A.J. Akkermans, hoogleraar Privaatrecht VU Amsterdam (2005)

Is een norm pas een norm als er norm op staat?

In het Tussenrapport van het project Procedurele normering personenschade aan de Universiteit van Tilburg wordt voor wat betreft het functioneren van medische deskundigen verwezen naar het onderzoek van prof. mr. A. J. Akkermans, hoogleraar Privaatrecht aan de VU in Amsterdam. Een interview met Arno Akkermans over het werk van zijn projectgroep en over het normerende effect daarvan.

De projectgroep medische deskundigen aan de VU werkt aan oplossingen van problemen in het functioneren van medische deskundigen binnen het civiele aansprakelijkheidsrecht. Het betreft hierbij vooral de inbreng van medische deskundigen in letselschadezaken, omdat de problemen daarin het meest manifest zijn. Concrete items in het onderzoek zijn de formulering van de vraagstelling aan medische deskundigen, de keuze van de persoon van de deskundige, de procedure voor de totstandkoming van het deskundigenbericht en de kwaliteitseisen die aan het deskundigenbericht moeten worden gesteld. Als klankbordgroep voor dit onderzoek is de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen (IWMD) ingesteld, waarin naast juristen ook vertegenwoordigers van gelaedeerden, verzekeraars, de rechterlijke macht en de KNMG zitting hebben. Het onderzoek van Arno Akkermans en zijn medewerkers heeft inmiddels publicaties opgeleverd over onder meer de formulering van de vraagstelling, de uniformering van instructiebladen van de rechterlijke macht, de inzage in de patiëntenkaart van de huisarts, het 'disclosure statement' (informatie van de medische deskundige over zichzelf) en het blokkeringsrecht (het recht van een betrokkene om te voorkomen dat de uitkomsten van een medische keuring aan bijvoorbeeld een verzekeraar worden doorgegeven).

Op gespannen voet

"Wij zien het medische traject als een van de belangrijkste knelpunten in het letselschadetraject," zegt Arno Akkermans. "In een juridische omgeving worden immers veel eisen gesteld aan de manier waarop een dokter te werk moet gaan. Een dokter is echter helemaal niet gewend om te functioneren in conflictsituaties, waarin hij wordt geacht een neutrale positie tussen twee partijen in te nemen. Een dokter is een dokter-patiëntrelatie gewend. Die dokter-patiëntrelatie is al enigszins gejuridiseerd als het om bijvoorbeeld informatieplichten en privacybescherming gaat, en met die juridische dimensie is een dokter wel min of meer vertrouwd, maar alle spelregels veranderen op het moment dat zijn rol van behandelaar in onpartijdige deskundige verandert. Zeker is dit zo, waar er allerlei juridische toeters en bellen aan zijn toegevoegd, waaronder het blokkeringsrecht." Voor een dokter, zo stelt Akkermans, staat het betrekkelijk jonge blokkeringsrecht op gespannen voet met het wel enigszins vertrouwde beginsel van hoor en wederhoor. Ook het inzage- en correctierecht vanuit de Wet bescherming persoonsgegevens is daar soms moeilijk mee te verzoenen. De afbakening tussen enerzijds correcties van duidelijke verschrijvingen en anderzijds wijzigingen van formuleringen waarin ook opinies zijn bevat, en waarop dus het beginsel van hoor en wederhoor wel van toepassing is, is niet altijd eenduidig. "Die afbakening is voor juristen al moeilijk," zegt Akkermans, "maar voor dokters volstrekt onmogelijk. Dat is van een arts echt te veel gevraagd - om begrijpelijke redenen. Het zit niet in de opleiding, de beroepsverenigingen beheersen de materie ook niet en begeleiding vanuit de juridische discipline is er eigenlijk veel te weinig."

Normen?

De projectgroep medische deskundigen van professor Akkermans analyseert problemen en probeert in kaart te brengen waar de schoen wringt. Is dat gelukt, dan ontstaat als het ware vanzelf een beeld hoe het probleem kan worden opgelost of verkleind. Op deze wijze ontstond bijvoorbeeld het zogenoemde 'studiemodel vraagstelling', waarin onderbouwd is aangegeven welke vragen geschikt zijn om het causaal verband bij een ongeluk vast te stellen, in het geval de gevolgen van dat ongeluk ter discussie staan. Vergelijkbaar is de totstandkoming van een Aanbeveling voor expertiserende specialisten voor de te volgen procedure bij de totstandbrenging van het deskundigenbericht. Doordat een van de projectgroepleden ook als onderzoeker voor de Raad voor de rechtspraak werkt, is tegelijkertijd input gegenereerd voor de totstandkoming van de 'Leidraad deskundigen'. Deze beoogt de civiele rechter te ondersteunen bij het aansturen van deskundigenberichten (overigens breder dan alleen in letselschadezaken). Mogen nu dat studiemodel en die Aanbeveling als normgevend voor de gang van zaken in letselschadedossiers worden beschouwd? "Normering is voor ons geen doel op zich," zegt Akkermans. "Onze insteek is niet de gedachte dat normering het middel bij uitstek is om de afwikkeling van letselschades te verbeteren. Professionalisering is een beter trefwoord. Het gaat ons erom de inbreng van alle betrokkenen in het letselschadeproces, en dan met name in het medisch traject, kwalitatief te verbeteren."

Dankzij de overtuigingskracht

"Dat gezegd hebbende," vervolgt Akkermans, "brengt bijvoorbeeld het studiemodel, dat toch in zekere zin een voorbeeld is, wel een bepaalde normering met zich mee. Ik heb er geen bezwaar tegen het zo voor te stellen. Normering is geen doel, maar dankzij de overtuigingskracht van het model is het wel een neveneffect. Onze insteek is niet te vertellen hoe het moet, maar wel om ons in de juridische ins and outs te verdiepen, wat dan in een model of een aanbeveling uitmondt. In feite gaat het daarbij om normen die vanuit verschillende bronnen, bijvoorbeeld het procesrecht en bijvoorbeeld de eigen professionele standaard, al afdwingbaar zijn. Volgt een dokter onze Aanbeveling, dan handelt hij niet in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, niet in strijd met het inzage- en correctierecht en niet in strijd met het blokkeringsrecht. Wij werken dus niet aan de vaststelling van nieuwe normen, maar denken na over de consequenties van bestaande normen en de verdere uitkristallisering daarvan." Akkermans voegt eraan toe, relativerend, dat het studiemodel vraagstelling vrij eenvoudig tot stand kon komen, doordat in de eerste plaats bij de betrokken partijen - wellicht omdat deze vrijuit en zonder een noodzakelijk mandaat van een achterban hun inbreng konden hebben - veel consensus ten aanzien van het onderwerp aanwezig bleek en doordat in de tweede plaats in het studiemodel nog maar enkele essentiële knopen zijn doorgehakt. "Er zitten nog veel problemen in die om een oplossing vragen," zegt Akkermans. "Niet al die problemen zullen met een formulering van de vraagstelling kunnen worden opgelost. Bij sommige items kunnen wij niet meer doen dan uitleggen wat nou het echte probleem is. Kunnen wij zo'n probleem ontsluiten en inzichtelijk maken, dan beschouwen wij ons werk ook al als geslaagd."

Pretentieus

Een grondige analyse en verbetering van het functioneren van medische deskundigen binnen het civiele aansprakelijkheidsrecht vraagt een interdisciplinaire aanpak van juristen en medici. Die samenwerking is er wel - in 2004 werd bijvoorbeeld samen met de Nederlandse Vereniging voor Neurologie een opleiding voor expertiserende neurologen ontwikkeld - maar kan nog veel intenser zijn. "Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan," aldus Arno Akkermans. Binnenkort zal hij samen met de medische faculteit van de VU een interfacultair onderzoekscentrum opzetten, voor de bestudering van problemen binnen het totale gebied van recht en gezondheid. Hij hoopt te bereiken dat hier ook vanuit de medische wetenschap meer prioriteit aan zal worden gegeven. "Het gaat om onderzoeksvragen op medisch gebied die vooral actueel zijn vanwege problemen die juristen beleven, maar dokters als zodanig veel minder. Vaak is er ook wel iets van een behandelingsbelang, maar in de afwegingen van medici redt dat het niet als prioriteit. Vergeet ook niet dat juristen op medisch terrein en medici op juridisch terrein in feite leken zijn, die een woordenboek moeten aanschaffen om elkaar te kunnen verstaan. Om dan even een interdisciplinair wetenschappelijk onderzoeksprogramma op te willen zetten, is natuurlijk bepaald pretentieus."

Verschenen in: PIV-Bulletin (2005)

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl