectenbureau. De opdracht ging niet gepaard met een nauwkeurig geformuleerd programma van eisen. Wel waren er -doordat al lang en veel over het nieuwe kantoor was nagedacht- kwantitatieve en kwalitatieve ideeën. Het kantoor moest flexibel plaats kunnen bieden aan vierhonderd medewerkers, er zou in totaal zo'n zesduizend vierkante meter bruikbaar vloeroppervlak nodig zijn en er moest rekening worden gehouden met een parkeerfaciliteit voor circa vierhonderd auto's (van kantoor- en fabriekspersoneel), een auditorium met tweehonderd plaatsen, een bedrijfsrestaurant, een gastenrestaurant en expositieruimten. Kwalitatief werd gesteld dat het een markant, beeldbepalend en representatief hoofdkantoor moest worden, met een eigentijdse en tijdloze vormgeving, waarin zo mogelijk specifieke en interessante bouwstructuren zouden worden toegepast en dat tot slot 'een panoramisch uitzicht' zou bieden - "whatever that may be," zegt Van der Zanden, achteraf wetend dat het aspect van het panoramische uitzicht nog een belangrijke rol zou gaan spelen bij het ontwerp, de constructie en de afwerking van het gebouw.

Schaalsprong

"We hebben eerst onderzocht wat er zou gebeuren als je alle nodige ruimten zou stapelen in een toren. Om de grenzen te verkennen hebben we een vierkant gemaakt met een middenkern. Die toren zou dan zestig meter hoog worden. Dat was imaginair, het was uiteraard onmogelijk om zo'n hoog gebouw hier te realiseren. Het uitstrekken van het gebouw over het terrein is vervolgens een belangrijk onderdeel van de studie geweest. We hebben het programma gesplitst in een bovenbouw, met gewone kamerkantoren, en een benedenbouw met grote kantoren voor inkoop en verkoop, het auditorium en het bedrijfsrestaurant," aldus Van der Zanden. Na de ordening van het programma van eisen in deze zin zou toch nog een bovenbouw van ongeveer 45 meter nodig zijn. Besloten werd om nog meer ruimte naar beneden te brengen en toevallig was dat de uitbreidingsmogelijkheid welke in een tweede bouwfase kan worden gerealiseerd: in de eerste fase dus een bovenbouw en vier benedenbouw-elementen van in totaal 7250 m² (in plaats van het uitgangsprogramma van 6000 m²) en in de tweede fase, als de grond daarvoor beschikbaar is gekomen, nog eens twee benedenbouw-elementen van in totaal 1350 m². Van der Zanden: "In dit ontwerp bleef uiteindelijk een toren over van ruim vijfentwintig meter en dat is niet laag in dit landschap. Toch is het wat mij betreft geen onacceptabele schaalsprong. De schaalsprong was al eerder ingezet door toestemming te verlenen voor een grootschalige industrie. De consequentie daarvan is een bijpassend kantoorgebouw. Wel heb je een silhouetprobleem en daarom is de toren gereduceerd tot een maat die zich net binnen de bouwgrens bevindt. We hebben een rapport laten schrijven door een landschaps-deskundige en een stedebouwkundige van ons bureau. De gemeente heeft ook nog het advies van een tweede landschapsarchitect gevraagd, en op basis van deze twee rapportages kon toen veilig een bouwaanvraag worden ingediend."

Symmetrie

Centrale onderdelen in het ontwerp van Van der Zanden zijn de twee lange, parallel lopende ontsluitingselementen (gangen) aan de west- en oostkant van het gebouw. Aan elke gang liggen twee (straks drie) gebouw-elementen van twee niveaus. De achterste (straks middelste) gebouw-elementen worden overkapt door de bovenbouw van vijf niveaus. Daaronder is een hal van tien meter hoog ontstaan, met rondom grote en kleinere vides, waardoor zowel in horizontale als in verticale zin het halgebied wordt doorspoeld door licht. Van der Zanden: "De verschillende gebouw-elementen zouden -door de gekozen structurering en door de verschillende functies ervan- allemaal een eigen vorm kunnen hebben. Maar ik ben gevoelig voor methodiek en ordening en gelukkig is de opdrachtgever dat ook. Dit is wat de opdrachtgever betreft ook te zien aan de wijze waarop de verschillende hallen op het bedrijfsterrein geordend zijn. De systematiek in het ontwerp is daarom voor Van Dijk een belangrijk aansprekend punt geweest. In het uiteindelijke concept is gekozen voor een as van symmetrie. Deze as loopt van het voorplein naar het achtergebied dat aansluit bij de later te bouwen parkeerfaciliteit. Links en rechts van de as zijn aan de twee gangstructuren netjes geordende elementen aangebracht, in een symmetrische structuur. Deze elementen vormen een repeterende aftrappende reeks, die de lijn volgt van de Oostom, de nieuwe ontsluitingsweg rondom Gemert die langs het gebouw zal komen. Het is een buitengewoon ordelijk systeem en de opdrachtgever is gevallen op die symmetrie, op die ongelijke gelijkheid."

Representatief

In het kantoor van Unidek zijn diverse representatieve ruimten ingericht. Om te beginnen is dat de grote hal die onder andere plaats biedt aan maquettes van de diverse Unidek-bedrijven. In de wand op de begane grond en op de verdiepingen zijn grote vierkanten uitgespaard voor de vertoning van superdia's die iets laten zien van het bedrijf. Representatief is natuurlijk ook het auditorium: een compleet theater voor tweehonderd toeschouwers waarin alle moderne theaterfaciliteiten zijn aangebracht en wat hoofdzakelijk bestemd is voor een multimedia-bedrijfspresentatie. Op het dak is een dakopbouw met, naast technische faciliteiten, een VIP-room met glas rondom. Een stijlvolle trap vormt de directe verbinding tussen deze VIP-ruimte en de zesde verdieping waar de directie is gehuisvest. In de bovenbouw zijn de kantoorruimten aan de oost- en westkant aangebracht en de instructiezalen, vergaderkamers en dergelijke aan de noord- en zuidkant. De kantoorruimten zitten als het ware in een schil tegen een middelste kern en zijn van buiten herkenbaar aan de grote panoramische ruiten van niet, zoals normaal is, 1.80 meter, maar het dubbele daarvan, 3.60 meter breed. Daardoor opent het gebouw zich als het ware naar het voorplein en naar het achtergebied - niet alleen op de begane grond, maar ook in de structuur van de bovenbouw.

Hybride staalconstructie

Het hoofdkantoor van Unidek is om meer redenen een bijzonder bouwwerk. In de eerste plaats gaat het daarbij om de constructie van het gebouw: een hybride staalconstructie met waterkoeling - en ook daarbij speelde het gewenste panoramische uitzicht een rol van betekenis. Tom van der Zanden: "De opdrachtgever was er niet tegen om wat geavanceerde constructies toe te passen. In Nederland worden gebouwen van deze omvang vaak van beton gemaakt, maar hier is een combinatie van stalen kolommen en liggers en betonnen vloerplaten toegepast. Uiteindelijk is dat een constructie met 'de Hoed-liggers' geworden: I- en U-liggers met aan de onderkant een extra flens gelast waarop je dan de betonplaten kunt leggen. Het voordeel daarvan is dat de dragende liggers en de secundaire constructie op één hoogte zitten, waaronder je dan een vrije mogelijkheid hebt om leidingen aan te brengen. Deze constructie hebben we ondersteund met om de drie meter zestig, bij elke raamstijl, een kleine kolom. In het interieur lijkt het daardoor alsof het gebouw geen gevelkolommen heeft, want die zijn in de gevel geïntegreerd. Nu bezwijkt staal ontzettend snel als het heel heet wordt en bij een brand valt het zo in elkaar. De brandweer eist daarom dat zulke kolommetjes rondom worden bekleed met een brandbekleding van minstens vier centimeter dik. Die kolommetjes van twaalf bij twaalf worden dan kolommen van twintig bij twintig en dan is de 'fun' van het panoramische uitzicht weer een stuk minder. We hebben daarom van de totale kolomstructuur een gesloten systeem van buizen gemaakt, verbonden met een groot vat boven in het gebouw, en dit systeem vervolgens met water gevuld. Het is stilstaand water, maar als er brand is, dan wordt het warm, het water stijgt en vanzelf wordt dan koel water aangevoerd. Met het grote vat dat boven hangt, kan de constructie zo anderhalf uur stand bieden aan grote hitte. We hebben bij TNO proeven laten doen en daar is aangetoond dat dat functioneert. Ik weet dat in het Centre Pompidou in Parijs ook een watergekoelde staalconstructie is toegepast, maar in Nederland is het uniek!"

Marmer en messing

Nog een bijzonder aspect is onmiskenbaar de afwerking van het gebouw. OD 205 heeft al heel wat projecten gerealiseerd onder het motto: ruwbouw is afbouw. Veel van de constructie-elementen blijven dan, soms extra geaccentueerd, zichtbaar in het gebouw. "Die keuze is hier niet gemaakt," zegt Van der Zanden. "De opdrachtgever heeft duidelijk een voorkeur uitgesproken voor het geven van een 'finish', een tweede laag met afbouwelementen. In die afbouw zijn duurzame elementen gekozen. In overleg met de opdrachtgever is voor de vloer en wanden van de openbare halruimten naar natuursteen gezocht. Dit is marmer geworden, Arabescato, in warm grijs met zandkleuren: een buitengewoon duurzaam en kostbaar materiaal, dat ook nog eens 'in open boek' is gelegd. Dit betekent dat in de hal strippen van messing zijn aangebracht, van één meter tachtig in het vierkant, waarin dan telkens vier enorm grote platen van negentig bij negentig passen. Deze vier platen zijn uit één blok gezaagd en de overeenkomstige motieven zijn symmetrisch ten opzichte van elkaar gelegd. Het patroon speelt zich daardoor steeds af binnen zo'n messing vierkant. In het plafond wordt deze structuur als het ware gespiegeld, doordat donkerblauwe geperforeerde metalen platen van dezelfde maat als de marmerplaten ook weer met terugliggende messing banden zijn aangebracht. De messing strippen in de vloer worden verbonden met die in het plafond zodanig dat het messing als het ware langs de wanden omhoog kruipt. Het wordt dan geflankeerd door strippen van zwart graniet in een gelijksoortige marmerbekleding. De grote vides in de hal hebben leuningen van ook weer messing, met glasplaten daartussen, en de kleine vides hebben donkerblauwe leuningen. Er is dus heel veel moeite gedaan om afstemming van kleuren en materialen te vinden en om te werken met eenheid en toch variatie."

Volumebouw

In het nieuwe hoofdkantoor zijn technieken en materialen beproefd die wellicht ook kunnen worden toegepast in de nieuwe uitdaging van Unidek: de 'volumebouw' van kantoren. Tom van der Zanden wordt bij deze ontwikkeling betrokken om mee te denken over de architectuur van deze standaardgebouwen. Hij zegt: "Ik denk dat de volumebouw van kantoren een stuk moeilijker is dan van bedrijfshallen. Maar Van Dijk is ervan overtuigd dat er mogelijkheden voor zijn en gezien zijn 'drive', zijn ondernemingslust, zal hij het in ieder geval proberen. Die bedrijfshallen zijn er uiteindelijk ook gekomen. De bedoeling is dat een prefab-meccanosysteem wordt ontwikkeld voor de constructie, maar ook voor de elementen, de gevels en dergelijke. Met zo'n systeem moet je naar de markt kunnen, het systeem mag zichzelf niet in de weg zitten, en het is daarom de kunst om met prefab en standaarden mooie flexibele produkten te ontwikkelen. Het lijkt me een hele leuke opdacht om eraan te werken. Ook vanuit de architectuur is er steeds meer belangstelling voor kwaliteit. Prefab heeft onmiskenbaar technische kwaliteit. Het kan een aantrekkelijke prijs opleveren en het betekent een hele korte bouwtijd. We staan aan het begin van een ontwikkeling en ik vind het interessant om daar deel aan te hebben!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1994

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl