J.P.S.M. Boll, directeur van de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering (2000)

Schades worden onderling verdeeld

Geen herverzekering, geen groot eigen vermogen, maar een naheffing in het geval de geheven premie niet toereikend zou zijn: dat zijn de ingrediënten van de onderlinge verzekering zoals die door de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering W.A. wordt gevoerd. De directeur, J.P.S.M. Boll, verricht vanuit zijn kantoor in zijn woonhuis in Vught als enige werknemer al het noodzakelijke werk.

In het begin van de twintigste eeuw waren de financiële verhoudingen tussen de overheden in Nederland anders dan nu. De gemeenten werkten nog met een eigen belastinggebied en hadden vaak weinig mogelijkheden om bijvoorbeeld een onverwachte grote schade te kunnen opvangen. In die tijd nam een inspecteur van de Dienst Staatsbossen en Ontginning het initiatief om bossen van gemeenten die met behulp van de staat waren aangelegd, te verzekeren. De gemeenten kozen ervoor, gelet op de gelijkwaardige risico's, om dit op onderlinge basis te doen. Op 1 mei 1915 werd daartoe in 's-Hertogenbosch de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering W.A. opgericht. Momenteel zijn 69 gemeenten, 8 stichtingen en samenwerkingsverbanden en 3 waterleidingbedrijven, verspreid over de provincies Noord-Brabant, Limburg, Gelderland en Overijssel, lid van deze onderlinge. Deze instellingen hebben samen ruim 21.500 hectare bos bij de onderlinge verzekerd, met een verzekerde waarde van 113 miljoen gulden. De onderlinge heeft daarmee ongeveer 7% van het bos in Nederland verzekerd. Bij de Onderlinge Bossenverzekeringmij in Arnhem is ongeveer 27% van het Nederlandse bos verzekerd. Het overige bos, voornamelijk van de staat, is onverzekerd.

Bestuur en directie

Het bestuur van de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering bestaat uit burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Al geruime tijd is dr. J.J.M. Franssen, burgemeester van Wijchen, voorzitter van de onderlinge. Wat de administratie betreft heeft de onderlinge van het begin af aan een beroep kunnen doen op de organisatie van de provincie Noord-Brabant. De huidige directeur van de onderlinge, Boll, was meer dan vijftien jaar hoofd van de afdeling toezicht op de gemeenten. Zijn voorganger bij de provincie was ook zijn voorganger bij de onderlinge, toen nog in de functie van secretaris-penningmeester, die dit werk maar liefst tot zijn tachtigste heeft gedaan. Boll is nu tien jaar directeur en wil er eerder mee stoppen. Hij wil tot zijn zeventigste doorgaan. In de provincie-organisatie heeft hij het hoofd van de afdeling bestuurlijke verhoudingen in principe bereid gevonden om hem te zijner tijd op te volgen. Ook overigens hebben personeelsleden van de provincie, tegen een vergoeding, in het verleden werk voor de onderlinge verricht, bijvoorbeeld als er polissen moesten worden getikt. Boll echter doet het werk nagenoeg helemaal alleen en hij heeft zich daartoe na zijn pensionering de 'ins and outs' van de computer eigen gemaakt. "Daar heb ik lol in," zegt hij, "en met zo'n onderlinge heb je daar natuurlijk oefenstof genoeg voor. Ik zou wel assistentie willen hebben, maar ik werk veel in Excel en ik heb geen secretaresse kunnen vinden die Excel beheerst. Daarom doe ik het werk grotendeels zelf. Al met al kost het me vrij veel tijd, het is niet zo dat ik het even in een achternamiddag kan doen. En er zijn nog genoeg andere leuke dingen te doen, bijvoorbeeld met de kleinkinderen, en die komen nu soms in het gedrang."

Gunstig schadeverloop

De Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering heeft een eenvoudig verzekeringsreglement. Er worden drie soorten bos onderscheiden: loofbos (1 gulden premie per 1.000 gulden verzekerde waarde), het meer brandbare dennenbos en gemengd bos (3,25 per 1.000). De waarde van het bos hangt af van het soort bos, van de oppervlakte en van de leeftijd van het bos. Bossen van zo'n twintig à dertig jaar oud zijn veelal het duurst om te vervangen. Bij oudere bossen blijft na een brand vaak nog hout van enige waarde over, zodat de verzekerde waarde iets lager kan zijn. De onderlinge vergoedt na een brand de kosten van opruimen en opnieuw aanplanten. Mocht de brand zijn aangestoken, dan wordt door de verzekerde onderzocht of de schade bij de dader te verhalen valt. Het schadeverloop is in de afgelopen jaren heel gunstig geweest. De jaren 1999 en 1998 waren volledig schadevrij en in 1997 waren er slechts een paar schadegevallen. 1996 kende wel een behoorlijk aantal branden, met een totale schade van 81.000 gulden. De onderlinge is niet herverzekerd.

Puur onderling

"Vroeger waren we wel herverzekerd," zegt directeur Boll, "maar op een gegeven moment zijn we daarvan afgestapt. Het kostte alleen maar geld. Als je geen schade hebt, dan heb je er niets aan, zo werkt dat. Ik vind herverzekeren voor de leden ook niet nodig. De schade wordt over alle leden verdeeld en dat is toch de beste onderlinge die er is?!" De Verzekeringskamer heeft de onderlinge er overigens kortgeleden op gewezen, dat bij het huidige premieinkomen, 217.000 gulden per jaar, herverzekering wel nodig is. "Maar we hebben het voornemen," aldus Boll, "om in de loop van dit jaar nog eens goed naar de verzekerde bedragen en de premie te kijken. We zouden de premie kunnen verlagen, want in de afgelopen jaren hebben we tachtig of zeventig procent van de geheven premie aan de leden terugbetaald. Als we beneden die tweetongrens blijven, hoeven we ons niet te herverzekeren." Het systeem van naheffing bij grote schades, voor het laatst na een aantal grote branden in 1976, houdt ook in dat de onderlinge maar over een relatief klein eigen vermogen hoeft te beschikken en geen reserves hoeft te kweken (met het voordeel dat ze daardoor niet onder de vennootschapsbelasting valt). Op de ledenrekening van de onderlinge staat ruim een half miljoen gulden. "Gezien het schadeverloop is dit een behoorlijke buffer. En dat bijvoorbeeld het hele bosareaal van de leden van de onderlinge in één keer zou worden weggevaagd, dat is niet te verwachten," aldus Boll.

Lustrumviering

Op 1 mei 2000 bestond de onderlinge 85 jaar. "In het verleden werd een lustrum gevierd met een trip naar het buitenland," vertelt Boll. "We gingen daar dan bijvoorbeeld een bosgebied bezoeken. Maar gelet op de huidige druk die er op de bestuurders ligt om voor dit soort zaken niet te veel gemeenschapsgeld te gebruiken, hebben we uiteindelijk toch maar besloten in Nederland te blijven. We zijn naar Maastricht gegaan. We werden op het Gouvernement ontvangen, waar we ook onze vergadering hebben gehouden. Daarna zijn we een boottochtje over de Maas gaan maken, met een lunch aan boord. 's Middags hebben we in Cadier en Keer een wijnmuseum bezocht en 's avonds hebben we gedineerd. De tweede dag hebben we twee mooie kasteeltjes in de omgeving van Luik bezocht en na de lunch zijn we weer naar 's-Hertogenbosch teruggereden, vanwaar iedereen weer huiswaarts ging." Zal de Onderlinge Gemeentelijke Bosbrandverzekering zelfstandig het eeuwfeest halen? "Wij vinden het nog steeds een goede verzekeringsmogelijkheid voor de gemeenten," zegt Boll tot slot, "die zal blijven bestaan zolang de gemeenten solidair met elkaar de risico's willen blijven dragen!"

Verschenen in: de Onderlinge, 2000

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl