|
||
|
G. Bekkers, architectuurhistoricus en eigenaar van uitgeverij Architectura (2002)
Historisch besef voor beter hedendaags begripVorig jaar verscheen bij uitgeverij Architectura & Natura de studie 'Courtly Gardens in Holland 1600-1650; the House of Orange and the Hortus Batavus', het proefschrift van Vanessa Bezemer over 17e-eeuwse tuinkunst in Nederland. De productie van een dergelijk luxe en diepgaand werk is een zaak van lange adem en een kostbare geschiedenis, terwijl de markt ervoor maar zeer beperkt is. Uitgever Gaston Bekkers echter is bereid om de risico's die ermee gepaard gaan, op zich te nemen. "De historische tuin- en landschapsarchitectuur is een ondergeschoven kindje. Het architectuur-uitgeefbeleid in Nederland is heel erg op de subsidiecultuur gericht en dus op hedendaagse ontwikkelingen. Dat gat in de markt, hoe klein ook, proberen wij te vullen." De boekwinkel en uitgeverij Architectura & Natura aan de Leliegracht in Amsterdam werd al in 1939 opgericht. Het is een echte vakboekhandel, gespecialiseerd in tuin- en landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en natuur (met name monografieën over dieren en planten). Het is een zaak met internationaal aanzien, deels als gevolg van de internationalisering van de Nederlandse architectuur, maar ook dankzij de inzet daartoe van de vorige eigenaar. Sinds diens overlijden in 2000 is zijn partner Gaston Bekkers eigenaar en bedrijfsleider. "Kwaliteitsnormen zijn moeilijk te geven," zegt Bekkers over zijn aankoop- en uitgeefbeleid. "De een vindt kwaliteit iets anders dan de ander. Voor ons gaat het erom dat de boeken thematisch goed aansluiten en naar verwachting bij onze klanten goed 'in de markt' liggen. Daarnaast is het zo dat de boeken er visueel aantrekkelijk moeten uitzien. Het leuke is natuurlijk om boeken aan te kunnen bieden waarover nog niemand heeft gehoord. Op het gebied van landschapsarchitectuur bijvoorbeeld gebeurt heel veel, ook door uitgevers die meestal hele andere boeken uitgeven. Daar kijken we natuurlijk altijd goed naar uit." In het verledenOp de gebieden architectuur, stedenbouwkunde en tuin- en landschapsarchitectuur bestaat in de boekwinkel onmiskenbaar de meeste vraag naar wat Gaston Bekkers projectboeken noemt: rijk met tekeningen en foto's geïllustreerde boeken over gerealiseerde projecten, die de lezers ter inspiratie kunnen dienen. Voor de meer tekstuele werken, het 'literaire genre', is er - zeker als die in het Frans of Duits zijn geschreven - een veel kleiner publiek. Niet zelden hebben deze boeken een cultuurhistorische invalshoek en juist daarom ook betreurt Gaston Bekkers, zelf architectuurhistoricus, de beperkte belangstelling daarvoor. "Ik heb de indruk dat men heel erg met deze tijd bezig is," zo zegt hij. "Sommigen denken dat alles wat nu gebeurt, het belangrijkste in de wereld is. Maar als je dat goed nagaat, dan blijkt dat veel in het verleden ook al eens is bedacht. Met nieuwe technieken en nieuwe materialen zijn er natuurlijk andere dingen mogelijk, maar in essentie is veel daarvan in het verleden terug te vinden. Voor een belangrijk deel heeft dat natuurlijk met het bestaande landschap te maken. De waterhuishouding bijvoorbeeld verandert niet. Juist omdat daar in Nederland veel op is gebaseerd, kun je daar ook veel uit leren. Ik wil absoluut niet zeggen dat wat er nu gebeurt, minder zou zijn. Ik vind het een ontzettend boeiende tijd op architectuurgebied en leuk om mee te maken wat er allemaal gaande is. Wel vind ik dat soms een beetje meewarig wordt gedaan over mensen die zich met historie bezighouden." Historisch onderzoekGaston Bekkers wijst erop dat de attitude ten opzichte van historisch onderzoek en de interesse in de uitkomsten daarvan in de Verenigde Staten duidelijk anders liggen dan in Europa. "Veel Amerikaanse landschapsarchitecten doen zelf actief historisch onderzoek en het is heel gebruikelijk dat zij op grond daarvan aan theorievorming meewerken. Daarnaast werken zij dan wel in een bedrijf, maar geven vooral ook les aan andere landschapsarchitecten. Mark Treib is daar een goed voorbeeld van. Hij schrijft veel over modernistische landschapsarchitectuur - ook mijn interessegebied - en het is dan leuk om te zien dat daardoor meer mensen in die wereld terechtkomen." Bekkers kan gelukkig constateren dat ook Nederlandse architectenbureaus ("die het misschien niet altijd zullen bekennen") in projecten waarin dat financieel mogelijk is, steeds vaker goed onderlegd historisch onderzoek doen, al of niet met daartoe ingehuurde krachten. "Alles wordt dan uitgezocht, tot in detail, en soms gaat dat heel ver. Dat zou meer moeten gebeuren, als essentieel onderdeel van het werk, omdat door de aandacht die aan historische aspecten wordt gegeven, de kwaliteit van het eindresultaat stijgt," aldus Gaston Bekkers. Amsterdamse BosBekkers werkt momenteel zelf aan een proefschrift over het Amsterdamse Bos en dan met name over het ontwerp daarvan zoals dat in de jaren tussen 1928 en 1945 is bedacht en (in aangepaste vorm) tussen 1945 en 1970 is uitgevoerd. Deze studie is in zekere zin een vervolg, gelet op de tegenstelling in thematiek, op Bekkers' afstudeeronderzoek in het begin van de jaren negentig over het J.P. Thijssepark, het heempark in Amstelveen. Was dit heempark vooral bedoeld om een kopie van de Nederlandse natuur te presenteren, het ernaastliggende Amsterdamse Bos moest juist, ook wat de beplanting betreft, internationaal zijn. Bekkers: "De belangrijkste ontwerper van het Amsterdamse Bos, de architect-stedenbouwkundige Cor van Eesteren, zat in de CIAM en was erg internationaal georiënteerd. Het park is dan ook een amalgaam van internationale stijlen en van ideeën die in het buitenland speelden. Dat is in het Amsterdamse Bos allemaal bij elkaar gekomen, daar is iets moois van gemaakt en uiteindelijk is dat aan het buitenland gepresenteerd als zijnde hèt modernistische park. Als zodanig staat het nu ook in allerlei handboeken." Naast het aspect van de internationalisering behandelt Bekkers in zijn studie ook de beplantingsgeschiedenis van het bos. "Het werd gepresenteerd als een natuurbos, waar mensen niet alleen konden recreëren, maar ook tot bezinning konden komen. Het gaat dus ook over het natuurbeeld in die tijd en wat nu precies onder 'natuur' werd verstaan." Historisch besefEen juiste interpretatie van bijvoorbeeld de huidige internationalisering van de Nederlandse architectuur, zo stelt Gaston Bekkers, is gediend bij historisch besef van gelijke ontwikkelingen in het verleden. Dit is evenzo het geval, ook ter illustratie, in de vakgebieden van kwekers en hoveniers. Bekkers wijst erop dat de Nederlandse hovenierskunst al in de 17e eeuw als iets heel bijzonders werd gezien, niet in de laatste plaats vanwege de economische activiteiten in het verlengde ervan, dus waar het de ontwikkeling en teelt betrof van planten waar in het buitenland vraag naar bestond. Historisch besef kan tot slot voor tuin- en landschapsarchitecten bijvoorbeeld nog de discussies voeden over de terreinafbakening tussen tuinarchitecten enerzijds en landschapsarchitecten anderzijds. En wat zij met al die kennis aan moeten? "Zo wordt maar al te vaak geredeneerd," zegt Gaston Bekkers. "Het moet direct bruikbaar zijn. Maar in mijn ogen hoeft dat helemaal niet. Zulke studies inspireren, geven ideeën of wat dan ook. Lees ze gewoon en maak vervolgens iets moois." Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |