K. Horstman, Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte Universiteit Maastricht (2001)

Verzekerbaarheid onder druk door voortgang in de genetica

Binnenkort zal het menselijk DNA volledig in beeld zijn gebracht. Bovendien zal steeds meer over de functies van alle genen binnen het DNA bekend worden. Het zogenoemde genenpaspoort van elk individu zal straks inzicht kunnen geven in verhoogde en verlaagde risico's wat de gezondheid betreft. Over de consequenties hiervan voor de verzekerbaarheid van gezondheidsrisico's is in Nederland nog nauwelijks een debat op gang gekomen.

Op maandag 26 juni werd bekend gemaakt dat de genenatlas van de mens vrijwel af is. Moleculair-biologen uit Japan, China, de Verenigde Staten, Frankrijk, Duitsland en Engeland die al sinds 1989 in het 'Human Genoom Project' samenwerken, hebben meer dan 95 procent van het totale DNA van de mens in kaart gebracht. Ook de Amerikaanse privé-onderneming Celera Genomics van de 'genenjager' J. Craig Venter heeft de gigantische klus nagenoeg geklaard. President Clinton van de Verenigde Staten sprak van een 'historische dag' en de Engelse premier Blair verklaarde dat 'deze revolutie in de medische wetenschap veel belangrijker zal blijken te zijn dan de ontdekking van de antibiotica'. Nu de eerste fase van het Human Genoom Project nagenoeg is voltooid, maken de onderzoekers zich op voor de volgende stap, een nauwkeurige kaart van 99,9 procent van het menselijk DNA. Dit project zou in 2003 klaar moeten zijn, maar zal naar verwachting veel sneller kunnen worden afgerond. Dankzij de ontwikkelingen in de moleculair-biologische technieken en de automatisering van het benodigde laboratoriumwerk, kon ook de eerste fase van het project vijf jaar eerder worden voltooid dan in 1989 was gepland. Vervolgens begint dan voor de moleculair-biologen en bijvoorbeeld ook medische onderzoekers het echte werk, dat wil zeggen het vaststellen van de functies van alle genen, afzonderlijk dan wel in combinatie met elkaar.

Antiselectie

Met het genenpaspoort in de hand kan in de toekomst worden bepaald hoeveel kans op een ernstige ziekte iemand heeft. Betekent dit dat het genenpaspoort de hoogte van de verzekeringspremie zal gaan bepalen? Zullen genetische risicodragers door verzekeraars worden uitgesloten? Vooralsnog wordt over de consequenties voor de verzekeringsbranche nog heel verschillend gedacht. Sommigen denken dat bijvoorbeeld de premies voor ziektekostenverzekeringen omlaag kunnen. Door de genetische technologie wordt de gezondheidszorg immers beter, worden de mensen dus minder snel ernstig ziek en kunnen de premies omlaag. Bovendien zullen mensen met bijvoorbeeld een verhoogd risico op longkanker niet gaan roken of eerder met roken stoppen en gezonder gaan leven. Anderen denken juist dat de premies van levensverzekeringen omhoog zullen gaan, omdat de verzekeraars een informatie-achterstand hebben. De kennis van mensen over hun eigen, toekomstige gezondheid neemt toe en deze kennis hoeft lang niet altijd te worden gedeeld met de verzekeringsmaatschappij waar men eventueel een verzekering wil afsluiten. Zo ontstaat dan het gevaar van antiselectie. Maar nogmaals, de meningen in de branche over de effecten als deze lopen nog erg uiteen.

Sociologische analyse

Welke houding verzekeraars kunnen en naar verwachting zullen aannemen, vroegen we aan Klasien Horstman, wetenschappelijk medewerker van de vakgroep Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht. Klasien Horstman was een van de sprekers op de AOV-studiedag van de FOV in april 2000, over de vraag of verzekeren mensenwerk blijft. "Wij werken in een vakgroep die ethiek in de naam voert, maar voor een deel zijn wij sociologen," stelt zij voorop. "Wij kijken dus vooral ook naar de sociale gevolgen van verzekeren en naar het effect van verzekeren op de sociale binding tussen mensen. Op basis van een analyse van die sociale gevolgen, de sociale mogelijkheden en ook de sociale vormgeving van verzekeren, kunnen we eventueel iets over de ethische en de politieke implicaties zeggen. En dat die in dit geval enorm groot zullen zijn, dat is natuurlijk duidelijk." Klasien Horstman wil daarmee overigens niet zeggen dat de uitkomsten van het genenonderzoek de verzekeringsbranche meteen helemaal op z'n kop zullen zetten. "Niemand weet of dat echt het geval zal zijn," zo zegt ze. "In principe blijft het natuurlijk de vraag wat je met het genenpaspoort nu werkelijk weet. Wat doe je met de kennis dat iemand een zestig procent verhoogd risico heeft op de ene aandoening en een dertig procent verlaagd risico op de andere? Over een groot aantal kwalen gezien middelt zich dat misschien wel redelijk uit! Uiteindelijk worden we allemaal een keer ziek en gaan we allemaal ergens aan dood. Er zijn wel zogenoemde monogenetische aandoeningen waarover je veel zekerheid kunt hebben, maar dat zijn er maar weinig, ze betreffen kleine groepen patiënten en als je het helemaal statistisch zou uitzoeken, is het nog maar de vraag of je er echt honderd procent zekerheid over hebt. Het is dus nog onduidelijk hoe je die gegevens precies moet interpreteren."

Solidariteit

Volgens Klasien Horstman moeten verzekeraars zich ervan bewust zijn dat zij niet alleen een economische sector vormen, maar gelet op hun belang in de samenleving ook een publieke rol hebben. In die rol moeten verzekeringsmaatschappijen een open houding hebben en naar optimale transparantie in al hun activiteiten streven. Klasien Horstman denkt niet dat verzekeraars zelf, op grond van kennis over individuele gezondheidsrisico's, afbreuk aan het solidariteitsprincipe in de samenleving zullen willen doen. "Mensen met genetisch gezien een slechte toekomst," zo zegt ze, "hebben die gewoon pech en moeten die zelf maar voor de kosten opdraaien? Het lijkt mij dat maar weinig mensen in Nederland achter dat idee zullen gaan staan. Bovendien blijft er voor verzekeraars geen afzetmarkt over als zij al die risico's serieus gaan nemen en dat willen ze natuurlijk ook niet. En als je te veel mensen uitsluit of onevenredige premieverhogingen oplegt, dan gaan die mensen vanzelf wel weer een nieuwe verzekeringsmaatschappij vormen. Daar weten de onderlingen alles van!"

Politieke druk

Klasien Horstman is er geen voorstander van om de wijze waarop het verzekeringsbedrijf met gentechnologie omgaat, over te laten aan zelfregulering binnen de bedrijfstak. "Natuurlijk mogen we hopen dat de bedrijfstak daar goed mee omgaat," zo zegt ze, "maar ik denk wel dat er politieke druk voor nodig is om de bedrijfstak op dat gebied voldoende reflexief te laten zijn. Ook de druk van bijvoorbeeld het Verbond van Verzekeraars op de bedrijven die bij het Verbond zijn aangesloten, kun je vanuit de politiek denk ik nog versterken." Zij verbaast zich erover dat in Nederland vanuit de politiek of de maatschappij nog nauwelijks een discussie over de toepassing van gentechnologie op gang is gekomen, laat staan dat er al maatregelen worden voorbereid om een en ander in goede banen te leiden. In Amerika en Engeland daarentegen gaan stemmen op om speciale regeringsadviescommissies in te stellen die de maatschappelijke gevolgen van het Human Genoom Project moeten gaan onderzoeken. "In Nederland denken we al gauw dat het wel goed komt," zegt ze tot slot, "en dat het wel zal worden geregeld in het 'maatschappelijke middenveld'. In feite is ons politieke klimaat op dit moment gewoon te mild voor een hevig publiek debat over dit onderwerp."

Verschenen in: de Onderlinge, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl