|
||
|
J.C.M. Toes bnt, landschapsarchitect bij tlu landschapsarchitecten (2001)
Naar een begrijpelijke plek van bedrijven in het landschapIr. Hanneke Toes bnt is landschapsarchitect bij tlu landschapsarchitecten in Utrecht. Zij is betrokken bij de uitwerking van het thema werklandschappen, het jaarthema 2002 van de NVTL. Hanneke Toes heeft in dat kader vooral ook de locatiekeuze van bedrijven en bedrijventerreinen als onderwerp onder de aandacht gebracht. De locatie van bedrijven in een landschap is in haar visie eerst dan gepast te noemen, als het goed begrijpelijk is waarom die bedrijven juist op die plaats staan. In de stijlvolle 'winkel' van tlu aan de Oudegracht in Utrecht hadden we een gesprek met haar. Hanneke Toes vindt dat er sprake moet zijn van een duidelijke relatie tussen een bedrijf en de locatie van dat bedrijf. Veelal is die relatie in de infrastructuur gelegen, want waar water-, land- en spoorwegen bij elkaar komen, ontstaat bedrijvigheid. Doorgaans hebben daar dan, door de aantrekkelijkheid van de plek, zich vanzelf ook andere sociale functies ontwikkeld: wonen, winkelen en uitgaan bijvoorbeeld. Zelfs industriële bedrijvigheid heeft soms zo in oude binnensteden een gepaste, want nog steeds begrijpelijke plek gekregen. Hanneke Toes wijst op steden als Breda, Eindhoven en Enschede, waar dat zichtbaar het geval is geweest. Zelf is ze in Den Helder opgegroeid en daarna in Beverwijk. In Den Helder leefde ze als het ware in het werklandschap van de marinehaven. "Dat sprak me aan," zegt ze, "niet alleen vanwege het mooie van de zee, de haven en de boten, maar vooral ook omdat er zo'n grote verwevenheid van de marine met het leven in de stad was. Het hele sociale leven was erop afgestemd. In Beverwijk was dat ook zo. Het productieproces van Hoogovens is min of meer zichtbaar als je daar rondloopt of langsrijdt, met de aanvoer van ijzererts door schepen, de goederentreinen, de wolken stoom als de ovens opengaan en vroeger ook stank en roet. Daardoor was die bedrijvigheid op die plek heel erg beleefbaar. Ook daar had iedereen ermee te maken - het bedrijf en de plek vormden als het ware één geheel. Die binding met de locatie vind ik interessant en maakt het gebied tot een echt werklandschap. Het gaat om de verankering van het bedrijf met de desbetreffende plek." Vanaf de snelwegVolgens Hanneke Toes zijn veel bedrijventerreinen zoals die in de afgelopen decennia zijn aangelegd, in het ontwerp onvoldoende geslaagd, doordat de relatie tussen die terreinen en de locatie tot een simpele 'bereikbaarheid vanaf de snelweg' is verschraald. Die eigenschap van de locatie is onvoldoende gebleken voor de ontwikkeling van overige sociale functies in die gebieden en onvoldoende ook om een herkenbare verankering met de omgeving - de stad dan wel het landschap - te krijgen. "Waarom zitten die bedrijven daar langs de snelweg?" vraagt ze zich af. "Alleen maar om gezien te worden? Dat vind ik op zich niet zo interessant. Ik heb daarom het gevoel dat nogal wat plekken door functies worden 'geconsumeerd', die eigenlijk veel beter op een andere plek zouden thuishoren. Bovendien moet ik er niet aan denken als ik rijdend door Nederland alleen maar bedrijven zou zien. Ik vind het juist een heel groot goed dat je vanaf de snelwegen de grote eenheden van het landschap goed kunt beleven. Oók de werklandschappen, als grote eenheden, gekoppeld aan hun plek in het landschap. Ik rij elke dag vanuit Brabant naar Utrecht en als ik dan Gorinchem passeer, met al die grote bedrijventerreinen aan het water, dan snap ik dat die daar liggen. Dat vind ik prima." Hanneke Toes verkiest daarom de groei van industriegebieden en van gemengde werk- en woongebieden, op locaties die als magneten die functies aantrekken, boven de geplande ordening van bedrijven en bedrijventerreinen in rechthoekige percelen langs de snelweg. Ze zegt: "Ik ben met anderen bij de planvorming rondom een aantal werklocaties in Almere betrokken. In de structuurplanfase is er heel duidelijk voor gekozen dat het werkgebied wel langs de snelweg komt te liggen, maar dat er in het werkgebied ook een station komt. Het gebied daartussen wordt zo dicht mogelijk met zowel woningen als bedrijven bebouwd en wordt een aantrekkelijke locatie voor ook andere functies. Die koppeling met infrastructuren, het liefst in de vorm van knooppunten, zal denk ik in de toekomst veel sterker moeten zijn dan bij het ontwerp van de huidige bedrijventerreinen het geval is geweest." Een rol op niveauHanneke Toes ziet op verschillende schaalniveaus in dit geheel een rol voor landschapsarchitecten weggelegd. Op zeer grote schaal gaat het dan om de inpassing in het Nederlandse landschap van in totaal 55.000 hectare bedrijventerreinen. In haar visie moeten die dus niet langs de snelwegen worden gedrapeerd en overigens ook niet over alle gemeenten in het land worden versnipperd, "maar zou het juist een interessante opgave kunnen zijn," zo zegt ze, "of we niet inderdaad grotere werkgebieden, dus echte werklandschappen kunnen maken, in plaats van veel kleine bedrijventerreinen met een beetje groen erin." Dichterbij huis, wat de schaal betreft, heeft de landschapsarchitect vervolgens een rol bij de inpassing van een werklandschap in het bestaande landschap. "We moeten veel meer zoeken naar een hechting aan het bestaande landschap, vanaf het benadrukken van grote lijnen tot en met het gebruiken van bijvoorbeeld bestaande sloten. Vervolgens moet aan de hand daarvan duidelijk kunnen zijn waarom die bedrijven juist op die plek zijn gevestigd." Tot slot gaat het dan nog om de inrichting van de werklandschappen zelf, waarbij landschapsarchitecten niet alleen aan de indeling, de oriëntatie en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken op het terrein kunnen meewerken, maar ook over de organisatie op het terrein kunnen meedenken, bijvoorbeeld door gemeenschappelijke parkeervoorzieningen, water- en elektriciteitsvoorzieningen, recreatievoorzieningen en natuurlijk ook gemeenschappelijke groenvoorzieningen in het ontwerp op te nemen. Ze wijst naar buiten, waar alles in één beeld wordt samengevat. De Oudegracht in het hart van Utrecht. Het water, de werfkelders en de straten hebben ervoor gezorgd dat hier al eeuwenlang wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd, in één sociale samenhang. "Hier zijn alle functies met elkaar verweven," zegt Hanneke Toes, "gewoon omdat de mensen hier graag willen zijn. Eigenlijk zou ik deze hele inspirerende plek, waar alles op zeer bescheiden schaal gebeurt, naar het hele grote willen vertalen." Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2001 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |