|
||
|
E. Santhagens, landschapsarchitect en stedenbouwkundig ontwerper (2002)
De logica van een printplaat in het ontwerp van werklandschappenEdwin Santhagens, in 1990 oprichter van het ontwerpbureau Sant en Co in Den Haag, streeft in zijn ontwerpen niet naar modernismen, maar naar blijvende kwaliteit. Inherent hieraan is dat hij alle ruimte laat voor de - op den duur onvermijdelijke - transformatie van werklandschappen naar gebieden met ook andere functionaliteiten. De kwaliteit die dan overeind moet blijven, moet in de eerste plaats in de ontworpen structuur worden gevonden. "Mijn grondhouding is," aldus Edwin Santhagens, "dat werklandschappen als systeem goed en simpel in elkaar moeten zitten. Ze moeten de logica van een printplaat hebben. Die logica hoeft niet direct begrijpelijk te zijn, maar moet wel heel goed geënt zijn op het gebruik van het landschap. Het gaat dus niet om de complexiteit van de printplaat, maar om de functionaliteit ervan." "Dat begint al door een verkaveling te kiezen die zo flexibel mogelijk is," vervolgt Santhagens. "Je kunt wel een dambordstructuur van wegen bedenken, met blokkige gebieden waar je dan verschillende bedrijven op kwijt moet, maar je kunt een bedrijf dat bijvoorbeeld vijf hectare wil hebben, er dan maar drie aanbieden. En als je een te groot deel uitgeeft, blijven er weer snippers over. Dat is dus best ingewikkeld. Het vraagt om een soort logica van nadenken over de flexibiliteit die bij de uitgifte nodig is. Die flexibiliteit kan vervolgens pas blijken als het ontwerp af is, want dan begint de markt te werken." Dat de werking van de markt vervolgens redelijk onvoorspelbaar is, ondervond Santhagens onder meer in het project de Wetering, het bedrijventerrein in aanleg nabij Utrecht, ten westen van de A2 naar Amsterdam. "We gingen ervan uit dat daar bedrijven zouden komen die kavels van een halve hectare of één hectare nodig zouden hebben. Maar de eerste aanvragen die binnenkwamen, waren van hele grote bedrijven die meteen de helft van het bedrijventerrein wilden hebben. We hadden de markt en de potentiële belangstelling uitvoerig met Economische Zaken besproken, maar wat er werkelijk gaat gebeuren, dat weet je niet." Fijnmazig gritEen totaal andere logica van de printplaat is aan de orde in het ontwerp van de Zuidas in Amsterdam. Edwin Santhagens is in dit project 'supervisor' en kwaliteitsbewaker in het denkproces over het ontwerp van de openbare ruimte. "Ik hou heel erg van een grit, dus gewoon een stratenpatroon dat iets met de noordzuidrichting doet en iets met de oostwestrichting. Dat is een ruimtelijke complexiteit die mensen aankunnen. In de Zuidas hebben we voor een fijnmazig grit gekozen, omdat het een stedelijk weefsel moet opleveren waarin niet alleen gewerkt, maar ook gewoond gaat worden. Op het moment dat er zo'n gemixt gebruik gewenst is, kom je toch op een heel andere openbare ruimte uit. Ten aanzien van de Zuidas is mijn pleidooi altijd geweest om zeer compacte openbare ruimtes te maken, met smalle wegen, want hoe wijdser het is, hoe vervelender eigenlijk de kwaliteit van de openbare ruimte wordt." Brandnetels op een vuilnisbeltIn de logica van de printplaat van bedrijventerreinen moet volgens Santhagens al opgeslagen zijn, dat de structuur lang zal blijven liggen, terwijl de terreinen zelf zich van monofunctioneel naar multifunctioneel zullen transformeren. Hij zegt: "De 'business' op die bedrijventerreinen zie ik als brandnetels op een vuilnisbelt. Brandnetels brengen een ecologie op gang en dat doen deze bedrijven in feite ook. Over vijftig jaar zal op de meeste bedrijventerreinen die wij nu aanleggen, gewoon worden gewoond, gewinkeld of gerecreëerd. Dat zijn dan de nieuwe stukken stad, net zoals we nu in de havens van Amsterdam en Rotterdam gaan wonen. Dit soort gebieden veranderen heel snel van kleur en die mixbehoefte wordt ook steeds duidelijker. De structuur van het ontwerp moet het daarom mogelijk maken dat zo'n gebied zich inderdaad kan transformeren en inderdaad van kleur kan verschieten." Vereist een maximale transformatieruimte niet een minimale verankering van de structuur in het gebied? Santhagens: "We willen ruimte aan die transformatie geven, maar dat betekent niet een minimaal ontwerp. We willen natuurlijk ook dat er een bepaalde kwaliteit in de structuur zit, met bijvoorbeeld mooie lanen en hele goede randen van het gebied. Die kwaliteit moet dan wel zo neutraal mogelijk zijn. Wat nu kwaliteit is, moet dat over dertig jaar nog zijn. We doen wel alsof we weten dat dat zo is, maar dat is natuurlijk altijd nog maar een aanname." Invloed van de architectuurDe logica en de schoonheid van het landschappelijk ontwerp moeten vervolgens, zo vindt Santhagens, vooral door de architectuur van de gebouwen volledig tot hun recht komen. "Als landschapsarchitecten ontwerpen wij in principe de openbare ruimte, maar ik merk steeds meer dat de kwaliteit van de architectuur de grootste invloed heeft op hoe men zo'n werklandschap ervaart. Een plein bijvoorbeeld wordt gemaakt door zijn wanden. Daarom ben ik me steeds meer gaan bemoeien met hoe die architectuur eruit moet zien. In de initiële fase waarin wij werken, vormen we ons een beeld van hoe het moet worden en vandaaruit kunnen we ook richting architecten vrij goed randvoorwaarden formuleren." In de twee eerder genoemde projecten waarin Santhagens momenteel betrokken is, de Wetering bij Utrecht en de Zuidas bij Amsterdam, heeft deze aanpak zeer verschillende uitwerkingen gekregen. "Voor de Wetering hebben we een uitgebreid beeldkwaliteitsplan gemaakt, met normen voor het beplatingsmateriaal, de buitenreclame, het percentage glas in de voorgevel, de uitvoering van de plintlagen en noem maar op, om zo een geredigeerd stadsbeeld te krijgen. Met name Welstand was heel erg blij met ons verhaal en de architecten die daar aan de slag zijn gegaan, toch wel de betere Nederlandse architecten, vonden het eigenlijk ook prima. Zij vonden toch weer de mazen in het beeldkwaliteitsplan, waardoor ze een eigen verhaal konden vertellen. Voor de Zuidas, waarvoor wereldarchitecten op auteursschap en bewezen kwaliteit worden geselecteerd, werken we met heel weinig beeldkwaliteitsvoorschriften en dwangmatigheid in de materiaalkeuze. Natuurlijk zijn er wel rooilijnbepalingen, maximale-hoogte-voorschriften, lichttoetredingsverhalen en noem maar op, maar daar willen we meer vrijheid voor de individuele architecten zodat er een complex stedelijk beeld ontstaat. Uiteindelijk is het in beide projecten natuurlijk de bedoeling om een maximale ruimtelijke kwaliteit te bereiken, waarbij je als landschapsarchitect nog grip op de structuur en de sfeer van de openbare ruimte hebt, maar daarbij een interactie moet nastreven met wat er op de private kavels gebeurt. Eén en één moet meer dan twee zijn, dat is de clou." Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |