R.A.H. van der Meer, lid van de Raad van Bestuur van Fortis Nederland (1997)

Kennis is de basis van beleggen

Financiële instellingen die kunnen bogen op een werkelijke integratie van bankieren, verzekeren en beleggen, zijn er wereldwijd niet bijzonder veel. Nederland echter kent meer dan één van zulke concentraties, waaronder Fortis. "De reden waarom wij dat geïntegreerd willen doen, is dat we het gevoel hebben - en dat in de praktijk ook tot uitdrukking kunnen brengen - dat we op deze wijze onze klanten een hele goede waardepropositie kunnen geven, dat wil zeggen producten met een hele goede prijs-kwaliteit-verhouding. De gedachte erachter is dat een geïntegreerde wijze van distributie en risicomanagement tot een portefeuille leidt, waarbij het totale risico wat lager is dan zonder die integratie kan worden gerealiseerd. Het is onze strategie om dat in de prijs aan onze klanten door te geven." Aldus prof. dr. R. van der Meer, lid van de Raad van Bestuur van Fortis Nederland, met als aandachtsgebied Fortis Investments, de beleggingspoot van de onderneming.

Naast zijn functie in de Raad van Bestuur van Fortis is Van der Meer - zij het in zeer beperkte deeltijd - hoogleraar Beleggingsleer aan de universiteit in Groningen. Van der Meer vindt het belangrijk dat er een continue informatieuitwisseling plaatsvindt tussen het bedrijfsleven en de universitaire wereld. "Uiteindelijk is ons bedrijf een knowledge bedrijf," zo zegt hij. "Kennis is belangrijk voor ons. Op de universiteit vind ik het telkens een uitdaging om te ontdekken hoe ver de ontwikkeling al weer is. Als je alleen maar in je mooie kamer blijft zitten, dan blijf je niet bij. Ook in veel andere bedrijven zie je dat verantwoordelijke functionarissen de guts en de bereidheid hebben om bijvoorbeeld een periode van sabbatical te nemen of gewoon weer eens even bij te tanken. Die verbondenheid met kennisinstellingen is zeer nuttig - alleen is de tijd ervoor vaak een issue."

Kanttekening

In ons gesprek met Van der Meer valt hij met de deur in huis. Hij hecht eraan om in het kader van deze Financial Highlights een kanttekening te maken bij de huidige gang van zaken in het financieel bedrijf. Hij zegt: "De financiële wereld staat op het ogenblik bijzonder in de picture. In het algemeen hebben financial assets een geweldige ontwikkeling meegemaakt. Mensen die geen exposure in financial assets hebben, vinden dat ze wat hebben gemist. Ze krijgen daarom de neiging om ook in aandelen te gaan beleggen, omdat ze het anders niet goed doen voor zichzelf, hun kinderen of bijvoorbeeld hun ouders voor wie ze geld beheren. Daardoor is beleggen heel populair geworden, maar heeft het ook aspecten gekregen die ik niet in eerste instantie met beleggen zou willen associëren. Daar komt bij dat bepaalde beleggingsinstrumenten, derivaten - die overigens heel nuttig zijn om risico's te managen, gemakkelijk misbruikt kunnen worden om speculatieve acties te ondernemen. In stijgende beurzen krijgt men dan natuurlijk overshoots en gaat een heel ander risicogevoel ontstaan. Men denkt dat het met een knal naar beneden kan, maar dat het daarna voor hetzelfde geld ook weer met een knal omhoog zal gaan. Je komt dan toch in een sfeer terecht waarin er geen sprake meer is van serieus beleggen. Wie op een quick win uit is, moet naar het casino gaan en gewoon rood of zwart spelen, want dan heeft hij een mooie kans en een gezellige avond. Zo kijk ik er tegen aan."

Risicoprofielen

Vanzelfsprekend beoordeelt Van der Meer niet elke particuliere beleggingsactiviteit als niet serieus. Wie geld uit de consumptieve sfeer haalt en naar de toekomst verschuift om bijvoorbeeld het pensioen aan te vullen, doet er verstandig aan zijn geld wat meer risicodragend te beleggen, "omdat in onze kapitalistische maatschappij risico nu eenmaal wordt beloond," zo zegt hij. Niettemin dringt zich de vraag op, of de euforie in de financiële wereld niet ook bij het serieuze beleggen, door particulieren en institutionele beleggers, tot een 'ander risicogevoel' heeft geleid. Van der Meer bestrijdt dit. Hij zegt: "Institutionele beleggers, in Nederland met name pensioenfondsen, hebben door de bekende asset liability studies inzicht gekregen in de verplichtingenstructuur. Pensioenfondsen werden zich daardoor gewaar van hun eigenlijke functie en hebben de keuze gekregen tussen een risicovol profiel met een relatief lage premie en een risicomijdend profiel met een relatief hoge premie. Door de automatisering heeft dat hele denken zich versneld - een aantal jaren geleden was het gewoon onmogelijk om dat in die complexiteit door te rekenen. Het blijkt gewoon dat als een pensioenfonds zich over de jaren heen concentreert op de meer risicodragende beleggingen, dat dan het risico wordt beloond en de pensioenpremies omlaag kunnen. Pensioenfondsen die daarmee vroeg zijn begonnen, hebben nu al een aantal jaren een premievrije omgeving. Deze fondsen hebben zelfs zo veel waarde in het pensioenfonds ingebracht, dat ze een situatie hebben gecreëerd die als het ware self-propelling is: ze kunnen voldoende vermogen genereren om dat in lengte van dagen te kunnen blijven doen. Je kunt je natuurlijk afvragen of er dan niet te veel vermogen in zit, maar dat is een andere discussie."

De beste mix voor de klant

Het vermogen dat onder de paraplu van Fortis wordt beheerd, dus inclusief het vermogen in de investment-portfolio van de bank, bedraagt momenteel 108 miljard ecu (ofwel - vermenigvuldigd met 2,12 - bijna 230 miljard gulden). De portefeuille van Fortis Investments, met assets under management in Nederland op grond van mandaten van bijvoorbeeld pensioenfondsen, bedraagt 52 miljard gulden. De strategische mix bij de belegging hiervan wordt volledig vastgesteld op grond van de verplichtingenstructuur van de onderliggende producten. Per product kan worden bekeken binnen welke constraints eventueel van die strategische mix kan worden afgeweken, maar dat is een uiterst zorgvuldig en tegelijk zeer formeel proces. Uiteindelijk moet immers aan de klant verantwoording afgelegd kunnen worden over wat er precies is gebeurd en wat de toegevoegde waarde daarvan is geweest. Van der Meer: "Wij willen ons in de financiële wereld profileren als de belegger die verstand heeft van de verplichtingenkant. Ons sterkste punt is dat we ons goed in de klant kunnen inleven en op grond daarvan de beste mix kunnen samenstellen. Kijk, de up-side potentials kunnen we de klant altijd wel uitleggen, maar voor hem is belangrijker dat we ook de down-side risks duidelijk kunnen maken."

Breder ontpopt

Van der Meer, zelf lid van de VBA en - vooral toen hij nog aan het pensioenfonds van Shell was verbonden - ook actief in diverse commissies van de VBA, verwacht dat het werk van de beleggingsanalist in belang blijft toenemen. Naarmate de markten efficiënter worden ("maar ze zijn niet elke minuut van de dag even efficiënt," zegt Van der Meer), wordt de analyse van de beleggingsanalist waarom een bepaald fonds over- of ondergewaardeerd wordt, waardevoller. Hij noemt het een edel vak, dat vroeger nogal eens als vrij theoretisch en technisch werd uitgelegd, maar dat zich nu als veel breder ontpopt. Om daarin mee te kunnen moet de beleggingsanalist volgens Van der Meer serieuze aandacht geven aan twee zaken met name: sectorkennis en kennis van de behavioural finance aspects. Over het eerste onderwerp zegt hij: "Met het oog op de Europese eenwording moet de sectorgewijze kennis een geweldige uitdaging zijn voor beleggingsanalisten. Landen verdwijnen, waardoor de top down benadering van de keuze om wel of niet in een bepaald land te beleggen, plaats moet maken voor een bottom up benadering op zoek naar zinvolle bedrijven om daar geld in te steken. In het Europa van morgen zal zo'n bottom up benadering steeds meer gestalte kunnen krijgen en interessanter worden. Ons fonds OBAM laat goed zien hoe wij al sinds 1954 in staat zijn om op een hele moderne wijze bottom up zo'n beleggingsportefeuille op te bouwen."

Behavioural finance

Ten aanzien van de behavioural finance zegt Van der Meer: "Ik vind dat deze elementen in de analyses nog wat meer benadrukt zouden kunnen worden. Een goed voorbeeld daarvan vind ik dat analisten doorgaans vooral naar bedrijven kijken die in waarde toenemen. Up-side potentials worden altijd beter geanalyseerd dan bedrijven die een dalende waarde hebben. Maar daar zit een informatiescheefheid in en vanuit een behavioural point of view maakt dat natuurlijk nogal wat uit. Voor analisten kan het heel nuttig zijn om daar goed naar te kijken en om daar met bepaalde beleggingsconstructies gebruik van te maken." Van der Meer wijst daarnaast op behavioural aspects als het gedrag van consumenten (bijvoorbeeld de toenemende behoefte aan services en de groei als gevolg daarvan van de service-industrie) en - in navolging van Mordechai Kurz - het opkomen en weer verdwijnen van bepaalde 'thema's' (bijvoorbeeld de olieprijs, die jarenlang een verklarende variabele was in modellen op het gebied van renteontwikkeling; meer actueel zijn thema's als de rentestand in Amerika en Duitsland en de decompartimentering in de analyses, maar even goed de daadwerkelijke opsplitsing van bedrijven, zoals KPN in 1998). "Nog een aardig onderwerp in dit verband is bijvoorbeeld de ontwikkeling van octrooien," aldus Van der Meer. "Hoeveel innovatie zit er in een bedrijf? Neemt het aantal octrooien toe of af? Als in een bedrijfstak innovatie heel belangrijk is en als een bepaald bedrijf daarin veel investeert waardoor het aantal octrooien toeneemt, dan kun je als het ware statistisch uitrekenen dat daar toch wel één of twee successen tussen zullen zitten. Het is een uitdaging om dat als beleggingsanalist in een vroeg stadium te onderkennen."

Periode na 2000

"Analisten zouden ook eens moeten nadenken," zo zegt Van der Meer tot slot, "over de periode na 2000. Straks is het ineens 2002 en zijn alle nieuwe dingen geweest. Wat saai! Ik denk dat analisten ook zullen moeten nadenken over periodes van vermogensdestructie. We kennen die niet meer, maar eigenlijk komt het in de economische opbouw nooit voor dat het zo lang goed blijft gaan. Of zijn we met z'n allen op weg naar een echt nieuwe omgeving? Grote beleggers moeten er tijd en ruimte voor maken om fundamentele analisten zich een mening te laten vormen over deze filosofische vraagstukken. Het betekent niet dat zij altijd achter de waarheid zullen komen, maar het is wel een nuttige zaak om te proberen die op voorhand in te schatten."

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl