|
||
|
R.B.M. Huirne, directeur van IRMA Wageningen Universiteit (2001)
Op zoek naar de grenzen van agrarische verzekeringenIn juni is de Wageningen Universiteit gestart met het onderzoek naar de kansen en beperkingen van rundveeverzekering in Nederland. Opdrachtgever voor dit onderzoek is de FOV. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het instituut IRMA, Institute for Risk Management in Agriculture. Dit onderzoeksinstituut heeft in de afgelopen jaren een internationale naam opgebouwd. Directeur van IRMA is prof. dr. ir. R.B.M. Huirne. Voor de Onderlinge hadden we een gesprek met hem over het onderzoek binnen zijn instituut. Ruud Huirne is hoofd van de leerstoelgroep Agrarische Bedrijfseconomie aan de Wageningen Universiteit. In die functie geeft hij leiding aan het onderzoek en onderwijs ten aanzien van bedrijfseconomische aspecten en besluitvormingsvraagstukken van agrarische bedrijven in de landbouw, de tuinbouw en de veehouderij. "Tien jaar terug zijn we ons met het verschijnsel risico gaan bezighouden," vertelt hij. "In Amerika en Australië was dat al langer een topic, maar in Europa nog helemaal niet. Toch waren er toen al de eerste signalen van het terugtrekkende beleid van de Europese Unie, liberalisatie, met als gevolg dat risico's zouden gaan toenemen en dat er nieuwe risico's zouden ontstaan, bijvoorbeeld op het gebied van prijsfluctuatie. Wij hebben destijds als eersten in Europa die signalen opgepakt en naar de thema's van onze leerstoelgroep vertaald." KristallisatiepuntHet onderzoek binnen de leerstoelgroep naar risicomanagement, vaak in opdracht van banken, verzekeraars en ministeries, leidde in 1999 tot de oprichting van IRMA, Institute for Risk Management in Agriculture. Initiatiefnemers waren, naast de Wageningen Universiteit, Interpolis, Rabobank Nederland en LTO-Nederland. Het instituut is echter ten volle een onderdeel van de universiteit en opereert helemaal onafhankelijk van de overige initiatiefnemers, die echter wel als opdrachtgevers bij verschillende onderzoeken betrokken zijn. Ruud Huirne: "Het instituut heeft zich ontwikkeld tot een 'kristallisatiepunt' op het gebied van risicomanagement binnen agrarische bedrijven. We willen in ieder geval in Europa en ook wereldwijd flink aan de weg timmeren en ons op dit gebied profileren. We willen relevante ideeën ontwikkelen, onderzoek doen, daarmee ook scoren en voorkomen dat we aardige rapporten schrijven die vervolgens op de plank blijven liggen." Het onderzoek door IRMA is onder vijf noemers gebracht: gewassen en weer, besmettelijke dierziekten, voedselveiligheid, arbeidsomstandigheden en inkomensstabilisatie. Ruud Huirne geeft er een toelichting bij. Gewassen en weer"Onder 'gewassen en weer' vallen de projecten die op de schadelijke gevolgen van extreme weersomstandigheden zijn gericht," legt hij uit. "Vorig jaar hebben we in opdracht van onder meer het Verbond van Verzekeraars onderzoek gedaan naar de risicofinanciering van oogstschade door extreme weersomstandigheden. Dit onderzoek moet leiden tot een nieuwe regeling in Nederland, die in de plaats komt van de WTS-regeling, de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen. Deze wet is bedoeld voor zelden optredende calamiteiten qua weer, maar werd de laatste vijf jaar ongeveer elk jaar van stal gehaald. Wij hebben onderzocht of het mogelijk is dat de marktpartijen zelf dergelijke risico's gaan afdekken en de uitkomsten daarvan worden op dit moment door het ministerie, LTO en het Verbond van Verzekeraars uitonderhandeld. Uiteraard spelen wij daar geen rol meer bij, wij zijn uitsluitend een onderzoeksinstituut." Het onderzoek in dit kader was op een integrale polis voor alle weersomstandigheden gericht, dus een verzekering die dekking biedt bij extreem veel neerslag (in welke vorm dan ook), extreem weinig neerslag (droogte), extreem vroege nachtvorst (in het najaar), extreem late nachtvorst (in het voorjaar), extreme stormen etcetera. "Wij vinden dat ook de overheid, bij voorkeur als herverzekeraar, financieel betrokken moet blijven," aldus Huirne. "De overheid draagt immers een laatste verantwoordelijkheid ten aanzien van bijvoorbeeld het onderhouden van dijken en het op peil houden van gemaalcapaciteit. Maar waar de overheid ophoudt en de verzekeraars beginnen, en ook wat wel en niet in de polis zal worden opgenomen, daarover wordt nu onderhandeld." Besmettelijke dierziekten"Naar aanleiding van de varkenspest," vervolgt Ruud Huirne, "hebben we een onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van een verzekering voor Veewetziekten in de varkenssector. Vorig jaar augustus hebben we daar een rapport over uitgebracht. In juni zijn we met het vergelijkbare onderzoek voor rundvee begonnen, in opdracht van de FOV. De contracten daarvoor waren al een tijdje geleden gesloten, maar we konden niet snel een goede onderzoeker vinden. De mond- en klauwzeer was dus niet de aanleiding, maar heeft de noodzaak van het onderzoek wel versterkt. Ook hierbij heeft de overheid een eindrol, want de overheid blijft verantwoordelijk voor dierziektebestrijding. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat boeren bij een uitbraak van mond- en klauwzeer zelf de grenzen gaan sluiten. De overheid moet daarom op een of andere manier meebetalen, het liefst in de vorm van een herverzekering. Bij varkenspest hebben we dat zo voorgesteld en ik verwacht ten aanzien van besmettelijke ziekten bij rundvee niet veel problemen. Wel heb je bij melk- en vleesvee een aantal sluimerende, onduidelijke ziektes, waarvan we nog niet weten of het echte ziektes zijn of dat ze bijvoorbeeld aan slecht management zijn te wijten. Dus daarvan is het dan nog de vraag of ze wel of niet zijn te verzekeren. Het onderzoek is een negenmaandsonderzoek, dus het zal begin volgend jaar klaar zijn." Voedselveiligheid"Begin dit jaar zijn we begonnen met een onderzoek in opdracht van Topland Achmea en Campina, naar voedselveiligheid en aansprakelijkheid. Als zich weer een dioxine-affaire voordoet en producten moeten worden teruggeroepen, wie gaat dat dan betalen? Wat die aansprakelijkheid betreft, is de wet vorig jaar veranderd, waardoor er nu ook ruwe agrarische producten onder vallen. Daarom is men zich nu aan het oriënteren op wat men kan verwachten. Duidelijk is in ieder geval dat door de hele ketenontwikkeling de traceerbaarheid van de producten nog sterk zal verbeteren. Op een gegeven moment zal men kunnen zeggen: sorry boer, u hebt een fout gemaakt, kunnen we de schade bij u verhalen? Op het gebied van voedselveiligheid is technisch al heel veel gedaan, maar wij willen het bedrijfseconomische stuk doen. Wij willen onderzoeken op welke plaatsen in de keten het best kan worden geïnvesteerd, als er bijvoorbeeld maar beperkt geld beschikbaar is of als de kostprijs van een product maar beperkt mag stijgen. Ook dit is een groot project voor ons." Arbeidsomstandigheden"We willen als instituut in de volle breedte van het risicomanagement werkzaam zijn," aldus Ruud Huirne. "Daarom richten we ons onderzoek ook op beroepsziekten, veiligheid in het werk en arbeidsomstandigheden, met andere woorden op de menselijke risico's. Arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim zijn een groot probleem aan het worden. In opdracht van Interpolis en het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij onderzoeken we daarom de mogelijkheden om de werkomstandigheden in de land- en tuinbouw te verbeteren. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden op het bedrijf en moeten daarom hun zaken op orde hebben. Alleen is het heel moeilijk om een verband te leggen tussen ziekte en arbeidsongeschiktheid enerzijds en de werkomstandheden anderzijds. Je kunt bijvoorbeeld verbieden om met bepaalde chemicaliën te werken, maar de vraag is dan of er een relatie met arbeidsongeschiktheid is. Daarom proberen we ziekteverzuim te analyseren, de oorzaken ervan te traceren, logische verbanden te leggen en vervolgens maatregelen op te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van ergonomische hulpmiddelen, maar wel als pas is gebleken dat er een relatie met de werkomstandigheden is." Inkomensstabilisatie"Ons vijfde en laatste programma tot slot, noemen we 'inkomensstabilisatie'," aldus Ruud Huirne. "Het betreft eigenlijk een samenvatting van al het voorgaande. Mensen verzekeren zich tegen zaken als arbeidsongeschiktheid, oogstschade, dierziekten en voedselclaims, omdat ze de continuïteit van hun bedrijf naar de toekomst willen garanderen. Als ze met een van buiten komend onheil te maken krijgen, dan willen ze een voorziening hebben zodat hun bedrijf niet failliet gaat en ze weer verder kunnen. Mensen zijn bereid om daar premie voor te betalen. Zo'n 'alles-in-één-polis', waarmee de continuïteit van het bedrijf wordt gewaarborgd, is echter een heel moeilijke verzekering. Zo'n verzekering is in principe erg fraudegevoelig. Toch willen we proberen om eens wat dingen op een rijtje te zetten en vijf tot tien jaar in de toekomst te kijken. Het is de vraag of je dan nog voor alle verschillende risico's aparte polissen nodig hebt. Het maakt immers voor de verzekerde niet uit waardoor zijn bedrijf failliet zou kunnen gaan, door een dierziekte, een mislukte oogst of een fout van een van zijn medewerkers. Als de continuïteit van zijn bedrijf in gevaar komt door welk van buiten komend onheil dan ook, wil hij daartegen verzekerd zijn. Ik heb niet de illusie dat deze 'alles-in-één-verzekering' morgen al kan worden toegepast, het is nu nog een wild idee, maar we richten ons zo al wel op de toekomst." Verschenen in: de Onderlinge, 2001 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |