J.L. Baljon, tuin- en landschapsarchitect (2001)

Kan de kwaliteit van groen worden gekwantificeerd?

Groen doet de mens goed. Groen inspireert en ontspant. Groen heeft dus ook een positieve invloed op de werkende mens. Kortom, groen is goed voor de economie. Het is echter alleen nog de vraag welke feiten deze stelling onderbouwen. Kan de kwaliteit van groen worden gekwantificeerd? De Amsterdamse tuin- en landschapsarchitect Lodewijk Baljon probeert in een gesprek met hem een antwoord op deze vraag te formuleren. Baljon heeft zich in het onderwerp verdiept ter voorbereiding op het Internationaal Groenforum. Dit is een meerdaags congres in september 2002, ten tijde van de Floriade, over de betekenis van groen en natuur voor de fysieke en mentale gezondheid van mensen.

Bedrijfseconomische argumenten voor een groene, landschappelijke inrichting van werkgebieden, zijn er tweeërlei. Enerzijds liggen deze in de individuele, psychische beleving van de omgeving door de mensen die er werken en, in het verlengde daarvan, in de kwaliteit van hun arbeidsprestaties. Anderzijds gaat het om de economische waarde van de bedrijventerreinen op zich, die duidelijk hoger is naarmate het werklandschap, met het oog op duurzaamheid, beter is ontworpen en beter wordt onderhouden. Hoewel Lodewijk Baljon niet a priori in deze bedrijfseconomische argumenten is geïnteresseerd, schuift hij ze niet ongebruikt aan de kant. Hij zegt: "Het is natuurlijk niet zo dat je alleen maar aandacht aan groen zou moeten besteden als het, in wat voor vorm dan ook, geld oplevert. Maar als je kunt meten hoeveel een groene omgeving daadwerkelijk in de productiviteit van de mensen oplevert, dan is dat natuurlijk een geweldige ondersteuning van de kwalitatieve argumenten voor een goede landschapsinrichting."

Prettig afgeleid

Onderzoeksgegevens over de invloed van een groene werkomgeving op de psyche van mensen komen met name uit Amerika en kunnen dus slechts met alle voorzichtigheid naar de Nederlandse context worden omgezet. Niettemin zijn ze opmerkelijk. Zo zijn er aanwijzingen dat patiënten in een ziekenhuis in een groene omgeving minder pijnstillers nodig hebben, dat er bij hen minder complicaties optreden en dat ze eerder kunnen worden ontslagen dan patiënten in een ziekenhuis in een stenige omgeving. Ander onderzoek laat zien dat niet zo zeer de groenvoorziening in het gebouw, maar wel het uitzicht op groen vanuit het gebouw een positieve uitwerking op mensen heeft, in die zin dat ze minder stressgevoelig zijn en een lager ziekteverzuim hebben. Baljon: "Mensen kijken uit het raam, zijn heel even op een prettige manier afgeleid en gaan weer iets meer ontspannen aan de slag. Ze werken daardoor creatiever en meer geconcentreerd. Overigens is 'groen' hierbij betrekkelijk. Wij zitten in een bureau aan de Keizersgracht, ik zie veel huizen, ik zie mensen op terrassen zitten en ik hoor de tram door de Leidsestraat gaan. Maar ik kan ook een paar grote bomen zien en de rimpeling in het water en regelmatig kijk ik daarom heel bewust even uit het raam. Het gaat dus niet om een zee van groen, maar wel om de kwaliteit en het karakter van het groen." Verder is volgens Baljon een belangrijk onderzoeksresultaat de zeer negatieve beleving door mensen van onverzorgd groen. Dit komt bijvoorbeeld duidelijk in de prijs van woningen tot uiting, maar ook in gevoelens van bedreiging en onveiligheid op bedrijventerreinen. "'Groen' duidt iets vaags aan," zo zegt Baljon. "Bedoeld wordt eigenlijk een verzorgd landschap. Daar hoort met name ook water bij. En het betekent niet noodzakelijkerwijs dat alles netjes is aangeharkt en wordt kortgehouden, maar wel dat voor mensen afleesbaar is waar de natuur ruig is en de maat en de functie van natuur heeft, en welke plekken meer verzorgd zijn."

Menging van functies

De tweede categorie bedrijfseconomische argumenten voor een verzorgde landschapsinrichting betreft de waarde van de bedrijventerreinen zelf. Het bureau van Lodewijk Baljon heeft dit aspect onlangs kwalitatief onderzocht in opdracht van de provincie Overijssel. Baljon: "De opdracht was om een duurzaam bedrijventerrein te ontwerpen, maar wij hebben die vraag anders geïnterpreteerd. Het is niet interessant om alleen maar een aantal aardige milieu-'gadgets' in een bedrijventerrein te stoppen en om dan te zeggen dat je het voor de toekomst goed hebt gedaan. Het gaat erom dat je de hele bedrijvigheid als zodanig voor een bepaalde regio of provincie onder de loep neemt, dat je kijkt hoe op verschillende manieren bepaalde vormen van bedrijvigheid in het landschap een plaats kunnen krijgen en dat je dus ook kijkt naar de herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. Daar liggen ongelooflijk veel kansen op het gebied van intensiever grondgebruik en menging van functies. De werker is steeds minder vervuilend, waardoor we het werken steeds beter kunnen combineren met functies als wonen, detailhandel, recreëren en natuur. Dan heb je het dus niet meer over een monocultuur van uitsluitend kantoren of andere bedrijfsgebouwen, maar wel over een echt werklandschap. Als je dat voor elkaar hebt, dan praat je niet meer over een plezierig uitzicht vanuit het raam, maar over een volledig landschap dat als geheel voor mensen aantrekkelijk is. Wij denken dat je de beste resultaten kunt behalen door zo'n totaalwerklandschap te ontwerpen, waarin ook andere functies een plek kunnen krijgen." Aan deze aanpak kleeft overigens wel een economisch nadeel, althans in de visie van de afdelingen grondbedrijf en economische zaken van gemeenten. Door functies als wonen en recreëren op bedrijventerreinen toe te laten, verkleinen zij de 'range' van (industriële) bedrijven die zich daar kunnen vestigen. "Toch is dat voor veel oude bedrijventerreinen helemaal niet zo gek," zegt Baljon, "omdat die door de uitbreiding van de steden toch al steeds dichter bij woonwijken zijn komen te liggen. In ons onderzoek bleek dat dit in veel plaatsen in Overijssel het geval is. Daar liggen dus hele goede mogelijkheden."

De kwantitatieve wereld, zo benadrukt Lodewijk Baljon tot slot, blijft ondergeschikt aan de kwalitatieve. Hij zegt: "Die werelden liggen over het algemeen vrij ver uit elkaar. Als mensen proberen om dingen cijfermatig te achterhalen, gooien ze vaak zaken op één hoop, waarvan wij als ontwerpers, die meer kwalitatief zijn ingesteld, vinden dat je die niet zo maar kunt vergelijken. Wij als ontwerpers zijn uiteindelijk het meest geïnteresseerd in het spel met de kwaliteit van het groen."

Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl