|
||
|
J.F. Bruinsma, hoogleraar Rechtssociologie Universiteit Utrecht (2010)
'Juridisch luchtfietsen langs piketpaaltjes'Op dinsdag 19 januari 2010 werd het eerste exemplaar uitgereikt van de derde uitgave van 'De Hoge Raad van onderen'. Het boek werd samengesteld door emeritus hoogleraar rechtssociologie prof. dr. Freek Bruinsma. Het bevat schrijnende, ontroerende en vermakelijke verhalen van mensen die naar hun recht op zoek waren en bij de Hoge Raad uitkwamen. De uitreiking van het eerste exemplaar, door NJB-redacteur prof. mr. Ton Hartlief aan mr. Hans Fleers, voorzitter van de civiele kamer van de Hoge Raad, vond plaats tijdens een NJB-Salon, een voor deze gelegenheid hernieuwde traditie voor lezers van het Nederlands Juristenblad. De bijeenkomst was extra feestelijk, omdat deze voorafging aan het officiële afscheid van Freek Bruinsma als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. 'Een vorm van selectie versterkt het gezag van de Hoge Raad en bevordert de kwaliteit van de rechtspraak', zo staat op de titelpagina van het verslag van de Hoge Raad over 2007 en 2008. De Hoge Raad nam daarmee het rapport over van de commissie Hammerstein, 'Versterking van de cassatierechtspraak', van februari 2008. Selectie zou ruimte moeten maken voor zogenoemde 'adequate rechtspraak': richtinggevende uitspraken waar de maatschappij behoefte aan heeft. De vraag hoe zich dat verhoudt tot de ervaringen van procespartijen in zulke richtinggevende uitspraken, stond centraal tijdens de NJB-bijeenkomst. Het programma voor de pauze voorzag in een discussie tussen Freek Bruinsma en Fred Hammerstein, raadsheer in de civiele kamer en voorzitter van de commissie Normstellende rol van de Hoge Raad. Na de pauze volgden inleidingen van prof. mr. Floris Bakels, eveneens raadsheer in de civiele kamer, en prof. mr. Siewert Lindenbergh, hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit, die over zijn interviews met Eabele Dillema en Lars Ruröde sprak. (Zijn interviews met Tamara van Uitert en Hanneke Kruidhof liet hij bij deze gelegenheid onbesproken.) Typen procespartijenEnkele weken eerder vroegen we Freek Bruinsma naar een toelichting op zijn aanpak in het kader van 'De Hoge Raad van onderen', de NJB-bijeenkomst en zijn afscheidsrede. "Van wezenlijk belang", aldus Bruinsma, "is het rechtssociologisch onderscheid tussen twee typen procespartijen: de 'one shotters', particulieren die misschien maar eens in hun leven een proces aanspannen, en de 'repeat players', organisaties die dat vaker doen. Voor de procesbeleving en -ervaring is er een wereld van verschil tussen deze twee typen van procespartijen. Het is de kracht van 'De Hoge Raad van onderen' dat het verhaal van de particulier naar voren komt. Dat is tegelijk ook de zwakte, want wat kan de Hoge Raad nou voor een particulier betekenen?! Het kost hem ongeveer vijf jaar van zijn emotionele leven en voor de meeste mensen is dat, ook als ze winnen, geen pretje. De vraag is dan ook wat het belang voor de procespartijen van de uitspraken van de civiele kamer kan zijn. Die is er vooral voor de 'repeat players', zoals verzekeringsmaatschappijen. Vanuit het onderscheid tussen deze typen procespartijen kom je als vanzelf bij arbeidsongevallen uit. Processen in dat verband worden doorgaans door een particulier gestart, want het gaat om een werknemer die door een ongeval is getroffen. De werkgever is bijna altijd verzekerd, dus aan die kant heb je een 'repeat player'. Samen met een student die er haar bachelorscriptie over heeft geschreven, Marian Tjaden, heb ik acht arbeidsongevallen die door de Hoge Raad zijn beoordeeld, geselecteerd voor de derde druk van het boek en voor een experiment." OrakeltaalIn het experiment heeft Bruinsma de acht bedoelde zaken aan rechtenstudenten, juristen en specialisten voorgelegd met het verzoek te voorspellen, aan de hand van korte situatieschetsen (het feitelijk relaas waar de civiele kamer zich op baseert), of de Hoge Raad de werkgever of de werknemer in het gelijk heeft gesteld. Hij gaf erbij aan dat de Hoge Raad in vier gevallen ten gunste van de werkgever en in eveneens vier gevallen ten gunste van de werknemer had beslist. De uitkomst was dat slechts 7 procent van de juristen (9 van de 116) een foutloze voorspelling deed. Verreweg de grootste groep, ongeveer 50 procent (59 van de 116), voorspelde vier zaken juist en vier zaken onjuist. Freek Bruinsma: "De helft foute voorspellingen komt dus het meeste voor. Als voorspellen een toevalstreffer met een kans van één op twee is, heb je als werknemer die een arbeidsongeval is overkomen niet zomaar een advocaat nodig, maar een specialist die in de situatieschetsen de zaken herkent. Zij zijn de hogepriesters die de orakeltaal van de Hoge Raad begrijpen." De zaak van Corrie, zoals Bruinsma haar had genoemd, werd het beste voorspeld (88 procent) en de zaak van Anton het slechtste (22 procent). De betreffende situatieschetsen luiden als volgt. Corrie maakt kantoorruimten schoon in dienst van een schoonmaakbedrijf. In een van de kantoren was op een bureau een beker koffie omgevallen. De koffie was langs een poot van het bureau naar beneden gedropen. Corrie moest zich over een plant heenbuigen om bij de vlek te komen. Ze verloor haar evenwicht en verwondde een vinger. (Corrie heeft van de Hoge Raad ongelijk gekregen; HR 12-09-2003.) Anton is in dienst als timmerman. Hij moet samen met andere werknemers een dak van een bedrijfshal bouwen. De dakbedekking bestaat uit golfplaten. Die worden aangebracht vanuit houten steigers, met behulp van een hoogwerker. De andere werknemers hebben gezien dat Anton, in plaats van op de steiger te blijven, op de dakplaten liep. Ze hebben hem gewaarschuwd dat dat gevaarlijk was. De bedrijfsleider was ook op de werkplaats en heeft Anton verboden op de dakplaten te lopen. Op een onbewaakt moment is Anton door de dakplaten heengezakt en naar beneden gevallen. (Anton heeft van de Hoge Raad gelijk gekregen; HR 20-09-1996.) Geen oplossingDe discussie tijdens de NJB-bijeenkomst naar aanleiding van Bruinsma's experiment leidde tot de conclusie dat de civiele kamer van de Hoge Raad een probleem heeft waarvoor geen oplossing is, namelijk dat de raadsheren gebonden zijn aan de feiten zoals die door de lagere rechter zijn vastgesteld. De Hoge Raad kan daar niets meer aan veranderen. "Dat komt nog het scherpst tot uiting in de zaak van Anton", aldus Freek Bruinsma. "Eerst oordeelde de kantonrechter: 'Voldoende is komen vast te staan dat Anton door het dak is gezakt op een plaats waar de dakplaten al waren gelegd en Anton voor zijn werkzaamheden niet van doen had.' De rechtbank in hoger beroep volgde met de zin: 'Uitgaande van de door de kantonrechter vastgestelde toedracht is Anton bewuste roekeloosheid te verwijten.' Vervolgens is er juridisch gezien nog maar één uitweg, de Hoge Raad. De zaak van Anton is een standaardarrest geworden door de volgende zin van de Hoge Raad: 'Van bewust roekeloos handelen door Anton zou eerst sprake zijn, indien deze zich tijdens het verrichten van zijn onmiddellijk aan het ongeval voorafgaande gedraging, te weten het naast de aanwezige beveiliging lopen, van het roekeloos karakter van die gedraging daadwerkelijk bewust zou zijn geweest.'" Ander lichtIn 'De Hoge Raad van onderen' werpt Anton zelf een ander licht op de zaak. 'Mijn taak was het aandragen en neerleggen van platen van 18 kilo zwaar, anderhalve meter breed en een meter hoog. Dat deed ik samen met Jochem. We liepen met de platen over steiger-planken op de platen die al gelegd en vastgeschroefd waren, naar het punt waar de plaat zou moeten komen. Die bewuste dag viel eerst mijn maat Jochem zes meter naar beneden en nog geen twee uur later ik, negen meter. Samen met mijn baas heb ik Jochem nog naar het ziekenhuis gebracht. Eigenlijk hadden we toen moeten stoppen, maar we zijn doorgegaan. Ik was toen nog de enige die platen kon sjouwen. En dan blijft het punt: hoe kom ik daar beneden op de grond te liggen. Dat weet ik zelf niet. Ik heb geen herinnering. Het was windkracht vijf en ik ben waarschijnlijk uitgegleden.' Freek Bruinsma: "Daar kan aan worden toegevoegd dat niemand Anton heeft zien vallen en dat de bedrijfsleider na het ongeval van Jochem Anton niet verboden heeft weer het dak op te gaan. Bovendien had Anton zijn tijdelijk baantje te danken aan zijn vader, die goed bevriend was met de directeur. Zo kantelt het beeld ten gunste van een Anton die zich terdege bewust was van het risico, maar zijn werkgever terwille wilde zijn." Juridische spelBruinsma's experiment probeert een antwoord te geven op de vraag of de uitspraken van de Hoge Raad voorspelbaar kúnnen zijn, terwijl tijdens de NJB-bijeenkomst naar aanleiding van experiment volop werd gediscussieerd over de vraag in hoeverre de uitspraken van de Hoge Raad voorspelbaar móeten zijn. De Hoge Raad heeft immers met name een taak in zaken waarin over bepaalde onderwerpen verschillend kan worden gedacht. Feit is dat particuliere procespartijen daar weinig boodschap aan hebben. Volgens Freek Bruinsma gaapt er een kloof tussen het perspectief van particulieren die tot en met de Hoge Raad procederen en het perspectief van juristen. "Vanuit het perspectief van de individuele procespartij komt adequate rechtspraak neer op juridisch luchtfietsen langs piketpaaltjes", aldus Bruinsma onlangs in het Nederlands Jursitenblad. Of zoals een van die procespartijen het formuleerde: "Ik ben erachter gekomen dat je recht krijgen niet afhankelijk is van in je recht staan, maar veel meer afhangt van hoe het juridische spel wordt gespeeld." Verschenen in: PIV Bulletin (2010) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|