|
||
|
P.C.M.J. Goosen, plv. directeur operaties van de Raad voor Accreditatie (1996)
Vier typen accreditaties op basis van vier beginselenDe Raad voor Accreditatie accrediteert certificatie-instellingen, laboratoria en inspectie-instellingen. Dit gebeurt op grond van een onderzoek naar de werkwijze van deze organisaties. Waaruit bestaat zo'n onderzoek? Welke criteria worden erbij gehanteerd? Tot welke accreditaties kan een onderzoek door de Raad voor Accreditatie leiden? Deze vragen werden voorgelegd aan ing. P.C.M.J. Goosen, plaatsvervangend directeur operaties van de Raad voor Accreditatie en vakdeskundige op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu. Goosen, van huis uit chemisch technoloog, kwam in 1991 bij de Raad voor de Certificatie werken. Voor die tijd werkte hij bij de arbeidsinspectie in dienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. "Ik heb eigenlijk meer dan twaalf jaar niets anders gedaan dan bedrijven doorgelicht, in welke vorm dan ook," aldus Peter Goosen. Een beoordeling of een instelling goed werk levert kan in principe tot stand komen door het werk steekproefsgewijs over te doen en vervolgens de resultaten te vergelijken. Zo zou ook het werk van certificatie-instellingen, laboratoria en inspectie-instellingen kunnen worden beoordeeld - en vroeger gebeurde dat ook zo. Toen in 1981 de Raad voor de Certificatie werd opgericht werd echter een ander spoor gekozen. "De systematiek van het werk steekproefsgewijs overdoen heeft deze raad vanaf het begin absoluut losgelaten," zegt Goosen. "In plaats daarvan kijken wij met een 'ISO-9000-oog' naar de instellingen en toetsen we dus hoe de instellingen georganiseerd zijn en hoe hun kwaliteitssysteem werkt. Natuurlijk moeten we ook beoordelen hoe deskundig een instelling op de werkvloer opereert. Essentieel voor accreditatie is dat we bovendien de technische competentie van laboratoria en inspectie-instellingen beoordelen. Het aardige is dat de criteria die wij vijftien jaar geleden hebben ontwikkeld, nu nog steeds internationaal de basis van accreditatie zijn." Criteria op basis van vier beginselenDe eisen waaraan de instellingen moeten voldoen om voor een accreditatie in aanmerking te komen, berusten op vier beginselen. Het eerste beginsel is dat van de onafhankelijkheid. In de structuur van de instelling moeten onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn gewaarborgd - discriminatie is vanzelfsprekend uit den boze. In dit kader worden ook de relaties met adviseringsactiviteiten beoordeeld, evenals de financiële onafhankelijkheid van de instelling. Het tweede beginsel is dat van de deskundigheid. De te accrediteren certificatie-instelling moet aantonen dat het personeel over de noodzakelijke bekwaamheden beschikt en dat deze bekwaamheden op peil worden gehouden. Ook de hulpmiddelen die de instelling gebruikt, bijvoorbeeld testfaciliteiten bij productcertificaties, worden onder deze noemer van deskundigheid aan een toets onderworpen. Het derde beginsel is de betrouwbaarheid. Een certificatie-instelling moet voor het certificeren over vastgelegde voorschriften beschikken en moet deze voorschriften op peil houden. Datzelfde geldt voor laboratoria en inspectie-instellingen. Dit betekent dat de beslissingen van de instelling goed traceerbaar moeten zijn en dat de verschillende onderzoekers van de instelling in hun werk dezelfde taal spreken en dezelfde maatstaven hanteren. Het vierde beginsel tot slot houdt in dat alle betrokken partijen de nodige inspraak hebben, zonder dat een enkele partij kan domineren. In de organisatie van de instelling kan daartoe een College van Deskundigen zijn opgenomen. Over dit laatste aspect zegt Goosen: "Het mag niet zo zijn dat een instelling zelf de criteria ontwikkelt en die vervolgens gaat toetsen. Dit moet altijd in overleg gebeuren met degenen die belangstelling hebben in de certificatieregeling. Deze belanghebbende partijen, veelal de aanbieders van de producten en de consumenten ervan, moeten een beleidsbepalend onderdeel in de certificatie-instelling vormen. Voor laboratoria en inspectie-instellingen is dit wat minder noodzakelijk, omdat daarvoor nationaal en internationaal redelijk objectieve methoden van onderzoek en normen vaststaan. Maar als je praat over bijvoorbeeld de certificatie van kwaliteitssystemen of milieuzorgsystemen, dan zijn die criteria subjectiever." Proof of the puddingDe Raad voor Accreditatie gaat globaal in drie stappen te werk bij een accreditatie-opdracht. Voor bijvoorbeeld een certificatie-instelling geldt het volgende accreditatietraject. Allereerst wordt de documentatie bestudeerd die door de instelling beschikbaar wordt gesteld. Op basis daarvan wordt een auditprogramma samengesteld, met audits op het kantoor van de instelling zelf en met observaties van audits door de certificatie-instelling bij een te beoordelen bedrijf. Medewerkers van de RvA gaan dan mee met het onderzoeksteam van de instelling en vormen zich dan in de praktijk een beeld van de deskundigheid. "En dat is eigenlijk de 'proof of the pudding'," zegt Peter Goosen. "Juist daarbij komt een stukje subjectiviteit om de hoek kijken. Er is niet echt een grens aan te geven en het is moeilijk definieerbaar wanneer een instelling onder of boven de norm zit. Wij zien echter zo ontzettend veel bedrijven en certificatieprocessen, dat er een soort 'benchmark' ontstaat. Je spiegelt je waarnemingen aan dingen die je elders hebt gezien. Dat is een kwestie van ervaring en het is precies daarom dat onze zusterinstellingen in het buitenland daar moeite mee hebben. Zij hebben gewoon de historie niet zoals wij die hebben." Eén verhaalDe medewerkers van de Raad voor Accreditatie zijn meestal eerder werkzaam geweest bij industriële bedrijven en overheidsinstellingen. Omdat de RvA binnen veel verschillende vakgebieden actief is, wordt bij accreditaties veelvuldig gebruik gemaakt van externe vakspecialisten die per opdracht worden ingeschakeld. Wel wordt dan vanuit de RvA een projectleider aan het onderzoeksteam toegevoegd en meestal ook een 'lead-assessor' - doorgaans een academisch gevormde specialist die op het gebied van kwaliteitsaudits zijn sporen ruimschoots heeft verdiend. "Daarmee bewaken we," zegt Peter Goosen, "dat er een uniformiteit is tussen onze onderzoeksteams. Vakdeskundigen schakelen we maar enkele keren per jaar in, maar om toch te zorgen dat er synergie in de teams zit, dat er één verhaal wordt verteld en in het buitenland één toontje wordt gezongen, zetten we deze lead-assessors in. Deze mensen zijn zeer regelmatig in huis en bovendien hebben we onze maandelijkse of tweemaandelijkse overlegvormen, waarbij dan met alle lead-assessors nieuwe ontwikkelingen en eventuele problemen worden besproken." Typen accreditatiesEen accreditering door de RvA is momenteel vier jaar geldig. Wel wordt elk jaar gedurende een aantal dagen onderzocht of de instelling nog steeds aan alle criteria voldoet. De Raad voor Accreditatie verleent vier typen accreditaties en dit artikel sluit af met een overzicht daarvan. De RvC-accreditatie, om daarmee te beginnen, wordt verleend aan certificatie-instellingen die hebben aangetoond dat ze deskundig en onpartijdig invulling geven aan hun activiteiten rond het certificeren van kwaliteitssystemen, producten of vakbekwaamheid van personen. Deze accreditatie is gebaseerd op de normen EN 45011, EN 45012 of EN 45013. De NKO-accreditatie vervolgens garandeert de internationale herleidbaarheid van meetwaarden naar internationale standaarden. Kalibratie, dat wil zeggen de bepaling van de afwijkingen ten opzichte van die internationale standaarden, is essentieel voor productieprocessen en vormt de basis voor testlaboratoria en veel inspectie-activiteiten. De erkenning van kalibratielaboratoria is gebaseerd op de norm EN 45001. Geaccrediteerde testlaboratoria, dus laboratoria die het STERLAB-logo mogen voeren, hebben bewezen dat ze testen met een hoge mate van zekerheid en conform de betreffende standaarden. Deze accreditaties zijn eveneens gebaseerd op EN 45001. Tot slot de inspectie-instellingen met een STERIN-accreditatie. Deze instellingen beschikken over de vereiste bekwaamheid om een veelheid aan inspecties uit te voeren op installaties, goederen en dergelijke. Deze accreditaties zijn gebaseerd op de norm EN 45004. Verschenen in: Special Magazine van Revue Arts, 1996 Peter van Steen, tekstschrijver, info@petervansteen.nl |