|
||
|
M. Slegers, directeur inkoop van Griffith Laboratories (2001)
Management van voedselveiligheid primairDe herkomst van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten in de voedselproductieketen moet volledig traceerbaar zijn. Consumenten die het vertrouwen in hun voeding verliezen, vormen immers een bedreiging voor de voedingsindustrie. Aldus Marc Slegers, directeur inkoop van Griffith Laboratories. Griffith Laboratories werd in 1919 in Chicago opgericht en is in de vleesindustrie aldaar geworteld. Het is een familiebedrijf, met momenteel de derde generatie Griffith aan het roer. Het bedrijf ontwikkelt en produceert ingrediënten voor hartige voedingsproducten. Dit gebeurt in achttien vestigingen, verspreid over Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Azië. Bij Griffith Laboratories werken in totaal circa 2.400 mensen, die in 1999 een omzet van 421 miljoen dollar realiseerden. Griffith Laboratories opende in 1971 een vestiging in Bleiswijk (Zuid-Holland), maar verplaatste deze 'site' in 1973 naar Herentals (België). De vestiging in Herentals, met ongeveer 120 medewerkers, is gespecialiseerd in de ontwikkeling en productie van kruidenmengsels ('seasonings', bijvoorbeeld voor de smaak van chips), doorhaaleiwitten (voor 'coatings', bijvoorbeeld het krokante laagje rond snacks) en functionele ingrediënten (bijvoorbeeld bindmiddelen voor sauzen). De bloem voor deze producten neemt Griffith Laboratories van Meneba af. "Wij stellen hoge technische eisen aan de grondstoffen die wij gebruiken. Ook wat de bloem betreft zijn we daar zeer strikt in. Onze producten moeten bijvoorbeeld na oplossing in water of olie altijd dezelfde viscositeit hebben. Wat de bloem betreft kan Meneba ons die consistentie garanderen." Food-architect"Wij noemen ons 'the food architect'," legt Marc Slegers uit. "Wij zijn geen aannemer die een muurtje bouwt, maar we nemen het hele ontwerp voor onze rekening. Wij komen dus ook niet met een standaard-eindproduct, maar met een specifieke oplossing die exclusief voor de klant is ontwikkeld, in functie van zijn toepassing, productie-apparaat of marktsituatie. Onze grootste afdeling is dan ook 'research & development', met zestig medewerkers binnen Europa die voortdurend, pro-actief of op vraag van de klant, nieuwe zaken ontwikkelen. Ik denk dat wij per jaar aan minstens vijf- à zesduizend voorstellen voor nieuwe formuleringen en herformuleringen van producten zitten. Onze kennis zit in onze formules, onze klanten kopen als het ware het brein en de creativiteit van de ontwikkelaar, inclusief de zekerheid van de productie daarna." Griffith Laboratories werkt momenteel aan bijvoorbeeld een nieuwe generatie chips voor de jeugd (met 'gefaseerde' smaken: de eerste chip smaakt anders dan de volgende), een krokant laagje op producten dat ook in de magnetron knapperig blijft en een laagje dat voedingsproducten tegen bederf kan beschermen, bijvoorbeeld wanneer deze te lang buiten de koeling worden gehouden. "Omdat wij wereldwijd actief zijn, weten wij heel goed welke tendensen er op de markt zijn en wat er in Japan, China, Korea of Mexico gebeurt. Die informatie wordt heel vlot met onze andere vestigingen gedeeld, zodat wij daar voor onze lokale klanten op in kunnen spelen." VoedselveiligheidManagement in de voedingsindustrie is momenteel in de eerste plaats management van de voedselveiligheid. De consument moet er immers voor de volle honderd procent op kunnen vertrouwen dat het voedsel in orde is. Marc Slegers: "Wij steken veel tijd en moeite in het doorlichten van zowel onze eigen processen als de processen van onze leveranciers en de processen van hun leveranciers. Onze standaarden liggen wat dat betreft heel hoog. Een van de belangrijkste doelstellingen in de komende jaren is dat de traceerbaarheid van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten echt helemaal in de keten wordt doorgevoerd. Wij willen daarin tot de bron teruggaan. Van het vispoeder dat wij gebruiken, willen we weten waar en wanneer die vis is gevangen. En als in Duitsland vaten met gif in een tarweveld worden gevonden, willen we dat onze leverancier van tarwebloem kan aantonen dat hij geen tarwe van dat veld heeft gebruikt. Het moet met andere woorden helemaal traceerbaar zijn wat er uiteindelijk aan de klant wordt geleverd, zodat het vertrouwen van de consument in de voeding wordt hersteld. Wij zijn daar in ons kwaliteitsbeleid zeer consequent in en verrichten wereldwijd 'audits' op dit gebied volgens een rigoreus stramien." "Kwaliteit staat buiten discussie," benadrukt Marc Slegers. "De eisen mogen wat ons betreft nog veel hoger zijn. Dan pas immers krijgen we echt een schifting van enerzijds de bedrijven die het goed menen en anderzijds de cowboys die er ongetwijfeld zijn." Verschenen in: 'Foodmanager van Morgen', het relatiemagazine van Meneba Meel (2001) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |