W. Kuitert, tuinarchitect (2002)

Wat de natuur wil zijn

Wybe Kuitert, tuinarchitect in Wageningen, staat als kenner van Japanse tuinen bekend. Hij verdient dat predikaat omdat hij vroeger voltijds 'associate professor' tuinarchitectuur in Kyoto was, er tegenwoordig als gasthoogleraar college's geeft en elk jaar voor niet-Japanners een seminar van twee weken over Japanse tuinen verzorgt. Het predikaat doet hem echter ook veel tekort. De Japanse tuin is immers slechts een uitdrukkingsvorm van hetgeen in feite in alle tuinen gebeurt, ook hier in Nederland. Wybe Kuitert is voortdurend op zoek naar de kern daarvan.

"Het gaat me echt om het vak van de tuin- en landschapsarchitectuur in zijn diepte en zijn breedte," zegt Wybe Kuitert. "Het gaat me niet om de expressievorm. Het doet er niet toe of de tuin een uitdrukking krijgt als Japanse tuin, een rococotuin, een Arabische islamtuin of een postmoderne tuin met roestvrij staal en spiegels erin. Dat culturele verhaal komt er bovenop, maar het vak zit wat mij betreft toch een slag dieper. Het vak begint bij de bodem begrijpen, de planten begrijpen, de natuur op die plek begrijpen en dan vooral ook de mensen begrijpen die dat landschap gaan onderhouden en die er gaan wonen of werken. Als dat niet gedurende lange tijd goed op elkaar aansluit, dan kan de natuur zich niet in een mooi evenwicht ontwikkelen tijdens de onderdrukking door de mens van de natuur op die plek. Dan wordt het nooit iets. Het maakt niet uit of een azalea tien keer per jaar wordt geschoren of vrij mag groeien. In beide gevallen kan hij zich heel mooi ontwikkelen - als wij die azalea maar goed begrijpen. Ik denk dat dat voor het vak fundamenteel is."

'What nature wants to be'

De natuur begrijpen is volgens Kuitert in de eerste plaats onderkennen en herkennen 'what nature wants to be'. Alleen dan kan een fraai evenwicht worden bereikt tussen wat de natuur eigenlijk wil en de repressie die de mens aan de natuur oplegt. Hij zegt: "In het landschap zijn daar hele mooie voorbeelden van terug te vinden. Bij de A10 rond Amsterdam heeft iemand bedacht - het moet iemand van Rijkswaterstaat zijn geweest - om daar in grote hoeveelheden abelen aan te planten, de Populus canescens 'Enniger', een cultuurvariëteit. Die abelen staan daar precies op hun plek. Die genieten van de wind, van het verkeerslawaai, van de drukte en van het opgespoten zand. Ze groeien, maken jong schot en in april komen er prachtige fluwelen witte jonge blaadjes aan. Het is dan een feest om Amsterdam binnen te komen. Dat heeft iemand bedacht die geniaal heeft begrepen 'what nature wants to be' op die bepaalde plek. Hij kent de plant goed, heeft misschien op een stoeltje langs de snelweg gezeten en heeft met een grondboor in de grond zitten boren. Vervolgens heeft hij de 'brainwave' gehad: grote aantallen op deze plek met deze dynamiek, Populus 'Enniger', dat kan niet missen. En het was raak."

Ordening

Het evenwicht tussen enerzijds wat de natuur wil zijn en anderzijds de onderdrukking door de mens wordt in tuinen bereikt, door in de onmiddellijke nabijheid van de woning 'totale repressie' te bewerkstelligen en door de natuur ruiger te laten zijn naarmate de afstand tot de woning groter wordt. Wybe Kuitert: "Je ziet dat heel mooi uitgewerkt op de zeventiende-eeuwse etsen van 'vogelvluchten' van de buitenplaatsen van de Oranjes bijvoorbeeld. Bij het hoofdgebouw heb je een klein Frans bloementuintje en vervolgens in een keurige ordening de fruittuin, de houttuin waar timmerhout werd verbouwd, de velden met het vee en achter de horizon de wilde natuur, dus alles in een keurig stramien naar intensiviteit van onderhoud." Hetzelfde ordeningsprincipe hanteert Kuitert bij het ontwerp en de aanleg van een tuinencomplex in Herwijnen, een project waar hij al een lange reeks van jaren intensief bij is betrokken. Het complex bestaat uit een moestuin naast het woonhuis, een fruittuin daarachter en (in ontwerp) een overtuin aan de rivierkant van de onlangs verzwaarde dijk langs de Waal, waar tot 1820 de oorspronkelijke kasteelwoning heeft gestaan en de fundamenten daarvan nog terug te vinden zijn. Die overtuin, het verst van de huidige woning verwijderd, ondergaat noodgedwongen een zekere verwildering, terwijl de strakke moestuin pal naast de woning, bij wijze van spreken, daar voor altijd is verankerd. Kuitert: "Bij het boren in de grond vond ik een hele mooie grondwaterlaag. Daarom hebben we een enorm gat gegraven - de graafmachine verdween er haast in - en vervolgens met bakstenen een echte ouderwetse waterput opgemetseld. Er komt glashelder water voor de moestuin uit. Die waterput blijft daar nog honderd of tweehonderd jaar staan, waardoor we de duurzaamheid van de moestuin op die plek als het ware hebben gegarandeerd. Tot diep in de grond is die moestuin daar voor eeuwen vastgepind."

Kern van wat er gebeurt

De onderdrukking van de natuur volgens een vast stramien, maar met oog voor 'what nature wants to be', vindt in Japanse tuinen op dezelfde wijze plaats als in de tuinen van de Oranjes en als in de tuin te Herwijnen. De expressie is totaal verschillend, maar de kern van wat er met de natuur op die plek gebeurt, is in alle gevallen dezelfde. Wybe Kuitert: "Neem bijvoorbeeld het standaardvoorbeeld van de Japanse tuin: een grindvlakte met wat rotsen erin en daar misschien wat mos omheen. In Japan, net als in heel Zuid- en Oost-Azië, was dat gewoon een kwestie van het erf goed schoonhouden. Er zijn daar allerlei lastige insekten, enge duizendpoten waar je lelijke steken van kunt krijgen, maar ook slangen bijvoorbeeld. Het erf bijhouden is daarom een hygiënische maatregel. Rotsblokken die er al lagen - soms is het de natuurlijk rotsige ondergrond die tevoorschijn komt - konden niet worden weggeveegd. Wat er in die tuinen dan aan natuur bijkomt, bijvoorbeeld een plantje met bladeren die je in de keuken kon gebruiken of een mooi boompje met fruit, kwam dan bij die rotsblokken terecht. Daar konden ze blijven staan, omdat je daar toch niet kon vegen. Zo ontstonden de tuineilandjes, die in feite een hele vriendelijke reactie zijn op het onderhoud van het erf aan de ene kant en wat er van nature aanwezig is aan de andere kant. Wanneer een Japanse tuin zich vervolgens tot iets esthetisch ontwikkelt en bepaalde vormgevingstheorieën met zich meekrijgt, dan komen daar meer planten in, die geknipt en onderhouden moeten worden. Van plant tot plant is dan de intensiviteit van dat onderhoud verschillend, net als bij ons."

Wybe Kuitert wil de natuur en de interactie tussen de mens en de natuur op een bepaalde plek kunnen begrijpen. Hij weet dat hij daarmee een ideaal nastreeft en soms blijkt dat ideaal een illusie te zijn. "In veel opdrachten komt het tot een langdurige relatie met de opdrachtgever," zegt hij. "Dan is het gemakkelijk om grip op de materie te krijgen. Als die relatie te kort is, dan lukt het soms niet en ben ik diep ongelukkig."

Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl