|
||
|
J. van de Lindeloof, tuin- en landschapsarchitect (2002)
Materialenkennis combineren met onwetendheidDe tuinen van Jos van de Lindeloof tuin- en landschapsarchitectenbureau in Delft vallen vaak op door onverwachte, maar altijd overwogen toepassingen van materialen. Gebogen lichtmasten als staanders van een hoge pergola, kraanplaten met antislipdruppels als onderdelen van een terras, betonnen rioleringselementen en zelfs stalen damwandprofielen: zijn materialengebruik lijkt met de tuinen die hij ontwerpt alsmaar robuuster te worden. "De industrieën staan meer open voor dit soort toepassingen en zelf weet je ook dat je meer en meer aankunt," zegt Jos van de Lindeloof. In zijn ontwerpen, en dus ook bij zijn keuzes met betrekking tot de eventuele toepassing van materialen, laat Jos van de Lindeloof zich door drie factoren beïnvloeden: de opdrachtgever, de omgeving en tot slot zijn eigen visie en persoonlijke inbreng. "Het is niet zo dat het materiaal in onze ontwerpen vooropstaat," zegt hij. "In principe staat het plan voorop en dat plan kan vervolgens met materialen worden ingevuld. Dat proces begint bij de opdrachtgever. Het is heel belangrijk om te weten in wat voor wereld de mensen verkeren en wonen, hoe zij over de tuin denken en hoe ze die gaan gebruiken." Als voorbeeld van deze beïnvloeding vanuit de wereld van de opdrachtgever laat hij een kleine stadstuin zien, die hij in nauwe samenwerking met de architect en de interieurarchitect, tevens de bewoner, ontwierp. De gebogen vormen van een opvallend zitelement in de woning komen in de tuin terug in verhoogde en verdiepte plantenbakken, die op zich aan fors uitgevallen puzzelstukken doen denken. Deze bakken zijn gemaakt door soepele verzinkt stalen beplatingen, bij wijze van een damwand, de grond in te brengen. "Soms leidt de opdrachtgever zo tot een hele verrassende inbreng," zegt hij. "We hebben bijvoorbeeld ook een tuin met grote stalen gebogen schermen gemaakt. Dat was heel eenvoudig, want de opdrachtgever zat in de metaalindustrie. Daar kan ik iets mee, denk ik dan meteen. Voor mij kan dat de aanleiding voor het gebruik van materialen zijn." OmgevingDe tweede factor is de omgeving, dat wil zeggen de woning of het gebouw waar de tuin bijhoort en het landschap waar de tuin deel van uitmaakt. Jos van de Lindeloof: "In relatie tot het gebouw kun je materialen en vormen juist doorzetten of juist niet. In een tuin in Bosch en Duin hebben we bijvoorbeeld een ruwe stenen wand in de tuin, in de binnengevel laten doorlopen. Maar in het Agnetapark in Delft, een park van Zocher dat helemaal is gerenoveerd, hebben we juist de tegenstelling gezocht. We hebben van houten dekdelen en aluminium kranenplaten een strak rechthoekig terras gemaakt, in tegenstelling tot de gebogen vormen in het park. Om het contrast nog eens te benadrukken hebben we het terras 'zwevend' gemaakt: het grasveld lijkt onder het terras door te gaan. Het is duidelijk een toevoeging die er nooit is geweest en die je bij wijze van spreken ook weer zo op kunt tillen en weg kunt halen." Dezelfde contrastwerking heeft Van de Lindeloof rond het gemeentehuis van Schouwen-Duiveland in Zierikzee gerealiseerd. Dit gebouw is uit glimmend titanium opgetrokken en heeft een gebogen vorm. Jos van de Lindeloof heeft daar een antwoord op gegeven in de vorm van meer dan tweehonderd meter lange gebogen wanden van ruwe stenen die met behulp van gaas worden samengehouden (schanskorfconstructie). Daarnaast heeft hij niet de tegenstelling, maar juist aansluiting bij het omliggende landschap gevonden, door middel van grote strakke grondlichamen die de dijken van Zeeland verbeelden. Van de Lindeloof: "Door het plooien van grond tot gestileerde objecten verwordt het voor mij tot materiaal. Het is aarde met gras, dus natuur, maar in zo'n plan wordt het een object. Toen we de opdracht kregen om bij een villa aan het water 'een Italiaanse tuin' te ontwerpen, hebben we de muren en hagen die je in dergelijke tuinen ziet, ook door strakke grastaluds van één op één vervangen, weer naar het voorbeeld van Nederlandse dijken. En we hebben er geen Italiaanse fontijn neergezet, maar we hebben een rechte sloot, met dezelfde maten als de taluds, vanaf de plas de tuin ingetrokken. Zulke taluds, zo'n sloot en ook de planten in de tuin in de vorm van zuivere bollen en piramides, kun je wat mij betreft onder de noemer 'materialen' plaatsen." Bestaande materialenIn de derde, maar toch niet de laatste plaats, telt bij de toepassing van materialen de persoonlijke visie en creativiteit van de tuinarchitect. Jos van de Lindeloof: "Ik probeer vaak te zoeken naar bestaande materialen die duidelijk niet uit de tuinenwereld komen. Wie de tuincentra afloopt, ziet natuurlijk heel veel, maar in de industriële wereld kom je pas echt verrassende dingen tegen. Als je in fabrieken gaat kijken, met de mensen achter de machines praat en je in productieprocessen verdiept, dan ontdek je soms hele nieuwe mogelijkheden. Voor veel mensen is metaal bijvoorbeeld een onwerkbaar materiaal, maar het is echt net zo gemakkelijk als hout te gebruiken. Je kunt er soms heel veel mee." Als voorbeeld van zo'n bestaand object in een nieuwe toepassing laat hij een kantoortuin zien, van zestig meter lang en zestien meter breed, waar een waterelement van eveneens zestig meter lang is gerealiseerd. "In je ontwerp trek je een blauwe lijn en je zegt: waterelement. Maar hoe ga je vervolgens zo'n watergoot materialiseren? Onze filosofie is dan, dat we daar niet iets willen gaan timmeren en metselen, maar we gaan kijken waar er ervaring mee bestaat en waar het misschien te koop zou zijn. We zijn eerst bij glijbanenbouwers gaan kijken, maar kwamen daar op polyester uit en vonden dat niet geweldig. Uiteindelijk hebben we bij rioleerders een prachtig vierkant waterprofiel gevonden, van standaard twee meter lang, afkitbaar en waterdicht te maken. De goot lijkt te zweven, maar rust op een heipaal die normaal de grond ingaat, maar nu plat is gelegd. Ook dat is natuurlijk een onverwachte toepassing van een bestaand materiaal." OnwetendheidVolgens Jos van de Lindeloof is de combinatie van materialenkennis aan de ene kant en een zekere onwetendheid over de precieze toepassing daarvan aan de andere kant de meest vruchtbare grond voor een creatief gebruik van materialen. "Wie altijd maar heipalen de grond inslaat, komt niet op het idee die dingen ook eens liggend te gebruiken," zo zegt hij. "Je moet dus op onderzoek uitgaan, maar soms moet je ook niet te veel willen weten. Je moet door een betonfabriek kunnen lopen en - bij wijze van spreken zonder voorkennis - met mensen achter de machines kunnen praten over wat er nu precies mogelijk en onmogelijk is. We hebben ook eens een stalen damwandprofiel liggend toegepast, dus als goot. Zo'n stalen damwand wordt gebruikt om water te keren en mijn conclusie is dan: hij is dus waterdicht en kan dus ook voor iets anders worden gebruikt. Dat is materialenkennis combineren met onwetendheid en vaak leidt dat tot de meest onverwachte resultaten." Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |