J.M. Barendrecht, hoogleraar Aansprakelijkheidsrecht Universiteit van Tilburg (2005)

Het recht als hulpmiddel om mensen te laten samenwerken

Het project 'Procedurele normering van de buitengerechtelijke afwikkeling van personenschadeclaims in Nederland' verkeert in een spannende fase. In mei 2005 verscheen de derde conceptversie van de Gedragscode Behandeling Letselschade, vergezeld van een knelpuntennotitie, waarop partijen tot oktober kunnen reageren. Enkele maanden daarna moet het project kunnen worden afgerond. Het project wordt geleid door prof. mr. J.M. Barendrecht, hoogleraar aan het Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht van de Universiteit van Tilburg.

"Met name de advocatuur zoekt nog naar de rol die zij in in dit soort processen moet hebben," zegt Maurits Barendrecht, het project in de huidige fase desgevraagd evaluerend. "Advocaten hebben de rol van onafhankelijke belangenbehartigers, die samen met hun cliënt de strategie bepalen. Dat botst met de gedachte dat je tot gecoördineerde afspraken komt over hoe dat proces het beste zou kunnen verlopen. De advocatuur is daar zelf over gaan tobben en legt dat probleem nu af en toe ook bij anderen neer."

Oud zeer

"Het is niet altijd alleen maar gemakkelijk," vervolgt Barendrecht. "Jarenlang is er op een bepaalde manier gewerkt, er zijn zaken historisch gegroeid en sommigen hebben elkaar het leven echt zuur gemaakt. Advocaten die met de allermoeilijkste maatschappijen hebben gewerkt en daarmee veel problemen hebben gehad, vinden het moeilijk om verzekeraars te vertrouwen; verzekeraars die goed over personenschadebehandeling hebben nagedacht en een goed beleid hebben, voelen zich door de opstelling van sommige belangenbehartigers geschoffeerd. Die pijn moet eruit en zo bezien is het al heel knap dat men bereid is om met elkaar in gesprek te gaan."

Good practices

In het Tilburgse normeringsproject gaat het erom de good practices te beschrijven in de totale personenschadebehandelingsketen. Daarbij ligt een nadruk op de onderhandelingsmomenten in die keten. Geprobeerd wordt om theoretische kennis over vruchtbaar onderhandelen praktisch nuttig te maken. Die good practices liggen overigens niet voor het oprapen. "Dat is af en toe hard werken," zegt Maurits Barendrecht. "Het is een branche waarin men altijd veel heeft gesproken over wat er niet goed gaat. Over wat er wel goed gaat, bestaat als het ware nog geen gedeeld besef. Wat dat betreft is het voor alle betrokkenen een louterend proces om met elkaar te ontdekken hoe zaken wel goed kunnen verlopen." In de discussies, zo licht Barendrecht toe, blijkt niet zo zeer verschil van mening te bestaan over wat een good practice is, maar wel over de aanpak in het geval de omstandigheden weer net even anders zijn. "Die discussie is vaak: hebben we dan nog de vrijheid om wat anders te doen? Daar moet je heel ver met elkaar over doorpraten voordat je dat boven tafel hebt."

Model van Harvard

Voor wat betreft het vruchtbaar onderhandelen in de personenschadebehandeling baseren Barendrecht en zijn medewerkers zich op het onderhandelingsmodel van Harvard University. "De essentie van dit model," aldus Barendrecht, "is dat naar de menselijke situatie van de benadeelden en naar de belangen van de verzekeraars wordt gekeken. Kijk dus niet primair naar geld. Geld is een middel om doelen te realiseren, maar voor verzekeraars is ook belangrijk dat zij hun reputatie goed houden, op tijd weten waar zij aan toe zijn en een goede reservering kunnen maken. Voor de benadeelden is vooral van belang dat zij hun leven goed kunnen herinrichten en uit hun omgeving, maar ook vanuit het systeem en de tegenpartij, erkenning voor hun bijzondere positie krijgen. Het model van Harvard geeft aan dat je creatieve oplossingen voor dit geheel moet verzinnen. En wanneer er iets moet worden verdeeld - geld, hulp, middelen - dan is de boodschap: richt je op objectieve criteria. Ga niet zitten hakketakken over zaken waar je elkaar niet van kunt overtuigen, maar probeer te objectiveren."

Respect en erkenning

Volgens Maurits Barendrecht is in het project 'Procedurele normering' een nagenoeg naadloze aansluiting tussen theorie en praktijk zichtbaar. De acht zogenoemde 'coördinatieproblemen in de letselschadepraktijk' die enige tijd geleden door zijn promovendus Wim Weterings zijn beschreven, "die zie je in dit project allemaal levensgroot terug," zo zegt hij. "Wie bijvoorbeeld over verschillende informatie beschikt, krijgt ook een verschillende visie op de zaak. Dat wordt in de hand gewerkt wanneer het slachtoffer alleen maar met zijn belangenbehartiger communiceert en het verdere contact uitsluitend tussen de belangenbehartiger en de verzekeraar verloopt. Zeker als dat contact onvriendelijker wordt, gaan mensen, wat dan ook uit de literatuur bekend is, een 'fundamentele toerekeningsfout' maken en de zaken eenzijdiger zien. Ook uitsluitend op papier discussiëren kan een zekere ontmenselijking veroorzaken. Een persoon wordt een dossier. Om dit te voorkomen, is het goed als de verzekeraar en het slachtoffer elkaar al vroeg in het proces persoonlijk ontmoeten en dat ze kunnen invoelen met wie ze hebben te maken en hoe dingen bij de ander overkomen. In zo'n eerste gesprek is de rol die de verzekeraar dan speelt, heel belangrijk. Respect voor het slachtoffer en erkenning van zijn moeilijke positie moeten vooropstaan. Het slachtoffer moet het vertrouwen krijgen dat op een goede manier naar zijn zaak wordt gekeken."

Permanente organisatie

De derde conceptversie van de Gedragscode Behandeling Letselschade en de knelpuntennotitie daarbij kunnen tot oktober door alle betrokken partijen worden becommentarieerd. Het tempo in het project is volgens verzekeraars te laag en volgens belangenbehartigers te hoog, maar het streven is in ieder geval om de definitieve code begin 2006 op te leveren. Hoe 'hard' deze code dan in de praktijk zal uitpakken, kan variëren van het vrijblijvend uitspreken van goede intenties enerzijds tot het omzetten van (delen van) de code in wetgeving anderzijds. Barendrecht: "Van belang is in ieder geval dat er een permanente organisatie komt die de code bewaakt en aan nieuwe ontwikkelingen aanpast. Wij zullen proberen om de termen voor zo'n permanente organisatie te definiëren. Daarnaast hebben we al snel ingezien, dat zo'n code niet zal werken als er niet een geschiloplosser achteraan zit. Ook daarvoor zullen we zeker nog aanbevelingen doen. Die geschiloplosser kan een rechter zijn, een arbiter, een mediator, een klachteninstituut, een psycholoog of een sociaal werker, je kunt daarover twisten, als het maar mogelijk is om binnen een paar weken, en wij zien niet in waarom dat niet dezelfde dag zou kunnen, iemand erbij te roepen als het proces vastloopt. Zo'n geschiloplosser is gewoon nodig om knopen door te hakken of om mensen een andere weg te laten inslaan, want als mensen vastzitten, zijn ze gefixeerd en willen ze maar één kant op. Wacht je daarmee tot beide partijen ermee instemmen om zo'n geschiloplosser erbij te halen - wij hebben daar veel onderzoek naar gedaan - dan gebeurt het gewoon niet."

Dankbaar werk

"Voor mij is de basis van recht het goed organiseren van maatschappelijke processen," zegt Maurits Barendrecht tot slot. "Het recht is een hulpmiddel om mensen in staat te stellen goed te leven en goed samen te werken. Voor mij staat daarom de praktische werking van het recht centraal. Wij zijn ook meer gericht op het systeem en op voorstellen om het recht te verbeteren, dan op de toepassing door de rechter en de uitwerking daarvan in individuele zaken. Dat is prachtig werk en trouwens ook dankbaar. Want wie zich ervoor inzet om mensen zich beter tot elkaar te laten verhouden, krijgt daar vaak ook waardering voor terug."

Verschenen in: PIV-Bulletin (2005)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl