|
||
|
G.B. Urhahn, directeur van Urhahn Urban Design b.v. (2002)
De stad als een chaos door een menging van functiesDe filosofie van de maakbare stad, waarin een menging van wonen en werken als het ware uit den boze was, is volgens stedenbouwkundige ir. G.B. Urhahn de dieperliggende oorzaak geweest van de stiefmoederlijke behandeling van het werklandschap in de afgelopen decennia. "De stad werd netjes opgedeeld, hier het wonen, daar het werken, alles werd netjes georganiseerd. Voor het wonen is er in dat kader altijd een sterk sturend instrumentarium geweest, in die zin dat het ministerie zich er erg mee bemoeide. Het wonen werd met andere woorden altijd heel sterk door de ruimtelijke ordening aangestuurd. Het werken daarentegen is iets van de economie: er moest geld worden verdiend, de stad moest blijven draaien, maar het stond niet echt in de belangstelling van de ruimtelijke ordening." Verschillende constateringen en ontwikkelingen hebben het volgens Urhahn nodig en mogelijk gemaakt om nu over een genuanceerder ontwerp van werklandschappen na te denken. "Veel mensen brengen misschien wel meer tijd in hun werkomgeving door dan in hun zogeheten woonomgeving. Dat betekent nogal wat. Vaak werd door veel partijen, zoals ontwikkelaars, primair de bereikbaarheid vooropgesteld, maar er zijn natuurlijk ook ondernemers, werknemers en andere betrokkenen die ook in de sfeer van de omgeving zijn geïnteresseerd. Dat is iets wat, denk ik, te weinig wordt gezien." Een ander concept dan de opgedeelde maakbare stad is niet alleen gewenst, maar inmiddels ook mogelijk. "Door nieuwe technologische uitvindingen zijn schonere procédés ontstaan en kunnen functies die vroeger gescheiden moesten blijven, nu weer worden gemengd. Uitgeverijen en drukkerijen bijvoorbeeld moesten vroeger met hun zware stampende machines in industriegebieden worden gevestigd, maar nu alles digitaal gaat, is dat niet meer nodig. In die zin is er veel veranderd en zijn er in de relatie tussen wonen en werken veel gemakkelijker mengingen denkbaar." ChaosDe geschetste ontwikkelingen geven Gert Urhahn de nodige ruimte om aan zijn eigen uitgangspunt vast te houden, namelijk de opvatting van de stad als een chaos. Hij benadert de stad als een organisch wezen waarvan de complexiteit het beste bij chaos gedijt. "De stad is de plaats waar dingen bij elkaar komen. De stad is alleen interessant wanneer daar dingen gebeuren die je niet kunt overzien en niet van tevoren weet. Functiemenging hoort gewoon bij het leven, bij de stad en bij de sensatie van de stad. Als je die sensatie niet hebt, dan is de stad niet interessant en dan 'hoeft' de stad ook eigenlijk niet." Vanzelfsprekend wil chaos als abstract vertrekpunt niet zeggen dat er in de relatie tussen wonen en werken een (oneconomische) wanorde ontstaat. Urhahn: "Als je het mozaiek van een stad analyseert, dan zie je grote verschillen in het ontstaan van de fragmenten, landschappelijk, economisch en gekoppeld aan grote infrastructuren. Er zijn wat dat betreft veel verschillende krachtenvelden die een invloed op bepaalde gebieden van de stad uitoefenen." TransformatieopgaveDe opgave om redelijk snel tienduizenden hectare nieuwe werklocaties in Nederland te realiseren aan de ene kant en de wens om zo veel mogelijk tot een menging van functies te komen aan de andere kant, vallen wat Gert Urhahn betreft prachtig samen in de transformatieopgave waar veel steden voor staan. "Misschien is tien procent van alle steden permanent 'economisch pauzerend' en aan vernieuwing of transformatie toe. Het is de vraag in hoeverre de opgave uit de Vijfde nota niet voor een deel in die gebieden is op te vangen. In die zin moeten we een complexe benadering kiezen, die natuurlijk ook heeft te maken met allerhande doelstellingen die voor de toekomst van de steden en voor de Deltametropool zijn geformuleerd." Urhahn ziet in Amsterdam diverse gebieden liggen met mogelijkheden voor functiemenging na transformatie. Hij wijst bijvoorbeeld op het Polderweggebied, nabij het Muiderpoortstation, in de oksel van de Middenweg en de spoordijk. "En neem ook Amsterdam-Noord, aan de oevers van het IJ waar vroeger de werven waren. Daar liggen kilometers gebieden waarvan men tien jaar geleden dacht dat daar alleen maar bedrijvigheid zou moeten komen. Ik zou daar nog maar eens goed over nadenken. Bedrijvigheid is goed, maar misschien kunnen we delen ervan met een soort 'mixed use' doen, met ook stedelijke functies zoals hotels aan de IJ-oever. Dan zou een deel van de binnenstad over het IJ springen en heb je natuurlijk iets anders dan alleen een laagwaardige invulling als bedrijvengebied." ExperimenteerveldenFunctiemenging is in de organische stad een natuurlijk proces. De Concertgebouwbuurt, waar Urhahn Urban Design is gevestigd, werd honderd jaar geleden aangelegd om de uittocht van de gegoede burgerij naar het Gooi tegen te gaan. Destijds werd er uitsluitend gewoond, terwijl nu tachtig procent van de buurt (aan de centrumkant) voor andere functies wordt gebruikt. "Dan zie je dat je structuren en ook gebouwen eigenschappen kunt meegeven, waardoor ze zich gemakkelijk aan veranderingen van de positie van een stad kunnen aanpassen," aldus Gert Urhahn. "Net zoals een celstructuur in staat is om nieuwe informatie van de context te absorberen. Als je op die manier investeert, ben je goed bezig. Dan kan het nog alle kanten opgaan en alle mogelijke kleuringen en functiemengingen krijgen." Hoewel zo'n proces dus ook een natuurlijk verloop kan hebben, kan enige extra inzet geen kwaad, maar volgens Urhahn gebeurt dat in Nederland nog maar mondjesmaat. "We hebben in opdracht van de vier grote steden onderzoek naar wonen in de Deltametropool gedaan. We hebben daar toen ook het werken bij betrokken en aangegeven dat er eigenlijk metropolitane experimenteervelden nodig zouden zijn, waar functiemenging het uitgangspunt is. Helaas zijn er zulke gebieden niet in Nederland. Er wordt wel geëxperimenteerd met voormalige havengebieden, maar zo'n gebied helemaal nieuw opzetten, dat zou nog zo slecht niet zijn." Urhahn Urban Design onderzocht onlangs, in opdracht van de Rijksplanologische dienst, de kwaliteit van werklocaties in Nederland. In het onderzoek werd kwaliteit niet alleen vanuit het gezichtspunt van ruimtelijke ordening beoordeeld, maar ook vanuit economisch perspectief. Tijdens een workshop in het NAi in april zullen de resultaten van deze studie worden bekendgemaakt. "Het werklandschap is een breed terrein," zegt Gert Urhahn tot slot. "Het is niet alleen een industriegebied hier en een bedrijventerrein daar en 'that's it'. De materie is gewoon net zo breed als de 'life style' van het wonen." Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2002 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |