|
||
|
G.J.W. Stark, directeur van OWM Zee-Risico 1996 (2011)
Stichting ScheepvaartDe Stichting Scheepvaart, opgericht door de sociale partners in de koopvaardij en de zeevisserij, coördineert de bestuurlijke ondersteuning en behartigt de belangen van scheepvaartorganisaties. In de stichting participeren momenteel negen organisaties, waaronder een opleidings- en ontwikkelingsfonds, de arbodienst Marbo B.V., de Vereniging Zee-Risico 1967 (voor loondoorbetalingsverplichtingen tijdens ziekte ten behoeve van zeevarenden die in een land wonen waarmee Nederland geen verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten) en twee onderlinge waarborgmaatschappijen. De OWM AZVZ U.A. verzekert zeevarenden tegen ziektekosten en is sinds 1 januari 2011 een label van zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. De OWM Zee-Risico 1996 U.A. verzekert de loondoorbetalingsplicht van werkgevers gedurende de eerste twee jaar van ziekte van werknemers, het WIA-hiaat van arbeidsongeschikte werknemers, de kosten door ziekte of ongeval van werknemers waarvoor zeewerkgevers aansprakelijk zijn, bepaalde werkgeversgerelateerde ziekte- en re-integratiekosten en het eigenrisicodragerschap van de WGA. Oppassen voor een neerwaartse spiraal door hogere beheerskostenDe sociale structuur in de koopvaardij en de zeevisserij is vanzelfsprekend op de specifieke bijzonderheden van deze bedrijfstakken geënt. Veelal zijn de mensen die erin werken, lange tijd van huis, hun werkperioden zijn ongewoon over het jaar verdeeld en wie ziek wordt, loopt het risico in een ziekenhuis ver van huis terecht te komen. Dit alles heeft consequenties voor bijvoorbeeld de pensioenopbouw en sociale verzekeringen en natuurlijk ook voor de activiteiten van de onderlinge waarborgmaatschappij Zee-Risico 1996 U.A. Hoewel Nederland de naam heeft een grote zeevarende natie te zijn, wat in de eeuwen van de mondiale ontdekkingsreizen zeker ook het geval is geweest, zijn de huidige koopvaardij en zeevisserij bedrijfstakken met een relatief beperkte omvang. Lange tijd nam die omvang alleen nog maar af, maar dankzij fiscale steunmaatregelen is het aantal schepen onder Nederlandse vlag nu redelijk stabiel te noemen. De koopvaardij kent ruim tweehonderd werkgevers. Sommigen hebben slechts één schip met bemanning en anderen hebben tientallen schepen met wel vijf- tot zeshonderd man personeel. In totaal gaat het om ongeveer 4.500 werknemers - en dit aantal neemt nog wel steeds af - die verzekerd zijn voor de Nederlandse sociale verzekeringen. Daarnaast wonen zo'n 15.000 werknemers in landen waarmee Nederland geen verdrag inzake sociale zekerheid heeft, bijvoorbeeld de Filippijnen, Indonesië en Rusland. Werkgevers moeten voor al deze zeevarenden de ziektekosten aan boord en buiten Nederland betalen. De verzekering van deze ziektekosten buiten Nederland is het 'moederproduct' van de onderlinge Zee-Risico 1996. Vóór 1996 beschouwde de sector deze voorziening niet als een verzekering. De Verzekeringskamer zag dat destijds toch wat anders en daarom werd er eind 1995 een onderlinge waarborgmaatschappij voor opgericht. Directie en bestuurDe onderlinge wordt door een tweehoofdige directie geleid. Gerard Stark, met name belast met het beleid en de producten van de onderlinge, werkt al enkele decennia voor aan de scheepvaart gerelateerde organisaties. Anthony van Kempen, de financiële man, werkt nu circa anderhalf jaar voor de onderlinge, op tijdelijke basis. Eerder werkte hij lange tijd bij Unilever en Achmea. Beiden zijn ook werkzaam voor andere organisaties die in de Stichting Scheepvaart participeren. Daar is ook voldoende gelegenheid voor, want de OWM Zee-Risico 1996 is niet bijzonder groot. Bij elkaar werken in fte's uitgedrukt vier à vijf mensen voor de onderlinge, die met alle producten bij elkaar een premiejaarinkomen van circa 3 miljoen euro realiseert. Het bestuur van de onderlinge is paritair samengesteld en bestaat uit vier leden namens de werkgevers en eveneens vier leden namens de werknemers. Het bestuur vergadert ongeveer eens in de twee maanden, doorgaans in Rotterdam, in een van de kantoren van de sociale partners. Gevraagd naar belangrijke gesprekspunten in de bestuursvergaderingen in de afgelopen periode hoeven Stark en Van Kempen niet lang na te denken. Bijna alle aandacht gaat momenteel uit naar Solvency II en alle aspecten die daarmee samenhangen. Anders oplossen"Deze onderlinge heeft een heel duidelijke functie", vertelt Anthony van Kempen, "maar wordt bijna gemold door de regelgeving die op ons afkomt. Solvency II en alles wat daarmee samenhangt, drukt heel zwaar op een onderlinge als Zee-Risico 1996. De solvabiliteit is het probleem niet, absoluut niet, we hebben een behoorlijk eigen vermogen en dus een gezonde solvabiliteit. En mocht het niet voldoende zijn, dan is de sector best bereid om het aan te vullen, dat is de discussie niet. Onze grootste zorg is dat het te duur gaat worden om deze club in de lucht te houden. De regelgeving vraagt immers allerlei bijzondere posities te hebben: een interne accountant, een risicomanager en een compliance officer. Daar zijn wij veel te klein voor - in een kleine onderlinge moet je dat anders oplossen. De beheerskosten worden anders zo hoog, dat je in de verliezen raakt. Je zou dan de premies natuurlijk kunnen verhogen, maar dan kom je in een rare spiraal terecht. Door de hoge kosten ga je dan op een commerciële verzekeraar lijken, terwijl we hier alles heel 'low key' doen. Je ziet hier geen uitspattingen als dure directieauto's of een bonussysteem." Van Kempen voegt eraan toe dat juist deze problematiek aanleiding is geweest om een jaar geleden lid van de FOV te worden. "We zijn blij dat de federatie hiermee actief aan de slag is. Wij hebben wat dat betreft een partij nodig die er voor ons is en waar we worden gehoord. De FOV past daarom heel goed bij ons." ConcurrentieOok voor Gerard Stark is premieverhoging vanwege hoge beheerskosten geen optie. De concurrentiepositie van de onderlinge zou daarmee immers ernstig worden verzwakt. "Onze verzekeringen worden ook door grote verzekeraars aangeboden", licht hij toe. "Onze regelingen zien er soms anders uit, maar op zich doen we eigenlijk niets bijzonders. Wel bijzonder is onze nauwe samenwerking met andere maritieme organisaties. Daarin zit ook de winst voor de bedrijfstak, naast het feit dat we het voor de bedrijfstak goed en goedkoop wil doen, zonder winst te willen maken. Juist door die samenwerking met bijvoorbeeld de arbodienst Marbo en de ziektekostenverzekeraar AZVZ, waar een groot deel van de zeevarenden is verzekerd, kunnen we zaken veel beter en sneller organiseren dan als een grote verzekeraar dat zou moeten doen. Bovendien kennen we onze werkgevers, weten we met wie we zaken doen en hoe hun bedrijf in elkaar zit, en we kunnen daar dus rekening mee houden. Maar op het moment dat we slecht werk zouden leveren of te duur zouden worden, zullen werkgevers naar grote verzekeraars overstappen en wint uiteindelijk het geld." OntwikkelingenIn de komende jaren zal OWM Zee-Risico 1996 nog met diverse ontwikkelingen te maken krijgen. Van belang daarbij is de maritieme regelgeving. In 2006 is binnen de International Labour Organisation het Maritiem Arbeidsverdrag tot stand gekomen en dit wordt momenteel in de Nederlandse regelgeving ingepast. Relevant voor de onderlinge is de vraag wie nu eigenlijk de werkgever aan boord van een schip is. "Hebben we straks met verschillende werkgevers aan boord te maken?" aldus Gerard Stark. "En moeten we dan in de Filippijnen onze premies gaan innen? Dat zou het natuurlijk allemaal behoorlijk ingewikkeld maken." Ook de eventuele invoering van een poortwachtersregeling voor de Werkloosheidswet zou belangrijke consequenties voor de onderlinge kunnen hebben. Vooralsnog echter lijkt het zaak eerst het hoofd te bieden aan Solvency II en de nieuwe toezichtregelgeving. Anthony van Kempen: "We moeten ervoor oppassen dat we ons niet door angst laten leiden, want dan overkomt het ons juist!" Gerard Stark: "Dat is waar, maar we moeten wel proberen te voorkomen dat het ons overkomt. We moeten proberen invloed uit te oefenen en de FOV is daar een belangrijke partner bij!" Verschenen in: 'de Onderlinge' (2011) Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl
|