F.J. Haver Droeze BNT, Adviesbureau voor Ruimtelijke Vormgeving Haver Droeze (2001)

Koudwatervrees voor een ecologische waterhuishouding

EcoPark Emmeloord is nu nog een spievormig aardappelland van twaalf hectare groot. De punt van de spie ligt in het oosten, de Zwolse Vaart begrenst het gebied in het zuiden, de Marknesserweg langs deze vaart, die er daar van afbuigt, ligt in het noorden en een bestaand bedrijventerrein ligt er ten westen van. Het is de opzet om ongeveer de helft van EcoPark Emmeloord voor bedrijfsfuncties (kantoren) te bestemmen, terwijl de andere helft voor gecombineerd werken en wonen geschikt wordt gemaakt. Voor EcoPark Emmeloord is een ecologisch interessante waterhuishouding ontworpen door landschapsarchitect ing. F.J. Haver Droeze van het gelijknamige Adviesbureau voor Ruimtelijke Vormgeving in Amersfoort. Een gesprek met hem over duurzame stedenbouw, zoet water in een zoute polder, water bufferen met vegetatiedaken, de natuurlijke zuivering van water en tot slot de koudwatervrees van de overheid.

Opdrachtgever voor EcoPark Emmeloord is de projectontwikkelingsmaatschappij BGM, "drie pioniers uit de Noordoostpolder," aldus Dick Haver Droeze, "van wie de vaders nog niet lang geleden aan het pionieren waren wat betreft de landontginning. Zij willen ook tegen de stroom in een visionair plan realiseren. Daar is niet alleen een financiële buffer, maar ook veel 'power' en idealisme voor nodig." Bij het ontwerp en de inrichting van EcoPark Emmeloord werkt Haver Droeze nauw samen met architect Jon Kristinsson, "de goeroe van energiebewust bouwend Nederland," zo zegt hij, en de bio-ecologische architect Renz Pijnenborg, "net als ik uit de VIBA-familie, de Vereniging voor Integrale Bio-logische Architectuur." Kristinsson en Pijnenborg zullen een aantal gebouwen in het gebied zelf ontwerpen en hebben daarnaast meegewerkt aan het 'ecobeeldkwaliteitsplan', het toetsingskader om de gemeente en andere architecten aan te geven in welke geest qua opzet en materialenkeuze EcoPark Emmeloord is bedacht en verder vorm kan worden gegeven.

Gesloten waterkringloop

Dick Haver Droeze: "Als je over duurzame stedenbouw praat - een begrip dat nog nauwelijks is gedefinieerd - kom je naar mijn opvatting toch vooral terecht op het basale ecologische principe dat je ook daarbij zo veel mogelijk de befaamde gesloten kringloop moet nastreven. Met de nieuwe ingrepen in het landschap moet van de nood een deugd worden gemaakt. Wij willen niet alleen een aantrekkelijke omgeving met duurzame gebruiksprincipes creëren, maar ook condities scheppen voor nieuwe biotopen voor flora en fauna en, essentieel, ook al het hemelwater dat op de locatie valt, op de locatie houden. Dat geeft een aanzienlijke ontlasting van het poldergemaal. Een interessante bijkomstigheid is dat wij in het gebied, met de nodige officiële vergunningen, een eigen polderpeil mogen hebben. Omdat de polder kleiïg is en daardoor slecht water loslaat, wordt er vanwege de landbouw zwaar onderbemalen. Het zomerpolderpeil lig er op zo'n tweeënhalf à drie meter onder het maaiveld, waardoor de Noordoostpolder last van zoute kwel heeft. Wij gaan met het slootwaterpeil pakweg vijftig centimeter onder het maaiveld zitten, waardoor het plangebied als het ware een zoetwatereiland wordt in een verder tamelijk zoute polder. En dat heeft natuurlijk op de omgeving en op de flora en fauna een heel positief effect."

Bufferen van hemelwater

"Essentieel hierbij," zo vervolgt Haver Droeze, "is dat we het hemelwater door middel van het royaal toepassen van vegetatiedaken willen bufferen. Daardoor krijg je meer verdamping in het gebied, is dus de luchtvochtigheid hoger en het verblijfsklimaat aangenamer. Daarnaast is het voordeel dat je met een kleinere dimensionering van bijvoorbeeld de hemelwaterafvoerpijpen toe kan. Ook gaan we het gebied naar verhouding minimaal verharden. Door de wegen niet breder te maken dan echt noodzakelijk is, worden die beter gebruikt en hoef je minder onkruid op de verharding te verwijderen. Bovendien heb je veel meer open zwarte grond waar het water in weg kan zakken. Dat komt dan in een systeem van watergangen waarin we zo'n watervolume en doorstroming opbouwen, dat er een omlooptijd van ongeveer dertig dagen in ontstaat. In die dertig dagen vindt als het ware een natuurlijke biologische reiniging plaats van al het water dat er van de daken, straten en dergelijke in komt."

Neutrale waterbalans

In een gesloten waterkringloop is de zuivering van het water natuurlijk een hoofdstuk apart. In eerste aanleg was het de bedoeling om al het afvalwater in het gebied, zowel het 'zwarte' wc-spoelwater als het 'grijze' huishoudwater, op locatie te zuiveren. Daartoe zouden alle gebouwen met een eigen zuiveringsinstallatie worden uitgerust, in de vorm van een natuurlijk helofietenfilter (rietveld) of door middel van een meer technische oplossing (een soort sceptic tank). De bevoegde autoriteiten durfden echter een zuivering op locatie van zwart water nog niet aan. Meetresultaten over eventuele gezondheidsrisico's zijn er immers niet. Dit zwarte water zal daarom worden gerioleerd. Na vier jaar vertraging is er inmiddels wel toestemming om tenminste het grijze water op de locatie te houden. Dit gezuiverde water krijgt door de verblijftijd van dertig dagen in het circulerende systeem nog eens de extra natuurlijke zuivering en zal dan weer via een tweede waterleiding, het zogenoemde huishoudwaternet, worden ingenomen voor gebruik als spoel- en waswater. "Uiteraard met goede aanduidingen en de nodige beveiligingen," zegt Haver Droeze, "want men is o zo bang voor eventuele besmettingen en dergelijke. Maar dit hele verhaal levert op dat we in dit gebied gemiddeld genomen, dus over een reeks van jaren, met een neutrale waterbalans zullen kunnen werken."

Wateroverlast

Vanzelfsprekend zullen in het gebied, met zijn geheel eigen waterhuishouding, de nodige voorzieningen worden getroffen voor de verwerking van buitensporige regenval (in welk geval grote delen van de Noordoostpolder, ondanks het lage grondwaterpeil, langdurig onder water kunnen komen te staan). De watergangen die in het EcoPark worden gegraven, komen grotendeels in de zandlaag onder het vette kleidek te liggen. Ze worden daarom 'vertind', dat wil zeggen met een kleilaag bedekt, maar slechts tot op zekere hoogte, zodat boven de gewenste waterstand een vergietwerking zal kunnen optreden. Overvloedig water kan over de onbedekte randen heen door het zand zijgen. De grond die door het graven van de watergangen, de hoofdwatergang en het retentiebekken vrijkomt - en ook dat hoort tot het ecologische basisprincipe van de gesloten kringloop - zal in het gebied zelf worden hergebruikt. Dick Haver Droeze: "We gaan daarmee de hoofdontsluiting tenminste tachtig centimeter boven het slootpeil leggen en de compartimenten waarin straks zal worden gebouwd, zelfs nog iets hoger. Daarmee vergroten we de waterberging op een gigantische manier. Als het nodig is, kan de zaak gewoon even blank staan zonder dat je er in de toegankelijkheid en bij het wonen en werken last van hebt."

Koudwatervrees

Een EcoPark heeft vanzelfsprekend meer dan alleen een doordachte waterhuishouding. Wel is juist water een uiterst problematisch item in kringen van de overheid. De eerste plannen voor EcoPark Emmeloord werden al in 1997 gemaakt, maar door een lakse, afhoudende overheidsattitude ligt het gebied er nu nog helemaal braak bij. Hierover zegt Dick Haver Droeze tot slot: "Het is bijna niet te geloven hoezeer de overheden, ondanks het feit dat zij milieu en ecologie zeer ernstig met de mond prediken, dit soort ontwikkelingen slechts mondjesmaat toestaan en eigenlijk vaak tegenwerken. Het zal wel koudwatervrees zijn, maar het is echt bedroevend. Onze regelgeving is eigenlijk al helemaal op de traditionele manier van zuivering en waterbeheer afgestemd, met als argument dat de volksgezondheid in het geding is. Men is hier natuurlijk terecht heel zorgvuldig mee, maar gaat zo wel voorbij aan diverse technische ontwikkelingen en buitenlandse ervaringen. De Scandinavische landen en Duitsland zijn al veel verder dan Nederland! Door die twijfels bij de verschillende overheden is de uitvoering van het plan erg vertraagd, maar dat heeft niet weggenomen dat er heel veel belangstelling voor bestaat. Oók bij de overheid. Toen we van start gingen, waren er diverse gemeenteraadsleden die onmiddellijk voor een kavel opteerden, omdat zij daar ook wel wilden wonen en werken!"

Verschenen in: Het Landelijk Dagblad, 2001

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl