A.G. Jacobs, voorzitter van de Raad van Bestuur van ING Groep (1997)

"De wereld begint bij de verwondering"

'Gebruik je boerenverstand' is zijn gulden stelregel bij de beleggingsanalyse en hij zet vraagtekens bij 'de wetenschappelijke aanpak' en ook 'de visie' van de analist. Hij herinnert zich dat nog maar tien jaar geleden, toen hij een studie op de universiteit van Harvard volgde, het de algemene visie van de professoren aldaar was dat de Duitse en Japanse economische modellen de allerbeste waren. "Wie toen de visie zou hebben gehad," zo zegt hij, "dat de Amerikaanse economie zich zo geweldig zou herstellen, en dat zowel de Japanse als de Duitse economie binnen enkele jaren toch enigszins in het slop zou raken, zou niet serieus genomen zijn." Een gesprek over zijn principes in het beleggingsvak, evenals over enkele lessen aan de beleggingsanalist, met drs. A.G. Jacobs, voorzitter van de Raad van Bestuur van ING Groep.

Jacobs is een belegger in hart en nieren en al sinds het begin van de jaren zestig een specialist in het vak. Zijn afstudeerscriptie op de Erasmus Universiteit in Rotterdam ging over de papierindustrie in West-Europa. Toen zijn eerste baas hem meteen na zijn aanstelling 'een verhaaltje' vroeg over aandelen in Nederlandse papierondernemingen, wist Jacobs al na tien minuten te melden dat de aandelen Van Gelder moesten worden verkocht (er was voor miljoenen in belegd) en dat aandelen Koninklijke Papier in Maastricht moesten worden gekocht. Wel werd hij teruggestuurd om een uitgebreide studie te schrijven. "Als ik de eerste dag naar hem had geluisterd," zou zijn baas later herhaaldelijk verzuchten, "had ik de rest van mijn carrière met m'n armen over elkaar kunnen gaan zitten." In het kader van zijn verdere opleiding werkte Jacobs onder meer bij Suiss Re in Zwitserland en vervolgens enige tijd in de Verenigde Staten, het langst bij Morgan Guarantee Trust. Daar werden zijn eerste rapporten nog bekeken "als die van een knul uit Opper-Volta," zo herinnert Jacobs zich, maar na enige tijd werd er geen majeure beleggingsbeslissing meer genomen zonder dat ook hij erover werd geraadpleegd. Jacobs, een echte wiskundeman met een passie voor rekenen, begon zijn loopbaan in 1962 bij de beleggingsafdeling van De Nederlanden van 1845, al kort daarna Nationale-Nederlanden, waar hij vanzelfsprekend niet alleen aandelenbeleggingen deed, maar evenzeer betrokken was bij onder meer onderhandse leningen aan het bedrijfsleven, de obligatieportefeuille en het hypothekenbedrijf. In 1988 werd Jacobs lid van de Raad van Bestuur, met toen ook het vastgoedbedrijf in zijn aandachtsgebied. Op grond van zijn betekenis voor het vak werd Jacobs in 1995 benoemd tot erelid van de VBA.

Verzekeraar en bankier

"Ik denk dat mijn achtergrond als belegger destijds goed van pas kwam bij de samensmelting van dit bedrijf," zo zegt Jacobs. "Ik kom vanuit de verzekeringskant, maar toen wij in 1991 met de bank gingen praten, waren mijn verzekeringscollega's erover verbaasd hoe gemakkelijk ik met de bankcollega's kon meepraten. Ik was de enige belegger in de Raad van Bestuur en omdat beleggen en bankieren veel gemeenschappelijks hebben, was dat in de tijd van de fusie een geweldig voordeel. Aan de verzekeringskant werd ik vertrouwd omdat ik 'één van hen' was en in de loop van de tijd aardig verstand van verzekeren had gekregen, terwijl de bankmannen zagen dat ik hun taal sprak en ook bereid was om me aan die kant in te zetten - graag zelfs." Op en top bankier was de verzekeringsman Jacobs bijvoorbeeld, zo vertelt hij, toen hij in 1995 een bankdelegatie leidde op haar missie naar Peru, om van president Fujimori het mandaat te krijgen om de nationale PTT naar de beurs te brengen - een missie die overigens stukliep op politieke beïnvloeding vanuit de Verenigde Staten op de Peruaanse overheid. "Op bancair gebied noch op verzekeringsgebied ben ik een echte expert," aldus Jacobs. "Mijn collega's in de Raad van Bestuur zijn vaktechnisch absoluut een haartje beter. Maar mijn specialiteit is de synergie tussen de bancaire kant en de verzekeringskant. Ik kan met een wat afstandelijker oog naar het bedrijf kijken dan de pure bankier of de zuivere verzekeraar."

Lessen uit het verleden

Jacobs' achtergrond als belegger is hem niet alleen ten dienste geweest in de periode van de fusie, maar ook daarna tijdens zijn tijd als voorzitter van het bedrijf. Zijn beleggingsanalyses van vroeger hebben hem geleerd dat bedrijven aan drie voorwaarden moeten voldoen om beter te presteren dan hun concurrenten - uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Ze moeten een duidelijke strategie hebben, heldere financiële criteria hanteren en afscheid nemen van niet goed lopende ondernemingen. "Wij hebben, ook naar de buitenwereld toe, altijd een duidelijke strategie gehad," zegt Jacobs over het eerste onderwerp. "Wij zijn daar veel uitgesprokener over dan onze concurrenten. Toen wij naar buiten brachten dat we een verzekeringsbedrijf en een investmentbank in Amerika wilden kopen en ook nog iets in Europa wilden doen, waren er die dat onverstandig vonden. En dat we met al die grote plannen alleen maar de aandeelhouders ongerust maakten. Ik ken die verhalen, maar toch zijn wij onze strategie altijd duidelijk naar buiten blijven communiceren." Hetzelfde geldt volgens Jacobs voor de financiële criteria: aan de buitenwereld moet duidelijk worden uitgelegd wat de onderneming voor ogen staat ten aanzien van diverse financiële parameters. Hij zegt: "Wij hebben in Nederland het eerst hele duidelijke financiële criteria in het jaarverslag opgenomen. We zouden destijds 'gaan' voor onder meer een groeiende winst in Nederlandse guldens van gemiddeld tien procent en voor een rendement van elf procent op het in deze onderneming geïnvesteerde vermogen. Daarmee hingen we ons een beetje op aan onze eigen touwen, want als we dat niet hadden gehaald, hadden we de hele wereld over ons heen gekregen. Geholpen door het fantastisch mooi economisch klimaat hebben we dat ruimschoots gehaald, maar wij waren de eersten die dat zo duidelijk naar buiten brachten. Nu is het common practice bij alle grote financiële instellingen en moet je tegen beleggingsanalisten een goed verhaal hebben wil je er onderuit kunnen komen." Over het derde punt, het afscheid nemen van ondernemingen die onvoldoende renderen, zegt Jacobs: "Ook wij zijn vrij hard geweest in het 'opruimen' van bedrijven die misschien best aardig liepen, maar voor ons toch niet spannend genoeg waren. Het geld dat we daarin hadden geïnvesteerd, konden we elders beter gebruiken. Die bedrijven hebben we in een periode van een paar jaar verzelfstandigd, verkocht of afgewikkeld. Dat was geen grootschalig puinruimen, dat was bij ons absoluut niet nodig, maar we zijn toch een aantal van die molensteentjes kwijtgeraakt. Ook dat was een les die ik in de beleggingswereld had geleerd."

Boerenverstand en verwondering

Welke lessen, zo vragen we hem, heeft Jacobs vanuit zijn ervaring voor de Nederlandse beleggingsanalisten? "Doe dingen die je begrijpt en zet voortdurend vraagtekens bij je eigen kennis," zo vat hij zijn antwoord samen. Het eerste aspect licht hij als volgt toe: "Wanneer iets zo ondoorzichtig wordt dat je het niet meer kunt begrijpen, moet je er volgens mij mee ophouden. Wat ik tegen de moderne ontwikkeling in het vak heb - maar ik word oud - is dat het zo wetenschappelijk is geworden. De universiteiten houden zich te veel met problemen bezig die in de praktijk nooit voorkomen en waarvan de oplossing ons niets verder brengt. Natuurlijk is het vak door de internationalisatie en de mogelijkheden die er zijn op het gebied van informatietechnologie, in moeilijkheid toegenomen. Maar voor mij is en blijft de gouden regel: gebruik je boerenverstand!" Over zijn tweede advies, zet voortdurend vraagtekens bij je eigen kennis, zegt Jacobs: "De wereld begint bij de verwondering. Ik word ongerust van mensen die het denken te weten en zonder een spoor van enige twijfel over de dingen praten. Want dat is in dit vak ontzettend gevaarlijk. Beter kun je ervan uitgaan dat alle informatie over een onderneming - misschien zijn er wereldwijd wel honderd analisten die ING dagelijks diepgaand volgen en ons met een loep zitten te bekijken - in de beurskoers is gereflecteerd. Mensen die beweren beter te kunnen doen dan de marktindex, lijden aan een overschatting van hun eigen capaciteiten. Ze moeten ogenblikkelijk met dit werk ophouden, want ze staan op het verkeerde been. Ik geloof in passief beleggen - door voortdurend heen en weer te springen kom je absoluut niet verder."

De wereld een werkterrein

Jacobs wilde vroeger scheikunde gaan studeren, maar zijn vader bracht hem op andere gedachten. "In de chemie is een kolf het werkterrein," hield zijn vader hem voor, "en in de economie is de hele wereld dat." Jacobs kan dit inmiddels meer dan beamen. Als hij 's morgens de krant openslaat, zo vertelt hij, dan is hij door de ontwikkelingen en gebeurtenissen in de wereld met al zijn aandacht bij de lokale beurzen en vraagt hij zich af of 'overal wel aan gedacht is'. "Alles in de wereld heeft invloed en dat is zo fantastisch interessant in dit vak." Jacobs is 61 jaar en in 1998 neemt hij afscheid als voorzitter van de Raad van Bestuur. "Ik heb dit werk met heel veel plezier gedaan," zegt hij tot slot, "maar vorige week was ik in ons bedrijf in Amerika en als je dan ziet wat die jonge knullen daar allemaal aan het doen zijn. Als ik opnieuw mocht beginnen, dan zou ik morgen daar gaan solliciteren. Kleinere bedrijven die slecht gaan financieel proberen te herstructuren - dat had ik vroeger ook wel gewild, maar mijn baas zei dan altijd 'dat het niet de afdeling Geld Teveel was'. Mijn werk in de Raad van Bestuur heb ik altijd leuk gevonden, maar als ik het eerlijk mag zeggen, vind ik het werk van die jongens daar veel en veel leuker!"

Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1997

Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl