P.H.W.J.M. Coppes, directeur van C+B Advies en Realisatie (1994)

Voor veiligheid, comfort en afstemming: elektrotechnische integratie

Installaties en installatietechniek na 2000: wat is de nabije toekomst van de elektrotechniek? P.H.W.J.M. Coppes is de aangewezen man om deze vraag te beantwoorden. Hij is directeur van het elektrotechnisch adviesbureau C+B Advies en Realisatie in Helmond. Naast raadgeving en scholing verzorgt Coppes' bureau innovatieve diensten, "maar dan in de oorspronkelijke betekenis van innovatie," zegt Coppes, "dat wil zeggen: nieuwe toepassingsgebieden zoeken voor bestaande natuurkundige principes." Onder andere daarom heeft de toekomst van de elektrotechniek de bijzondere aandacht van Coppes. We vroegen hem naar zijn visie in hoofdlijnen.

"Praten we over wonen of praten we over werken?" stelt Coppes retorisch, want hij geeft er direct bij aan dat hij over wonen wil praten. Hij zegt: "Een elektrotechnische installatie die niet voor een woonomgeving is bedoeld, heeft een bedrijfseconomisch nut. Er is dan maar één criterium: opbrengst, kosten, besparingen of wat dan ook. Op zo'n wijze kijken we naar utiliteitsinstallaties. Bij wonen is dat heel anders. Bij wonen speelt het criterium kosten geen essentiële zaak, zeker niet in de exploitatie."

Veiligheid en comfort

Coppes' toekomstvisie is een doorgetrokken lijn vanuit het verleden. Hij stelt vast dat de 'oer-functies' van het wonen, met name veiligheid en comfort, in de loop van de tijd niet zijn veranderd. Hij gaat ervan uit dat deze functies ook in de komende tijd primair zullen blijven. Tegelijk stelt Coppes vast dat elektrotechnische toepassingen in de woonomgeving de functies veiligheid en comfort tot nu toe veel minder dan mogelijk is hebben ondersteund. Hij betoogt daarom dat de elektrotechniek de woonomgeving van de toekomst in de eerste plaats veiliger en comfortabeler moet maken.

Toegenomen gevaren

"Laat ik eerst de veiligheid bekijken," zo begint hij. "Een woning heeft een 'schilfunctie' - dat was in de Middeleeuwen al zo en dat is nu nog zo. De woning moet bescherming bieden tegen gevaren van buiten en tegen gevaren van binnen. De elektrotechniek heeft daar niets aan bijgedragen. Sterker nog: we hebben de woning helemaal volgestouwd met elektrotechnische hulpmiddelen waardoor de gevaren zelfs zijn toegenomen. Dat is natuurlijk heel vreemd. De woning zit vol installaties waar we niets anders mee doen dan ze toepassen volgens het enkelvoudige principe waarvoor die ene elektrotechnische toepassing is bedacht. Nooit is goed nagedacht over de betekenis van de elektrotechnische ontwikkeling voor de veiligheid van het wonen. Waarom zet een strijkijzer dat gedurende vijf minuten niet wordt gebruikt zichzelf niet uit? Waarom treedt op dat moment geen controle in werking of met de bewoner alles wel goed is?"

Chaos

"Het tweede fenomeen," vervolgt Coppes, "is het comfort, het gemak. Mensen kunnen in hun woning een eigen wereldje creëren, dat overeenkomt met hun behoeften op dat moment. Dat vereist ordening en het is daarom eigenlijk onvoorstelbaar dat we met onze elektrotechnische installaties in woningen zo'n gigantische chaos hebben gecreëerd. Woningen zitten vol apparaten, helemaal los van elkaar, die op zesentwintig verschillende manieren aan- en uitgezet moeten worden, waarvoor je soms HTS moet hebben gehad om ze te kunnen bedienen: apparaten die techneuten hebben bedacht en consumenten hebben gekocht en opgestapeld en zo hebben we met z'n allen de chaos gecreëerd. Als je dan terugwilt naar de woning als geordende wereld die bij het eigen leven past, dan zul je die chaos moeten ordenen. Wel moet ik daar direct bij opmerken dat op dit moment, met de elektrotechnische installaties zoals die nu worden aangeboden, helaas heel veel niet meer te ordenen valt. Hier dient zich een enorme markt aan, met als doel orde te scheppen in de chaos."

Vergrijzing

Veiligheid en comfort door ordening: het zijn oer-functies van het wonen en de elektrotechniek zal daar veel meer inhoud aan moeten geven. "Een belangrijke factor die mijn voorspelling ondersteunt," aldus Coppes, "is de vergrijzing. De demografische opbouw van onze maatschappij laat zien dat over tien jaar een derde van de bevolking niet actief is op grond van de leeftijd. Deze mensen willen niet leven in een vertechnocratiseerde woning, de techniek moet zoveel mogelijk weg. Bovendien zijn veel van deze mensen minder vitaal of hebben minder reactiesnelheid. Dus als het al niet was doordat de mensen die chaos niet meer willen, dan is het wel doordat de mensen, door de vergrijzing, meer behoefte zullen hebben aan eenvoudige, toegankelijke systemen, die bovendien veiliger zullen zijn en meer veiligheid zullen creëren. Daar ben ik van overtuigd en dat is de uitdaging waar we voor staan."

Peak-shaving

Voordat Coppes ingaat op de concrete gevolgen van een en ander voor de elektrotechniek, wil hij nog een belangrijk item aan zijn betoog toevoegen. "Dat is wat in het vak de 'peak-shaving' heet," zegt hij. "In Nederland is de capaciteit van de elektrotechnische voorzieningen gebaseerd op de hoogste piek die wij met z'n allen door pure toevalligheid samen kunnen creëren. Als iedereen op hetzelfde moment de behoefte heeft om een stekker in het stopcontact te steken, dan is het een vanzelfsprekendheid dat er stroom wordt geleverd. Dit is een enorme verspilling. Het betekent dat we gigantisch grote bedragen investeren in structuren die maar een paar keer per jaar volledig worden benut. Ik zie daar absoluut de noodzaak niet van in. Waarom zou iemand op elk willekeurig moment dat hij of zij dat wil ongelimiteerd elektriciteit moeten kunnen gebruiken? Ik zeg dat we in de toekomst elektrische apparatuur gaan toepassen die elektriciteit gebruiken op het moment dat er genoeg elektriciteit beschikbaar is. Dan moet er maar even worden gewacht en dat kan in veel gevallen heel goed. De boiler, de diepvriezer, de vaatwasser, de wasmachine, de droger: het zijn allemaal apparaten die best om de beurt kunnen worden gebruikt. Wel moeten er dan voorzieningen zijn die dat gebruik regelen, dat kun je niet aan de mensen zelf overlaten want dat is veel te ingewikkeld. Maar we kennen sinds een jaar of tien de zegeningen van de elektronica, waarmee dit eigenlijk een fluitje van een cent is."

Integratie

Coppes bundelt zijn argumenten samen en bouwt er zijn visie op. "Als je deze drie items pakt," zo zegt hij, "veiligheid, ordening en onderlinge afstemming van elektriciteitsbehoefte, dan zeg je simpelweg: integratie. Met betrekking tot elektrotechnische installaties is nu niets geïntegreerd, nul komma nul. Ik voorspel dat in de toekomst het wezenlijkste van de elektrotechnische voorziening in huis gaat worden, dat alle losse voorzieningen aan elkaar gekoppeld en met elkaar geïntegreerd zullen zijn. Daar ben ik heilig van overtuigd. Dit is geen ontwikkeling die de techneuten, de producenten, op gang zullen brengen, maar zoals ik heb laten zien een ontwikkeling waar de maatschappij om zal vragen. En dat is belangrijk. Want er is geen technische ontwikkeling succesvol als die niet gedragen of geïnitieerd wordt vanuit de maatschappelijke context. Genoeg ontwikkelingen zijn in het verleden geflopt omdat ze te vroeg kwamen en de maatschappij er nog niet aan toe was. Ik voorzeg dat deze ontwikkeling naar integratie juist het resultaat zal zijn van een maatschappelijke behoefte."

Fantasierijk

Nu eenmaal de term integratie is gevallen, komt Coppes met een indrukwekkende reeks voorbeelden. Hij schildert fanatiek en fantasierijk de woonomgeving van na 2000, waarin door geïntegreerde elektrotechniek optimaal veiligheid en comfort wordt gecreëerd. Zijn benadering leidt tot minder zichtbare techniek in de woning dan nu nog het geval is. Coppes' kantoor in Helmond is daar al een voorbeeld van. Hij wijst erop dat nergens lichtschakelaars zijn aangebracht. Voor de verlichting, maar ook voor de verwarming en de beveiliging van het pand heeft Coppes genoeg aan één afstandsbediener. Wel klaagt hij erover dat hij nu op zijn bureau nog twéé toetsenbordjes heeft, waarop de toetsen bovendien verschillend gerangschikt zijn: de afstandsbediener en de telefoon. "Dat moet natuurlijk met één minder kunnen!" zegt hij resoluut.

Van voordeurbel tot zonwering

"Moeilijk? Technisch ingewikkeld? Helemaal niet. Je kunt honderden voorbeelden van integratie bedenken en je afvragen waarom we dat nooit hebben gedaan. Het is alsof de elektrotechnische ontwikkeling wat dat betreft nog in de kinderschoenen staat. De techniek om het mogelijk te maken, de micro-elektronica, hebben we natuurlijk nog maar pas een jaar of tien, vijftien, maar ook met de traditionele elektrotechniek hadden we veel al wel kunnen realiseren. Neem bijvoorbeeld de veiligheid zoals we die actief ondersteunen met behulp van een alarminstallatie met elektrotechnische voorzieningen. Ik ken mensen die 's avonds een kwartier bezig zijn met het in- en uitschakelen van allerlei apparaten. Waarom kan dat niet met de telefoon op het nachtkastje? Daar hoef je technisch helemaal niet moeilijk over te doen. Maar de alarminstallatie integreren met de telefoon - men gaat nu nog gillen als het wordt voorgesteld. Als er vervolgens iemand aanbelt en je woont op een flat, dan moet je naar weer een andere telefoon om te vragen wie er voor de deur staat. Waarom kunnen we daar dezelfde telefoon niet voor gebruiken? Ik wil ook kunnen zien wie er voor de deur staat, en als ik niet thuis ben wil ik dat op de band wordt opgenomen wie er voor deur staat, dus moet mijn voordeurbel niet alleen met de telefoon, maar ook met de televisie en de videorecorder geïntegreerd zijn. En is het nou zo gek om te zeggen dat als je de alarminstallatie aanzet, automatisch de branddetectoren erbij komen? En dat bij brand automatisch de zonwering wordt opgerold? En dat ik de bewegingsdetectoren in mijn huis gebruik om de verlichtingsinstallaties in- en uit te schakelen? Dat is toch allemaal vanzelfsprekend?!"

Interface

"Een essentieel punt in dit hele verhaal," zo vervolgt Coppes, "is de rol van de televisie. De televisie wordt steeds meer een kijkradio: de televisie staat de hele dag aan, ook al wordt er niet naar gekeken. Die televisie zal naar mijn mening een centrale rol gaan vervullen in die geïntegreerde techniek. Het leuke daarvan is dat je dan de communicatie vriendelijker kunt maken. Want tussen de mens en de techniek mag geen onmogelijke drempel zitten, geen high-tech-interface. De televisie is een ideaal apparaat om mens-machine-interface te zijn. Je kunt op de televisie zien wie er aan de telefoon is of bij de voordeur staat, bijvoorbeeld door een picture-in-picture-beeldje. Maar je kunt ook tekst op het televisiescherm zetten. Ik heb toch Teletekst, dus kan het toch niet zo vreselijk moeilijk zijn om daaruit tekst te genereren. Je kunt dan teksten ophalen als: geachte bewoner, u zit met uw elektriciteitsverbruik al in tariefzone 3, kunt u niet iets uit zetten? Of: de filter in uw afzuigkap is erg vuil, is het geen tijd voor vervanging. Het elektriciteitsverbruik door het hele jaar kan met grafiekjes en al zo op het televisiescherm worden opgeroepen. De logica achter de besturing van de hele woning wordt op deze manier optimaal toegankelijk gemaakt. Het is alleen maar een kwestie van integreren."

Intelligentie

Coppes' voorbeelden van geïntegreerde toepassingen zijn verstrekkend. Als een hulpbehoevende bejaarde de hoorn van de telefoon laat vallen, moet bij de wijkzuster een alarm gaan. De buitenverlichting van de woning moet aan gaan, het codeslot moet voor de wijkzuster open gaan ("nu moet die wijkzuster nog met vijftig huissleutels over straat, dus als je het over veiligheid hebt...") en bovendien moeten alle apparaten die brand kunnen veroorzaken, uit gaan. Het technisch concept waarin de integratie moet worden gerealiseerd, lijkt Coppes absoluut niet problematisch. Hij schetst een elektrotechnisch voedingssysteem met een stukje ingebouwde intelligentie bij elk verbruikspunt. Deze stukjes intelligentie krijgen via een bussysteem voor signaaloverdracht (in plaats van een stervormig systeem) informatie over de andere verbruikspunten. Hij zegt tot slot: "Technisch betekent het dat je veel minder voorzieningen in de woningen zult zien. We gaan veel meer nadenken en veel minder sleutelen. We moeten daar een goed systeem voor opzetten en daar zijn we ook volop mee bezig. Maar het is vooral ook een mentaliteit. Het zit in de kop. Het is een kwestie van heel veel preken en missionaris spelen om langzaam het denken die kant uit te krijgen. Je ziet dat dat nu beginnen gaat!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1994

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl