A.G. Verëll, algemeen directeur van de Noordhollandsche van 1816 (2011)

De Bataafsche

In het begin van de negentiende eeuw kan houthandelaar Cornelis Eecen uit Oudkarspel een deel van verzekeringsmaatschappij 'de Bataafsche' overnemen. Hij noemt zijn maatschappij de Onderlinge Noordhollandsche Brandwaarborg Maatschappij. In de jaren erna breidt deze onderlinge haar activiteiten over heel Nederland uit, maar verlaat zij het principe van verzekeren op onderlinge basis. Bijna honderdvijftig jaar later, in de jaren zestig, is nog steeds een nazaat van Cornelis Eecen directeur van de maatschappij. Hij beschouwt de onderlinge als een familiebedrijf en geeft daar invulling aan door in 1962 een naamloze vennootschap op te richten, de aandelen in eigen bezit te houden en zijn personeel opdracht te geven om alle posten vanuit de onderlinge naar de N.V. over te boeken. De nieuwe maatschappij krijgt de naam N.V. Noordhollandsche van 1816, in de volksmond 'de Noordhollandsche'. De onderlinge op zich, met een behoorlijk groot kapitaal erin, blijft bestaan en als de erfgenamen van Eecen in de jaren zeventig inzien dat zij successierechten moeten gaan betalen over de N.V. die zij zullen erven, besluiten ze alle aandelen aan de onderlinge te verkopen.

"Het onderlinge karakter is ons altijd in de genen blijven zitten"

De geschiedenis van de Noordhollandsche van 1816 is opmerkelijk. De maatschappij wordt als een onderlinge opgericht, maar verliest in de loop van de jaren haar onderlinge signatuur en brengt uiteindelijk nagenoeg alle activiteiten in een naamloze vennootschap onder. In die jaren zegt de Noordhollandsche ook het lidmaatschap van de FOV op. Nu echter ziet de directie nieuwe mogelijkheden in een onderlinge of coöperatieve structuur en heeft zij de maatschappij opnieuw als lid van de FOV aangemeld. Een gesprek over deze ontwikkelingen met Lex Verëll, algemeen directeur van de Noordhollandsche van 1816.

Lex Verëll kwam in 1981 als tweeëntwintigjarige bij de Noordhollandsche werken. De oude heer Eecen, aandeelhouder van de N.V., heeft hij nog gekend. Bij de Noordhollandsche werd hij een collega van de schoonzoon van Eecen en diens gedroomde opvolger, maar dit laatste is er nooit van gekomen. Bij het afscheid van de toenmalige directeur van de maatschappij, in 1999, werd Verëll als opvolger benoemd. De aandelen in de N.V. Noordhollandsche van 1816 waren toen al aan de onderlinge verkocht. "Wij doen nog bijna al onze activiteiten binnen de N.V.", legt Verëll uit. "Maar we hebben dus de vreemde constructie dat we wel aandelen hebben, maar geen aandeelhouders. Het vermogen zit min of meer in een 'dode hand'. In de statuten staat ook dat als de N.V. stopt, het geld niet naar bestuursleden of leden van de onderlinge gaat."

Afdoende beschermd

De constructie mag dan vreemd zijn, zij biedt de Noordhollandsche wel afdoende bescherming tegen snode overnameplannen van grote maatschappijen. De onderneming zou hoogstwaarschijnlijk hetzelfde lot beschoren zijn geweest als vergelijkbare maatschappijen, bijvoorbeeld Woudsend, Winterthur, Levob en London, die alle in een grote verzekeraar zijn opgegaan. De Noordhollandsche is daar immers met een jaarlijkse groei van zo'n 15 procent aantrekkelijk genoeg voor. De maatschappij voert dertien particuliere schadeproducten voor eigen risico - momenteel wordt bezien of zij ook eigenrisicodrager van rechtsbijstandverzekeringen zal worden- en richt zich daarmee volledig op het intermediair. Voor de Noordhollandsche is dus niet de particuliere verzekeringnemer, maar de tussenpersoon de primaire klant. Niet voor niets wordt de maatschappij jaar in jaar uit door organisaties van tussenpersonen tot beste verzekeraar uitgeroepen, op grote afstand van nummer twee.

Innovatief

"Wij hebben zo'n duizend kantoren van tussenpersonen in de boeken, waarvan er vijf- à zeshonderd echt klant zijn. Dus dat is heel overzichtelijk en het hoeven er voor ons ook niet veel meer te zijn. Met deze tussenpersonen willen we in de komende jaren groeien van een kleine 140 miljoen euro premieomzet nu naar 300 miljoen euro. We doen het liefst zaken met tussenpersonen in middelgrote steden en dorpen - in de grote steden berekenen we daarom premies die zo'n 10 procent hoger liggen dan elders in het land. De markt voor particuliere verzekeringen is natuurlijk heel competitief, waarbij het vooral om de prijs gaat. Wij stellen daar tegenover dat we ten opzichte van de grote maatschappijen behoorlijk innovatief zijn en bijna alles hebben gedigitaliseerd. Elke werkdag komen hier zo'n zevenhonderdvijftig nieuwe verzekeringen binnen die, afgezien van enkele posten 'met een praatje', bijvoorbeeld een te dure auto, allemaal volledig automatisch worden verwerkt. Daar komt geen mensenhand meer aan te pas. Dat geeft natuurlijk een enorm kostenvoordeel ten opzichte van de maatschappijen die daar nog wel veel logistiek omheen hebben."

Terug naar de onderlinge

Ondertussen heeft de Onderlinge Noordhollandsche Brandwaarborg Maatschappij al die jaren een min of meer slapend bestaan gekend. De onderlinge was vroeger nog een vehikel voor een volmacht en een aantal brandposten, maar na de principiële beleidskeuze om als particuliere intermediairverzekeraar verder te gaan, werden de activiteiten in de onderlinge afgebouwd. Wel is er nog een Ledenraad die de commissarissen benoemt en de jaarrekening van de N.V. goedkeurt, maar meer ook niet. Lex Verëll: "Wij deden alles in de N.V., maar een verschil met andere naamloze vennootschappen was altijd wel dat er bij ons geen aandeelhouders achter zaten en het ons niet om aandeelhouderswaarde ging. Het gaat ons echt om onze klanten. Het onderlinge karakter is ons eigenlijk altijd in de genen blijven zitten en gelet op alle stormen die over ons verzekeringenlandschap waaien, hebben we besloten dat weer op te pakken. We zijn opnieuw lid van de FOV geworden en zijn daadwerkelijk aan het kijken in hoeverre we weer in een zuivere onderlinge vorm kunnen gaan werken."

Denkmodel

"Onderlingen en coöperatieve banken en verzekeraars zijn toch de partijen die de grootste overlevingskansen hebben", vervolgt Verëll. "Zij hebben in moeilijke tijden bewezen andere normen en waarden te hebben. Wij denken het onderlinge karakter voornamelijk richting tussenpersonen in te zetten en omdat onze tussenpersonen hun klanten goed bedienen, wordt de eindklant daar uiteindelijk ook niet minder van. Je zou bijvoorbeeld aan een coöperatie van tussenpersonen kunnen denken. Op dit moment is het nog niet meer dan een denkmodel. In ieder geval willen we de coöperatie eigentijds inrichten, rekening houdend met huidige opvattingen over de markt. Welk model we daarvoor zullen kiezen, weten we nog niet. Het is bijvoorbeeld ook nog mogelijk dat we naast het intermediair toch ook de eindklant er rechtstreeks bij zullen betrekken."

De 1816 vaart uit

Op in ieder geval één gebied kan de Noordhollandsche zich nu al met veel onderlingen en coöperaties heel goed meten, namelijk voor wat betreft het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met haar goededoelenstichting heeft de onderneming al veel personen en instellingen zeer gelukkig weten te maken. Momenteel wordt bijvoorbeeld op kosten van de stichting de '1816' ontwikkeld: een nieuw type schip dat het moederschip van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij wordt, maar vervolgens wereldwijd zal worden verkocht en bij reddingsacties zal worden ingezet. "Binnenkort zullen we op CNN kunnen horen dat een 1816 is uitgevaren om een schip in nood te redden. Daar zullen we dan best trots op zijn!" aldus Lex Verëll tot slot.

Verschenen in: 'de Onderlinge' (2011)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl