J.J.A.H. Klein Breteler, lid van de Eerste-Kamerfractie CDA (2008)

Verschillen in wonen oké, maar gelijke zorg voor alle ouderen

Drs. J.J.A.H. Klein Breteler gaf van maart 1980 tot januari 2008 leiding aan de Stichting Zorginstellingen Pieter van Foreest, eerst als directievoorzitter en later als voorzitter van de Raad van Bestuur. Sinds juni 2007 is Hans Klein Breteler lid van de CDA-fractie van de Eerste Kamer. Hoe kijkt hij aan tegen de ouderenzorg in Nederland zoals die in de AWBZ is geregeld?

Weinigen kunnen beter over de AWBZ vertellen dan Hans Klein Breteler. Hij kan zich goed herinneren dat de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten werd ingevoerd, in 1967, nadat een jaar eerder door minister Veldkamp een voorstel daartoe was ingediend. "Tot dan was er eigenlijk geen overheidsbemoeienis met de ouderenzorg," aldus Klein Breteler. "Er deden zich schrijnende situaties voor. Ouderen zaten in particuliere huizen met z'n twintigen in een kamer, waar ze de hele dag niets deden. Zo kon dat niet langer, vond Veldkamp."

Verpleeghuizen

De AWBZ moest langdurige en onverzekerbare zorg bieden aan mensen die dat nodig hadden. Die zorg werd geboden in verpleeghuizen, een nieuw fenomeen destijds. Ook Hans Klein Breteler ging in zo'n verpleeghuis werken, in Naaldwijk. "Nu breken we die verpleeghuizen weer af," zegt hij, "omdat ze functioneel een verkeerd concept hadden. Het waren een soort ziekenhuizen, omdat men gewend was dat ouderen in ziekenhuizen lagen. De verpleeghuizen moesten een goedkoop alternatief bieden. De consequentie was, dat mensen nauwelijks privacy hadden, want ze lagen altijd op een meerpersoonskamer."

Uitbreiding

In de beginjaren van de AWBZ betaalde iedere werknemer een premie van 1,8 procent van zijn brutoloon. Nu is dat 13,6 procent, dat via de inkomstenbelasting wordt ingehouden. De zorg vanuit de AWBZ is dan ook enorm uitgebreid. Dat proces begon in de jaren tachtig. Klein Breteler: "Zorgvormen als het Kruiswerk, gezinszorg en psychiatrische zorg werden vanuit gemeentelijke budgetten of het ziekenfonds naar de AWBZ overgeheveld. Daarom moest de premie aanmerkelijk worden verhoogd, ook al omdat de eerste verpleeghuizen toen al werden verbouwd om van de meerpersoonskamers eenpersoonskamers te maken."

Van AWBZ naar Wmo

In de jaren negentig werd de AWBZ steeds moeilijker uit te voeren. Er ontstonden enorme wachtlijsten en personeel was nauwelijks te krijgen. Kabinet Kok I besloot daarom de AWBZ weer af te slanken en stelde vanuit de algemene middelen extra geld beschikbaar. "Na 2000 gebeurde er nog iets," aldus Klein Breteler. "De invoering van de euro ging gepaard met het Stabilisatiepact. Daarin staat dat een regering een begrotingstekort van maximaal drie procent mag hebben. In Nederland had dat tot gevolg, dat openeindregelingen als de AWBZ naar andere overheden werden weggedefinieerd. Daarom zijn er toen zaken vanuit de AWBZ naar de Wet maatschappelijke ondersteuning gegaan."

SER-advies

"Anno 2008," vervolgt Klein Breteler, "is iedereen ervan overtuigd dat dit systeem niet te handhaven is, mede gelet op de vergrijzing. De SER heeft daarom op verzoek van het kabinet een advies uitgebracht. Belangrijk daarin is, dat wonen op termijn uit de AWBZ wordt gehaald, zodat alleen de zorg overblijft. Mensen moeten de wooncomponent zelf betalen en wie dat niet kan, krijgt huursubsidie. Ik vind dat een goede ontwikkeling, omdat ouderen zo meer keuzemogelijkheid gaan krijgen wat hun woonsituatie betreft. Natuurlijk krijg je dan verschillen. Rijke ouderen zullen mooier kunnen wonen dan minder rijke ouderen. Maar laten we eerlijk wezen, dat verschil zit in onze hele samenleving. Wel vind ik dat de geboden zorg voor elke Nederlander gelijk moet zijn, dus ongeacht het inkomen of eigen vermogen."

Personeel

"Ook vind ik dat het vrijkomende geld in de AWBZ moet blijven. Een punt is immers dat bewoners in verpleeghuizen en woonzorgcentra nog veel tijd en aandacht tekortkomen. De besparingen moeten daarom behouden blijven, zodat daar meer in kan worden geďnvesteerd. Dit zeg ik ook om een andere reden. Het belangrijkste probleem in de ouderenzorg in de toekomst zal het personeel zijn. Medewerkers die onvoldoende tijd en aandacht kunnen geven aan de mensen die zij verzorgen, zullen gaan twijfelen aan hun keuze voor dit beroep. Wil je op de arbeidsmarkt succesvol zijn, dan zullen de mensen die voor dit beroep kiezen, het normaal moeten kunnen uitoefenen."

"Tot slot nog dit," zegt Hans Klein Breteler. "Af en toe krijg je uit de pers de indruk dat wij de ouderenzorg van een bananenrepubliek hebben. Natuurlijk gaat er soms wat fout, het blijft mensenwerk. Maar gemiddeld is onze ouderenzorg, zoals wij die hebben georganiseerd, samen met die in Denemarken en Engeland de top van de wereld. Ook dat mag wel eens worden gezegd!"

Verschenen in: Jaarverslag 2007 Zorgkantoor Delft Westland Oostland / Nieuwe Waterweg Noord

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl