|
||
|
H.J.M. van Dijk, voorzitter van de Raad van Bestuur van Unidek (1994)
Vierduizend kuub tempex: het fundament van UnidekHendrik van Dijk is de oprichter, algemeen directeur, voorzitter van de Raad van Bestuur en eigenaar van Unidek: fabrikant van polystyreen en toepassingen daarvan. Nog meer dan dit alles is hij de ontwikkelaar van de technieken en de machines, de uitvinder van de produkten, de commerciële man van het bedrijf en de bezieler van het personeel. Hendrik van Dijk is de grote baas - niemand kan en wil om hem heen. Vijfentwintig jaar geleden, in 1969, begon hij op vijfentwintigjarige leeftijd de Gebr. Van Dijk B.V., handel in hout- en bouwmaterialen. Nu, in 1994, is Unidek een groep van tien ondernemingen waar in totaal zo'n zeshonderd mensen werken. In 1993 werd een omzet bereikt van 220 miljoen gulden. De succesvolle bedrijfsvoering door Unidek, in het bijzonder de ondernemingslust van Hendrik van Dijk, kreeg in 1994 een bekroning in de vorm van een prachtig nieuw hoofdkantoor in Gemert. Daarom ook is dit magazine over Unidek geschreven: ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van Unidek, tevens het zilveren jubileum van de vijftigjarige directeur, en ter gelegenheid van de ingebruikneming van het nieuwe hoofdkantoor. De lezer maakt kennis met de vijf produktiebedrijven en de vijf verkoopmaatschappijen van Unidek en met de mensen die er werken. Daarnaast zijn artikelen gewijd aan het nieuwe kantoor en aan de bijzondere milieuzorg door het bedrijf. Maar vanzelfsprekend volgt hierna allereerst het verhaal van Hendrik van Dijk: Unidek in de eerste persoon. "Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het eerst tempex zag. Dat zal toch wel een jaar of vijf eerder zijn geweest dan toen ik ermee begonnen ben. In die tijd zat ik in de bouw, ik had een aannemersbedrijf. We gebruikten toen tempex voor de isolatie van stallen en tijdens die periode heb ik er kennis mee gemaakt. Dat aannemersbedrijf is ter ziele gegaan, het is gefailleerd in 1968 - een verhaal op zich. Maar een jaar later zijn we met Gebroeders Van Dijk begonnen, we hebben een hal opgezet voor hout- en bouwmateriaal, waaronder tempex, en daaruit is Unidek gegroeid." Een hoop geld"Na ongeveer een jaar liep ik tegen een partij blokken tempex aan. Die waren in de Noordzee gebruikt als drijvend lichaam waarover vrachtverkeer was gegaan voor werkzaamheden in zee. Het waren allemaal blokken van drie bij één bij een halve meter en die waren met ijzeren staven aan elkaar gekoppeld geweest - de gaten zaten er hier en daar nog in. Die partij was op een gegeven moment op de kade gedumpt, iemand had het vervolgens achter in zijn tuin gelegd -een meter of tien hoog, in een woonwijk in Zevenbergen, toen ging dat nog- en die zat ermee, want hij kreeg ze niet verwerkt en aan die blokken heb je niks. Ik heb die partij toen gekocht voor een tientje de kuub. Het was ongeveer vierduizend kuub, maar ik hoefde er maar drieduizend te betalen want van de rest waren de hoeken eraf en die hoefde ik niet te betalen. Maar toch, dertig mille, dat was een hoop geld in die tijd." Zaagmachine"Ik wist in Limburg een oude zaagmachine te koop staan: een normale zacht-schuim-zager voor bijvoorbeeld matrassen en dergelijke. Die blokken kon je niet meer gloeien, maar ik hoopte erop dat je ze wel zou kunnen zagen. Die machine kocht ik voor tienduizend gulden - ook weer een risico. Ik zette die machine in werking en ik zagen. Twee platen gingen goed, toen waren de zaagtandjes vol, de zaagsnede verliep, afgelopen. Nieuwe zaag erop, hetzelfde. Tien nieuwe zagen gehaald, met andere tanden, groffe, kleine, van alles geprobeerd, maar met elke zaag kon ik maar een stuk of vijf platen zagen. Zo'n zaag kostte toen een gulden of twaalf en als ik vijf platen zaagde, dan bracht dat al twintig gulden op. Dus desnoods moest ik honderden zagen gebruiken, dan nog zou ik er in theorie uitspringen. Want de werkuren werden nauwelijks geteld." Kapitaal"Op een keer had ik in Eindhoven weer een nieuwe zaag gehaald, ik ga aan het zagen, één plaat, vijf platen, tien platen, twintig platen... Het was al een uur of zeven 's avonds en ik heb de machine niet af durven zetten voor het drie uur was. Het was mij een raadsel waarom die zaag zo goed was, dat wou ik natuurlijk wel weten. Ik heb toen ontdekt dat die zaag verkeerd gelast was: in plaats van vooruit ging je met de tanden teruguit door het materiaal en bij tempex ging dat juist goed! Het was zacht genoeg om er met de tanden langs te raspen en als je teruguit ging kon het materiaal worden gelost. Vanaf dat moment zaagde ik de hele dag platen, die ik daarna zelf naar boeren in de omgeving bracht. In ongeveer een week of zes had ik de hele handel verwerkt. De prijs was ongeveer vijfenveertig tot vijftig gulden per kuub, zodat ik er uiteindelijk honderdduizend gulden aan heb overgehouden. Dat was toen een heel kapitaal. Je kunt er wel geen bedrijf als Unidek mee uit de grond stampen, maar het is wel een begin." Afwachtend"Met dat beginkapitaal moest de eerste periode overbrugd worden. Ik had nu kapitaal om mijn handel op poten te zetten, om materiaal in te kunnen kopen en te kunnen verkopen. Ik had nu voldoende cashflow om snel te betalen aan mijn leveranciers en dat is gemakkelijk zaken doen. Mijn vader stond er in het begin wat afwachtend tegenover. Die nare ervaring met het aannemersbedrijf dat toen failleerde, dan weer opnieuw beginnen en misschien weer dezelfde ellende, daar had hij moeite mee. Maar niet lang. Mijn vader heeft altijd belangenloos meegewerkt, 's avonds, en daar heb ik veel steun van gehad. Want ik was maar alleen en dan is het wel gemakkelijk als je er een onbetaalde kracht bij had. Dat heeft hij niet zomaar eventjes gedaan, maar toch wel een jaar of zeven. Hij was elke dag hier op het bedrijf. Het was typisch voor mijn vader dat hij hier in alle kantines afvalbakken had staan, waar de werknemers brood in konden gooien dat ze niet opaten. Vroeger bij ons thuis kwam het er niet op aan hoeveel je at, maar je moest het eten niet weggooien, want dan had je echt een probleem. Zelf heb ik er ook grote problemen mee als dingen moedwillig vernield, verkwanseld of weggegooid worden." Oplossingen"Na drie jaar, in 1972, zijn we zelf polystyreen gaan maken. Ik was het niet eens met de kwaliteit van mijn leverancier destijds en ik dacht dat ik het ook wel zelf zou kunnen - wat ook gebleken is. De kwaliteit was in het begin natuurlijk nog niet zo denderend, want niemand kwam mij even vertellen hoe het moest. De jaren daarna waren moeilijk, we zaten met de oliecrisis en we hebben toen nogal wat problemen gehad. Maar vanaf 1974 konden we echt een goed produkt maken en konden we ons kwalitatief meten met de concurrentie: door de inventiviteit, niet alleen in nieuwe produkten maar ook in de manier van produceren, de logistiek in het bedrijf, de automatisering daarvan en natuurlijk door die paar werknemers die dag en nacht werkten, werden we een sterke concurrent en een groot bedrijf. Ik had het geluk dat ik uit de bouw kwam en de problemen in de bouw goed kende. Vanuit die hoek ben ik de problemen gaan oplossen. Ik vind vrij gemakkelijk oplossingen die tot verbeteringen van het produkt of de verwerking leiden. Met name dat laatste speelt op de markt in mijn voordeel. Je kunt wel iets moois hebben, iets leuks, maar als je ook nog tegen de klant kunt vertellen hoe hij het moet verwerken en dat dat ook nog eens tien procent in de kosten scheelt, dan is dat natuurlijk lekker meegenomen!" Gouden duo"Het begin was moeilijk en daarna is het niet vanzelf gegaan, maar ging het toch wel een stuk makkelijker. Als ik wist dat het bedrijf zo groot zou worden, was ik er waarschijnlijk nooit aan begonnen. Ik ben daar de kapitein niet voor, om aan zo'n bedrijf leiding te geven. Natuurlijk heb ik in die vijfentwintig jaar veel geleerd, ik heb daarnaast een financieel directeur en samen vormen we -om het zo maar te zeggen- een gouden duo. Ik ben er ook wel trots op wat ik bereikt heb, maar ik geloof niet dat ik als mens ben veranderd. Ik zou dat niet willen. Ik heb er nou al vaak moeite mee als mensen tegen me opkijken - voor de jongere generatie ben je iemand zoals vroeger de burgemeester en de pastoor en de bovenmeester. Maar als mens zijn we allemaal gelijk en het is ook nog maar een jaar of twaalf geleden dat mijn overall hier aan de kapstok hing. Toen werkte ik zelf nog in de fabriek en de jongens van toen doen gelukkig nog gewoon tegen me." Noodwoningen en kantoorbouw"Ik heb nog veel schitterende ideeën voor de toekomst. We kunnen bijvoorbeeld een systeem voor woningen op de markt zetten voor de opvang van mensen bij calamiteiten, waar ook ter wereld. Als er bijvoorbeeld na een aardbeving woningnood is, dan hebben wij daar een oplossing voor. Verder zijn we op dit moment bezig met een heel nieuw prefab-systeem voor kantorenbouw. Met dat systeem zetten we de markt op z'n kop. Ik praat nu over kantoren van tienduizend vierkante meter vloeroppervlak, in vijf of tien verdiepingen. Die gaan wij in drie maanden bouwen en niet in een jaar zoals nu gebruikelijk is. Het is een heel revolutionair systeem, maar ook weer heel simpel door zijn eenvoud. Ik denk dat wij over een aantal jaren net zoveel in kantoorbouw zullen hebben staan, als nu in volumebouw. Misschien nog wel meer. Want het systeem voor kantoorbouw wordt nog revolutionairder dan van Volumebouw - en dat is al een perfect systeem. Met het nieuwe systeem zijn we gewoon de beste wat degelijkheid betreft, duurzaamheid, leefbaarheid, energiezuinigheid, milieu en ook wat de prijs betreft. We bouwen vier keer zo snel en twintig procent goedkoper - anders begin ik er niet aan." Milieu en afval"De komende jaren blijft het hele milieu- en afvalgebeuren enorm belangrijk. Vroeger moest ik ook heel wat tempex naar de vuilnisbelt brengen - ik heb zelfs nog tempex opgestookt in de buitenlucht. Ik vond dat altijd zonde want elke kilo had ik toch duur betaald. Alleen had ik op dat moment niet de kennis of de middelen om het te verwerken. Je zou een boek kunnen schrijven over de stunts die ik heb uitgehaald om het wel opnieuw te kunnen verwerken, en uiteindelijk is dat ook gelukt. EPS kunnen we helemaal recyclen en we nemen bijvoorbeeld ook het EPS van de klanten terug om te recyclen. Het afval dat we nu nog naar de stort brengen bestaat bijvoorbeeld uit kunststof verpakkingen van onze leveranciers en houten pallets. Ik verwacht dat we binnen nu en een paar jaar geen kilo afval meer naar de stort brengen. Sterker nog: we hebben erover gesproken om zelfs het afval van de klanten te gaan verwerken. De basisuitvinding is er, ik kan al van dat afval een produkt maken, een dakpan bijvoorbeeld. Ik noem het daarom geen afval meer, maar restmateriaal. Om dat economisch te verwerken zullen er gigantische fabrieken en machines moeten worden gebouwd, maar het resultaat loont naar mijn mening de moeite." Serieus en betrokken"Ik heb drie kinderen, twee dochters en een zoon. Eén dochter en haar vriend studeren bedrijfskunde in Eindhoven en na hun studie komen zij natuurlijk allebei in de zaak, dat is duidelijk. Zoals het er nu naar uitziet zal ook mijn zoon in het bedrijf komen werken - zijn vriendin werkt hier al als secretaresse. Waarschijnlijk zal het bedrijf de eerste dertig jaar nog een familiebedrijf blijven. Ik denk dat dat heel goed is. Als in een familiebedrijf iets gebeurt, dan nemen de mensen dat serieus en voelen ze zich erbij betrokken. Dat geldt zeker voor de ouderen in het bedrijf, maar de jongeren pikken dat op een gegeven moment toch ook op. Je wordt met het werk besmet, in positieve zin, en dat is wat Unidek sterk maakt!" Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1994 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |