|
||
|
R.C.J. Galle, directeur juridische zaken van de Nationale Coöperatieve Raad (2000)
Coöperaties scoren hoog in 'corporate citizenship'Ondernemingen en instellingen die op coöperatieve grondslag werken, worden dit jaar op initiatief van de NCR, de Nationale Coöperatieve Raad voor Land- en Tuinbouw, uitgenodigd om deel te nemen in een algemene Nederlandse coöperatieve koepelorganisatie. Zo'n nationale koepel bestaat in bijvoorbeeld Amerika en Duitsland al langer, maar is in Nederland nooit eerder tot stand kunnen komen. De landbouwcoöperaties, en daaraan gelieerde organisaties als de FOV, zullen in deze landelijke koepel door de NCR (Nationale Coöperatieve Raad voor Land- en Tuinbouw) worden vertegenwoordigd. Met prof. mr. R.C.J. Galle, directeur juridische zaken van de NCR, hadden we een gesprek over de vitaliteit van coöperatief Nederland. De coöperaties in Nederland kampen absoluut nog met een imagoprobleem. Hoewel slechts de helft van de 6.500 coöperaties agrarisch is, wordt de coöperatieve gedachte nog te veel met landbouw geassocieerd. Daarnaast worden coöperaties met oubolligheid geïdentificeerd en met een gebrek aan voldoende agressieve strategie. "Maar een aantal coöperaties is juist zo succesvol geweest, omdat die strategie er wel was," zegt Ruud Galle. "En die strategie kan dus kennelijk bestaan ondanks de verenigingsvorm. De coöperatie heeft onder andere als kenmerk dat het een democratische ondernemingsvorm is. Ondernemen en democratie in één vorm verenigd, is eigenlijk nog steeds uniek. Maar hoewel het absoluut een punt van voortdurende aandacht is, hoeft democratie niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat je te langzaam bent." Toenemende interesseOndanks het geschetste imagoprobleem neemt bij jonge ondernemers, en in het verlengde daarvan in de wetenschap en in de advieswereld, de interesse voor de coöperatieve ondernemingsvorm weer toe. De coöperatie wordt immers in het algemeen ook sympathiek gevonden en lijkt op ideële grondslag te zijn gestoeld. "Maar het is en blijft een ondernemingsvorm," zegt Galle. "Naast 'profit driven'-ondernemingen en 'non profit'-instellingen heb je 'not for profit'-ondernemingen en dat zijn de coöperaties. De Duitsers zeggen dat de coöperatie een 'Kostendeckungsbetrieb' is en dat is het denk ik exact. Uiteraard wil men ook in de coöperatie een zo goed mogelijk resultaat bereiken. Alleen vertaalt het resultaat van de coöperatie zich niet in dividend voor kapitaalverschaffers, maar in financieel voordeel voor de leden, bijvoorbeeld een wat lagere prijs voor krediet, een wat hogere prijs voor de melk of een premiereductie bij verzekeringen. Dat is het aspect dat de coöperatie voor velen sympatiek doet zijn." De interesse in de coöperatie is volgens Ruud Galle in de afgelopen jaren nog eens extra toegenomen door de discussie over 'corporate governance'. Hij betwijfelt of de veertig aanbevelingen van de Commissie Peters, uitgezonderd enkele met betrekking tot de samenstelling en het functioneren van de Raad van Commissarissen, op zich voor de coöperaties nuttig zijn. "Maar," zo zegt hij, "zou je van mening zijn dat aandeelhouders in het vennootschapsmodel meer zeggenschap dient toe te komen, dan is het niet zo vreemd dat je eens naar het verenigingsmodel kijkt. En we hebben in Nederland een verenigingsmodel waarin een onderneming is geherbergd, te weten de coöperatie of, in de verzekeringsbranche, de onderlinge." Positie in de maatschappijGalle legt uit dat de discussie over corporate governance in Nederland tot nog toe heel beperkt is gebleven. Omdat de aanleiding ervan de ergernis over onvoldoende zeggenschap voor aandeelhouders was, ging de discussie eigenlijk uitsluitend over beschermingsconstructies in vennootschapsland. In Amerika en Engeland is die discussie veel breder en gaat die niet alleen over de juridisch technische positie van de aandeelhouder, maar ook over 'corporate citizenship', dus de positie van de onderneming in de maatschappij. Ruud Galle: "Het gaat niet alleen om de 'shareholders', maar ook om de 'stakeholders'. Dat zijn onder andere aandeelhouders, maar ook werknemers, overheid en consumenten. En dan gaat het bijvoorbeeld ook om milieu en duurzaamheid. Zo ver zijn we in Nederland nog niet, maar dat komt wel. We zien op een aantal plaatsen de neiging ontstaan om die discussie breder te trekken. Ondernemingen tonen zich bereid om een breder 'mission statement' te formuleren. De tijd waarin het hoogst mogelijke dividend de enige doelstelling was, is voorbij. Het produceren van zo goedkoop mogelijke geneesmiddelen en betaling van een redelijk rendement aan shareholders, is een andere doelstelling dan een zo hoog mogelijk rendement. En juist die bredere doelstelling kennen we al langer in de coöperaties. Veel coöperaties hebben naast het financiële voordeel voor de leden nevendoelen als educatie van de leden, belangenbehartiging en maatschappelijke betrokkenheid. Die ideologie, die anders dan vroeger is, is in coöperatieland wel degelijk nog van belang. Daarom verwacht ik dat die discussie over corporate citizenship binnen coöperatief verband gemakkelijker wordt dan daarbuiten." Vorm van het bestuurRuud Galle is naast zijn functie als directeur juridische zaken van de NCR ook hoogleraar ondernemingsrecht aan de juridische faculteit van de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg. Daar doceert hij onder meer het keuzevak coöperatierecht. In zijn colleges gaat het niet alleen om de inhoudelijke kant van het coöperatiebestuur, zoals in het geval van corporate citizenship aan de orde is, maar zeker ook om de vorm van het bestuur. "Ik huldig het uitgangspunt," zegt Galle, "dat vorm en inhoud niet zijn te scheiden. Bij de coöperaties komt dat heel mooi tot uitdrukking, want daarbij is het: van de leden, voor de leden en door de leden. Ik betoog dan ook altijd graag, en ik hou me daarbij aan de wettelijke uitgangspunten, dat je de leden uiteraard in de ledenvergadering moet tegenkomen, maar zeker ook in het bestuur en in belangrijke mate ook in het toezichthoudend orgaan. Vennootschappen worden niet door aandeelhouders bestuurd, maar coöperaties wel door leden. Deze kunnen zich dan bedienen van managers met specifieke kwaliteiten, maar het uitgangspunt is wezenlijk anders. Wat de toezichthouding betreft kan het verstandig zijn om er buitenstaanders met specifieke deskundigheden bij te betrekken, maar gelet op het doel - van, voor en door de leden - is het heel terecht dat ook dat toezichthoudend orgaan voor het merendeel uit leden van de coöperatie bestaat." RevitaliseringOnvoldoende betrokkenheid en participatie van de leden bij het bestuur en toezicht, kan volgens Galle tot een ongewisse toekomst voor de coöperatie in kwestie leiden. "Het gevaar is dan aanwezig," zo zegt hij, "dat onvoldoende op het verenigingsaspect wordt gelet en dat de coöperatie daardoor tot een op zichzelf staand instituut verwordt, tot een onderneming zonder achterban. Om dat te voorkomen is het belangrijk dat in het bestuur en in het toezicht de leden domineren. Gelukkig zien we dat sommige coöperaties wat dat betreft op hun schreden terugkeren. De Rabobank bijvoorbeeld heeft na een jarenlange discussie besloten tot 'revitalisering' van de lokale banken, ter voorkoming van vervreemding van de achterban, door meer ledenproducten op de markt te zetten en door de leden weer meer bij de bestuurlijke werkzaamheden te betrekken. En dat vind ik natuurlijk een mooie ontwikkeling." Verschenen in: de Onderlinge, 2000 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |