G. van der Zalm, algemeen directeur van Stork RMS (1992)

Altijd zoeken naar een synergie met wat je al hebt

Het bedrijf Stork RMS (Red Meat Systems) is een fabrikant van slachthuissystemen, snijzalen, vleesveredelingsapparatuur, ontbeensystemen en afvalwaterzuiveringssystemen. Stork RMS, een werkmaatschappij binnen de Stork Groep Vlees- en Pluimvee-industrie, is in 1992 door de samenvoeging van drie Stork-bedrijven ontstaan. Welke visie binnen het concern Stork heeft daartoe geleid? Hoe zal de onderneming Stork RMS zich in de komende jaren kunnen ontwikkelen? Met welke bewegingen binnen de vleesindustrie zal het bedrijf te maken kunnen krijgen? Guus van der Zalm, algemeen directeur van Stork RMS, geeft in het vraaggesprek hieronder de antwoorden.

De visie van waaruit Stork RMS is ontstaan, is meerledig. Van der Zalm bespreekt de onderdelen ervan één voor één en gaat vanuit het bovenliggende, de totaalvisie van het concern, naar de kern van de zaak, het ontstaan van Stork RMS. "De huidige bedrijfsfilosofie van Stork," aldus Van der Zalm, "is ingenomen in de jaren zeventig. Het bedrijf heeft toen de omslag van zwaar-kapitaalgoederen naar licht-kapitaalgoederen gemaakt. De nadruk verschoof van de hele grote projecten naar de wat minder grote projecten en dat is het bedrijf goed gelukt. Stork bestaat nu uit ongeveer vijfentachtig werkmaatschappijen - allemaal zelfstandige bedrijven. Daardoor is de afhankelijkheid van die grote projecten afgenomen en heeft het bedrijf een breder draagvlak gekregen. In het bijzonder is de aandacht in de laatste jaren op de textiel- en voedingsindustrie komen te liggen. Want -zo luidt de achterliggende gedachte daarbij- wat er ook gebeurt, mensen zullen altijd behoefte aan kleding en voedsel hebben!"

Het succes in de witvleessector

Deze bewuste keuzen van het bedrijf vonden een aanvulling in een meer toevallige ontwikkeling. "In de jaren zestig al," zo vertelt Van der Zalm, "nam Stork een kleine toeleverancier van onderdelen over. Het ging daarbij om een fabrikant van machines voor de textielindustrie. Het bedrijf produceerde echter ook machines voor kippenslachterijen. Het werkte daarbij met produkten van een Amerikaanse toeleverancier, die door de afstand moeite had met de serviceverlening. De klanten van het bedrijf hebben Stork na de overname gevraagd om deze bedrijfsactiviteit te continueren. Daaruit is Stork PMT voortgekomen: onze evenknie in de witvlees-sector. Een bedrijf met een fantastische reputatie in de wereldmarkt -het heeft ongeveer de helft daarvan in handen- en binnen Stork een zeer goed renderend bedrijf."

Herhalen in de roodvleessector

Van der Zalm keert van de toevallige factor terug naar de geplande ontwikkelingen. "Stork predikt de filosofie," zo zegt hij, "dat als je wilt expanderen, dat je dan moet zoeken naar een synergie met wat je al hebt. Je moet kijken naar gelijksoortige activiteiten als die waarin je succesvol bent, naar een functievervulling die min of meer hetzelfde is. Stork heeft daarom toen de aanzet gegeven om het succes van PMT te herhalen in de roodvleessector. In 1987 werd daartoe Nijhuis Slachttechniek gekocht, een bedrijf dat onder de naam Stork Nijhuis in de vlees- en pluimveegroep van Stork werd geïntegreerd. In 1988 volgde de overname van het bedrijf Noord-Oost Nederland, fabrikant van onder andere snijzalen en vleesveredelingsapparatuur, en in 1990 de overname van Schneider en Schuurman, een bedrijf gespecialiseerd in ontbeensystemen."

Red Meat Systems

Het laatste deel van de meerledige visie betreft vanzelfspre-kend de samenvoeging van Stork Nijhuis (slachttechniek), Stork NON (snijzalen en vleesveredelingsapparatuur) en Stork Schuurman (ontbeensystemen) in één nieuwe onderneming, Stork RMS. Van der Zalm zegt hierover: "De projecten die de verschillende bedrijven hebben, zijn over het algemeen relatief groot van omvang. Als je een project hebt, dan gaat de vlag uit en heb je het niet, dan hangt de vlag halfstok. Het is daarom erg prettig als je door een bredere marktbewerking het afbreukrisico wat kunt verminderen. Stork Nijhuis had zich al ontwikkeld tot een bedrijf dat grote delen van de wereldmarkt bewerkte. Het kon daarbij gebruik maken van het circuit dat door het witvleesbedrijf PMT was uitgelegd. Stork NON en Stork Schuurman waren wat dat betreft te groot voor een servet maar nog te klein voor een tafellaken. Als je een wereldmarkt wilt gaan bedienen, dan moet je eerst een acquisitie-apparaat gaan opzetten en optuigen. Dat was voor deze bedrijven afzonderlijk geen verantwoorde keuze en daarom zijn de activiteiten toen gecombineerd in één nieuwe onderneming: Stork RMS - Stork Red Meat Systems."

Waterbehandeling

Op dit punt aangekomen, ligt het natuurlijk voor de hand om Van der Zalm naar de toekomstvisie te vragen. Hij geeft daarop aan, dat zo'n toekomstvisie natuurlijk ook meerledig moet zijn - alle toekomstige ontwikkelingen zijn vanzelfsprekend niet onder één noemer te vangen. Eén ontwikkeling in het bijzonder noemt Van der Zalm wel, namelijk het streven naar een optimale klantgerichtheid - bijvoorbeeld door de vorming van produkt/markt-groepen. Van der Zalm: "In feite hebben we al een tweetal trajecten met activiteiten benoemd die mogelijk een overslag kunnen krijgen naar andere business. In de eerste plaats is dat de wateractiviteit die uit Stork Schuurman voortkomt. We hebben daar een aparte business-unit Stork Aqua van gemaakt. Deze business-unit, die gespecialiseerd is in de behandeling van afvalwater, doet niet alleen datgene waar Stork RMS in is geïnteresseerd, maar werkt ook voor Stork PMT en Stork Protecon, de twee andere grote ondernemingen binnen de vlees- en pluimveegroep."

Logistiek

"In de tweede plaats," zo vervolgt Van der Zalm, "kijken we wat dat betreft heel scherp naar de logistiek. Logistiek wordt een dominante factor binnen ons produkt. In feite ontwikkelen wij equipment voor een demontagebedrijf. Het produkt dat in een slachterij binnenkomt, gaat er in een aantal kleine delen weer uit. Bovendien moeten die delen op klantspecificatie worden aangemaakt. Je hebt dus aan het einde van de rit een ongelooflijk ingewikkeld logistiek proces. Om dat te kunnen besturen, om daarmee te kunnen manipuleren en om daarop in te spelen, heb je equipment en besturingskennis nodig. Deze bijzondere expertise kunnen we mogelijk ook toepassen buiten het roodvleestraject. Ook daar ligt dus een potentie voor desintegratie en misschien komen er zo nog wel meer mogelijkheden."

Thuismarkt

Sprekend over de ontwikkelingen in de eigen branche, de machinebouw, kunnen de ontwikkelingen in de branche van de afnemers, de vleesindustrie, natuurlijk niet onbesproken blijven. "Het gaat momenteel niet goed in onze thuismarkt West-Europa," zegt Van der Zalm. "Ik ben vrij somber over de traditionele gebieden waar onze klanten zitten. We kennen allemaal de verhalen over de varkensmest, de milieuheffingen, het afbouwen van rundveestapels enzovoort. Daarbij komt nog eens, dat het werk in slachterijen en uitsnijderijen op dit moment absoluut niet attractief wordt gevonden. Daar is geen animo meer voor en dat betekent dat de lonen in deze bedrijfstak zullen moeten toenemen. Tot slot zie je in deze bedrijfstak hoge ziekteverzuimpercentages en een grote WAO-uitstoot. Gezien de voorgenomen overheidsmaatregelen op dit terrein zal de druk op de loonfactor daardoor nog eens extra worden vergroot. Kortom: op onze thuismarkt worden bij de grondstoffen, de dieren, kanttekeningen geplaatst en nemen de bereidheid en de mogelijkheden om te investeren af."

Naar zuid en oost

De afnemende bedrijvigheid in de vleesindustrie in West-Europa wordt volgens Van der Zalm door twee ontwikkelingen gecompenseerd. "In de eerste plaats zien we een noord-zuid-beweging," zo zegt hij. "In Spanje en Italië wordt de internationale regelgeving wat minder strikt geïnterpreteerd dan in bijvoorbeeld Nederland en Duitsland. Dat is natuurlijk een enorme bedreiging voor de bedrijven hier, maar het biedt geweldige perspectieven voor de landen daar. We zien dan ook dat er op dit moment in Spanje en Italië geweldige investeringen plaatsvinden. In de tweede plaats zien we een west-oost-beweging. Oost-Europa is open geworden. Roemenië en de Oekraïne vormden vroeger de graanschuur van Europa en daar ligt dus ook de primaire bron om veestapels -en dus ook slachterijen- in ontwikkeling te brengen."

Groei

Er zijn dus verschuivingen binnen Europa waarvan de effecten elkaar min of meer opheffen. "De groei van ons bedrijf," zo zegt Van der Zalm, "wordt in feite veroorzaakt door de 'ver-weg-landen'. Onze thuismarkt is nog steeds West-Europa, maar we zien de markten ver weg de laatste jaren steeds belangrijker voor ons worden. Wij zijn mondiaal actief, we bouwen slachterijen in Taiwan, Australië, Brazilië, Mexico, de Verenigde Staten, Canada, Rusland en ook in China zijn we op dit moment heel actief."

Aandeel behouden

Geen zorgen dus voor de toekomst? - zo vragen we tot slot. Van der Zalm: "Onze industrie is nog erg jong. We produceerden al wel slachtmachines toen ieder dorp in Nederland nog een eigen abattoir had, maar pas de laatste vijftien, twintig jaar is onze industrie geweldig in ontwikkeling gekomen. Dat gebeurde natuurlijk eerst in de geïndustrialiseerde landen en nu zie je de overslageffecten naar de wat minder geïndustrialiseerde landen. Daar liggen geweldige mogelijkheden om invulling aan te geven. Bovendien is er een vrij stabiele afzet van vlees in West-Europa. Er zijn best fluctuaties: je ziet bijvoorbeeld het witvlees wat groeien en het rundvlees wat afnemen. Maar als je die bewegingen eruit haalt, dan is het een vrij stabiele afzet. Dat betekent natuurlijk ook dat er een bepaalde behoefte blijft aan equipment, zowel in de vervangingsmarkt als in de nieuwbouwmarkt. Als wij daar ons aandeel van behouden - we schatten toch in dat we veertig procent van de wereldmarkt in handen hebben- dan denk ik dat we het heel goed doen!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1992

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl